De glorie van de mens

Toen ik vorig najaar in Athene verbleef, bezocht ik er de huisstudio van Anastassios Kavassis, die van tamelijk willekeurige medeburgers fotoportretten had gemaakt. Het procedé was bijzonder, net als de camera. Die camera was een houten, honderd jaar oud gevaarte, met de grootte van een wandmeubel. Hij werkte zonder film. Het uitgelichte object viel door de lens direct op een speciaal fotopapier; de print was dus éénmalig en de schaal één op één: wat wil zeggen dat het gefotografeerde hoofd even groot was als het hoofd zelf.

De belichtingstijd duurde 4 seconden, en dat was zo lang dat de hoofden van de geportretteerden met een beugeltje in hun nek gestabiliseerd moesten worden, terwijl drie sterke spots op hen gericht waren. De spots zie je terug in de foto's: drie witte stippen in het zwart van hun pupillen. De setting, de oude antieke camera, het beugeltje, de spots, de zachte stem van de fotograaf: het viel allemaal terug te lezen in die serene en ernstige gezichten. Toen ik de foto's zag (hij bewaarde ze in een koffer met cijfercode) voelde ik me stuk voor stuk met ze verwant, zo bezield leken ze.

Gisteren bezocht ik in Museum de Fundatie in Zwolle de tentoonstelling 'Dutch Identity' - over hedendaagse Nederlandse portretfotografie. Een vrijdagochtend, buiten een helder winterlicht, en hierbinnen wanden vol schitterende en bijzondere mensen, mooi, markant, met voor hen langs schuifelend gedeukte, gebutste en meer alledaagse exemplaren, want zo voelde je je een beetje als bezoeker.

Portretfotografie in een museum; het is een glorificatie van het individu, zelfs als dat individu voor de camera zo gewoontjes mogelijk probeert te zijn. Bijna altijd gaat het om ensceneringen; de fotograaf modelleert, belicht, filtert, stuurt, kadreert, drukt door, monteert; net zo lang tot zijn of haar model niet langer een creatie is van zichzelf, maar van de fotograaf.

Die transformatie noemen we kunst.

En die is hier hoogstaand.

Indringend de portretten die Daniëlle van Ark maakte van popsterren direct na hun optreden, als ze afgemat en leeggespeeld ineens gevangen worden door het flitslicht van haar camera, nog vóór ze poseren konden.

Intiem de Cranach Series van Carla van de Puttelaar, jonge vrouwen met een huid van breekbaar porselein. Warm het spel van schaduw en licht op de Afrikaanse modellen van Viviane Sassen; en de glanzende huid van die van Ernst Coppejans wil je aanraken, zo volmaakt is hun kleur en hun textuur.

Gespierd is het overdonderend reclamewerk van Carli Hermès, spetterende karikaturen. Fluwelig de portretten van Marie Cécile Thijs, haar camera een penseel uit de Gouden Eeuw. Erwin Olaf, Koos Breukel, Vincent Mentzel, Joost van den Broek, Anton Corbijn, het is overdonderend goed. Al zag ik de ziel niet altijd, niet zoals toen in Athene, in dat grovere zwart en wit.

En ik miste Jörgen Caris. De fotograaf die al jaren en heel stil een van de allermooiste portretseries maakt, bij de rubriek 'Ik heb een droom', in de bijlage Letter & Geest in deze krant. Zo kalm zijn zijn portretten, zo wáár, dat ze een solotentoonstelling verdienen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden