De Gouden Zaal blinkt weer

Het was al voor de grote brand in 1704 de pronkkamer. Uitgekiende belichting en opgefriste schilderijen maken het nu af.

De tentoonstelling 'Mauritshuis - het gebouw' is tot en met 4 januari 2015 te zien in de nieuwe vleugel. Het gelijknamige boek van Quentin Buvelot is uitgegeven door Waanders, euro39,95.

Een libelle op het fruit, een slakje, een vogel, een vos en een slang: allemaal details die bij de renovatie van het Mauritshuis op de buitengevel werden ontdekt. Waarschijnlijk was het graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679) zélf die de eerste schetsen maakte voor zijn huis naast het Binnenhof. Jacob van Campen, die later ook het Paleis op de Amsterdamse Dam zou ontwerpen, werd de officiële architect. De bouw begon in 1634, maar het ging langzaam: de pilasters, festoenen (vruchtenslingers) en omlijstingen moesten zo precies zijn dat ze ter plekke gemodelleerd werden, pas tien jaar later was het Mauritshuis af. Het werd hét voorbeeld van het ingetogen, op de Oudheid geïnspireerde 'Hollands classicisme'.

Zowel beneden als boven was er een grote zaal aan de kant van het water - daar waar nu op de benedenverdieping de Gouden Zaal is. Toen al was de houten, gemarmerde betimmering versierd met verguldingen.

Maurits zat tijdens de bouw in Zuid-Amerika, in 'zijn' kolonie Nederlands-Brazilië. Met een van zijn schepen volgeladen met opgezette dieren, sieraden, ivoren meubels en andere schatten keerde hij terug. De exotische kostbaarheden werden uitgestald of gebruikt in de afwerking, en overal kwamen schilderijen te hangen. Vanaf de dood van Maurits, in 1679, diende het huis als gastenverblijf voor buitenlandse gezanten, waar zij 'heerlijk' onthaald werden.

Totdat er op 23 december 1704 brand uitbrak in het Mauritshuis. Een bediende van de secretaris van John Churchill (voorouder van Win-ston) wilde het vertrek voorverwarmen voor de komst van zijn baas, ontdekte echter ook een voorraad drank in een hooikist, waar hij zich rijkelijk van bediende, en daarbij moet hij zijn kaars zijn vergeten. Zonder iets te merken verliet hij het huis, en een half uur later werd de brand ontdekt. Het water van de Hofvijver was bevroren, wat het blussen bemoeilijkte. Alleen de muren van het huis overleefden de vlammen.

Bij de herbouw kwamen er grotere, andere ramen, extra doorgangen en nieuwe decoraties. De rondreizende Italiaanse schilder Giovanni Pellegrini (1675-1741) werd in 1718 gevraagd de benedenzaal te voorzien van negen schilderijen. Die zijn, recentelijk opgefrist, nog steeds te zien. Een van de terugkerende thema's is 'vuur' - een stille verwijzing naar de brand van 1704, en, oh ironie, de latere kolenkachels zouden de schilderijen lange tijd voorzien van een grijze waas.

In de achttiende eeuw had het huis verschillende semi-openbare functies. Zo werd het dichtgenootschap 'Kunstliefde spaart geen vlijt' er opgericht, en kwam ook de 'commissie tot verbetering van rijmpsalmen' er samen. Het werd gebruikt als vergaderruimte, en soms ook als gevangenis voor 'staatsmisdadigers'. Vanaf 1807 werd het de ruimte voor de Nationale Bibliotheek, op initiatief van Lodewijk Napoleon.

Al snel was het huis daarvoor te klein. De boeken maakten in 1821 plaats voor de Koninklijke Kabinetten van Schilderijen (op de bovenverdieping) en Zeldzaamheden (beneden). Het museum was gratis toegankelijk voor 'een ieder die wel gekleed is en geene kinderen bij zich heeft'. De toegangstrap werd verbreed, zodat er meer mensen tegelijk naar binnen konden, maar over de 'zeldzaamheden' was niet iedereen te spreken. Zo beschreef de letterkundige Jonckbloet de benedenverdieping in 1843 als een 'helse mengelmoes', in groot contrast met de 'hemelse' sfeer van de schilderijen boven. Hij was niet de enige die de verzamelingen eruit wilde hebben, dankzij Victor de Stuers (die van het pamflet 'Holland op zijn smalst') verdwenen de etnografica.

Vanaf 1875 waren in de Gouden Zaal grote Vlaamse schilderijen te zien, op tegen de muur getimmerde schotten. In 1913 zijn die weggehaald. Pas in 1951 werden de ornamenten in de Gouden Zaal weer goudgeverfd - oorspronkelijk waren veel meer details goudkleurig, en ook het stucwerk was van goud. Maar dankzij de uitgekiende belichting en opgefriste schilderijen blinkt de zaal weer meer dan ooit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden