De Graaf helpt lokale democratie om zeep

Minister De Graaf heeft een concept-wetsvoorstel afgescheiden ten aanzien van zijn kroonjuweel: de gekozen burgemeester. Daarbij is, evenmin als in het regeerakkoord, de vraag aan de orde óf de rechtstreekse verkiezing van een burgemeester er moet komen. Slechts de vraag hoe dat moet gebeuren, komt in tekst en toelichting ter sprake. Fundamentele kwesties zijn nauwelijks aan de orde geweest.

Allereerst is de verhouding tussen probleem en oplossing volslagen scheefgetrokken. Hét argument om de gekozen burgemeester te introduceren, is dat de huidige benoemingsprocedure niet meer voldoet. De 'zuivere' kroonbenoeming is allang achterhaald door de praktijk en nadere wet-en regelgeving. Er is teveel ruis in de benoemingsprocedures, en bij het gevreesde voortijdig 'lekken' over de kandidaten, kent de procedure alleen maar verliezers.

Hoe belangrijk het ook is om dit probleem op te lossen, het is volkomen buiten proportie om dan maar het totale speelveld van de plaatselijke politiek op te schudden. Een verbetering van de benoemingsprocedure kan en mag niet uitlopen op een complete revolutie in de lokale democratie.

Onder het mom van een veranderde benoemingsprocedure, presenteert de minister een volkomen noviteit in politiek Nederland. Door een gekozen burgemeester en een gekozen gemeenteraad aan elkaar te verbinden, is hier voor het eerst in de geschiedenis sprake van een rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging die door een rechtstreeks gekozen bestuurder geleid wordt. Nergens, maar dan ook nergens in ons bestel komt deze constructie voor. Altijd is er sprake van een gekozen orgaan, dat een benoemd of indirect gekozen orgaan 'tegenover' zich heeft. De benoemde premier tegenover de gekozen Kamer, de benoemde commissaris van de koningin tegenover de provinciale staten, en de benoemde burgemeester tegenover de gemeenteraad. Door hier het roer volstrekt om te gooien haalt de minister een in de loop der jaren uitgekiend systeem van checks and balances overhoop.

De problemen laten zich raden. Wie kan wie naar huis sturen? Kan de raad ontbonden worden? Kan de burgemeester naar huis gestuurd worden, en mag hij bij vervroegde verkiezingen zelf weer meedoen? Een aantal van deze zaken is wel te regelen, maar het principe is: er zitten twee kapiteins op één schip. Dat is schreeuwen om narigheid. Je zult maar raadslid zijn. Is net de storm van het dualisme een beetje uitgewoed, komt de minister met een aardbeving aanzetten. De nieuwe gekozen burgemeester mag het college samenstellen, hij mag het beleidsprogramma schrijven, én hij wordt de baas van het ambtelijk apparaat. Op deze manier blijft er voor raadsleden wel heel weinig over om invloed van enige betekenis uit te oefenen. Formeel blijven de bevoegdheden op het gebied van verordeningen, controle en budget wel bestaan, maar deze bevoegdheden worden krachtig uitgehold door de gekozen burgemeester. Hij draagt college-kandidaten voor. Lokaledemocratie wordt oligarchie: de burgemeester en enkele van zijn vriendjes gaan de gemeente regeren. En als het de burgemeester niet aanstaat, kan hij zich altijd beroepen op zijn electorale legitimatie. Geen rol meer voor de raad. Ik zou zeggen: raadsleden aller gemeenten, verenigt u!

Een ander bezwaar is dat met de komst van de gekozen burgemeester, de man of vrouw die boven de partijen staat, verdwijnt. De burgemeester wordt weer gewoon een populist, een zeepkistfiguur, die het niet meer heeft over het algemene belang van de gemeente, maar die over zijn eigen herverkiezingwaakt. Geen pater familias meer, want die tijd zijn we volgens de minister wel voorbij. De bevolking van een gemeente heeft geen behoefte meer aan een krachtige leider boven de partijen, nee, zij gilt om een burgemeester die niet meer van iedereen, maar alleen van zijn partijgenoten is. Inwoners van een gemeente willen geen burgervader meer, zo weet de minister, maar een politiek dier, dat de strijd met al zijn vermoede en onvermoede tegenstanders keihard aangaat. Overigens zijn er geen cijfers of onderzoekingen die deze move rechtvaardigen.

Is weerstand tegen dit wetsvoorstel niet gewoon reactionair, aartsconservatief en sentimenteel gedrag van mensen met koudwatervrees voor alles wat nieuw is? Zeker niet. Maar niet alles wat nieuw is, is ook beter. En waarom moet de lokale democratie, waarop het aandeel niet-professionele bestuurders het grootst is, deze revolutie uitproberen?

Laat de minister zijn directe omgeving van kabinet en Kamer tot speelveld en inzet maken voor zijn vernieuwingsdrang. Het is bijna misselijkmakend dat deze minister zijn eigen straatje schoonhoudt, en de grote door hem gewenste revolutie laat beginnen bij het werkveld, dat het verst bij hem vandaan staat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden