De glasheldere poëzie van Wim Brands

Wim BrandsBeeld anp

Wim Brands was bekend van radio en televisie, maar van oorsprong was hij dichter. In 2014 vertelde Brands, die gisteren overleed, in Trouw over zijn nieuwe dichtbundel, de zelfmoord van zijn vader, een brief aan zijn jongere ik en het dichten voor eenzaam gestorven mensen.

Terwijl hij antwoord geeft op een vraag, kijkt Wim Brands de straat in. Hij lijkt door iets te worden afgeleid. Maar door wat? "Ja, sorry", zegt hij. "Ik zag een man met een bakfiets tegen een stilstaande auto aanrijden en die man wordt dan vervolgens zélf kwaad." Een alledaags tafereel met een licht bevreemdende twist. Niet per se materiaal voor een van zijn gedichten, vermoeden we, maar het zegt wel iets over de waarnemer Wim Brands. Want als je niet kijkt, kun je niet dichten.

De bundel ''s Middags zwem ik in de Noordzee' staat vol glasheldere poëzie, waar bij nader inzien toch iets geks mee aan de hand lijkt te zijn. De reeks gedichten wordt plots onderbroken door een dappere brief van Brands aan zijn jongere ik.

Wat voor soort dichter bent u?
"Ik was eens in Amerika op bezoek bij een vriendin, die daar aan een universiteit werkte. Voor één dollar kocht ik een bloemlezing met de mooiste Amerikaanse gedichten. Wat mij daarin het meest trof, waren de dichters die zo helder mogelijk dichten over wat hen omringt: George Oppen, Charles Reznikoff, William Carlos Williams. Glashelder. Maar dan weer zó helder dat de poëzie volkomen raadselachtig wordt. Het klinkt misschien aanmatigend om mezelf met die grote Amerikaanse dichters te vergelijken, maar ik probeer wel in die traditie te dichten."

Poëzie laat zich sowieso moeilijk analyseren.
"Daar is de poëzie ook niet voor. Al die pogingen om dichters te duiden; poëzie wordt op die manier zo doodgemaakt. Ik kwam laatst een paar zinnen tegen van Bertolt Brecht: 'Zoek niet de diepte op. De diepte is een dimensie op zichzelf. Alleen maar diepte. En daarom komt er ook geen licht bij'.

"Het is net als met de liefde. Ben jij getrouwd? Dan wist jij waarschijnlijk ook niet meteen bij de eerste ontmoeting de reden waarom je haar zo leuk vond. Het is er, en daarna volgen de redenen. Of zoals T.S. Eliot schreef: poëzie deelt zich mee voordat het begrepen wordt. In dat opzicht komt een gedicht dicht bij muziek. 'Achteraf is alles altijd eenvoudig' is de laatste regel uit een van mijn gedichten in deze bundel - die zin kwam trouwens uit de mond van Wubbo Ockels. Die vond ik zo mooi. Het is zo'n 'Amerikaanse' zin. Helder en toch raadselachtig.

"De regel ''s Middags zwem ik in de Noordzee' - de titel van mijn bundel - komt uit hetzelfde gedicht. Dat is ook typisch zo'n zinnetje waarvan je later pas denkt: Hé, die hoort in een gedicht. De zin is al heel oud. Ik sprak het aanvankelijk onbewust uit in een telefoongesprek met A.L. Snijders, de schrijver van het zeer korte verhaal. Hij stelde een tijd voor om iets af te spreken en ik zei: Nee, 's middags ben ik onbereikbaar, 's middags zwem ik in de Noordzee."

Dus de inspiratie waait min of meer toevalligerwijs uw leven binnen?
"Ik ben er in elk geval niet voortdurend mee bezig. Of misschien juist wel altijd. Het is alert zijn, ook als je er niet lijkt te zijn. Als een torenvalk die dommelend op een hoogspanningsmast zit en die dan toch, ineens, op jacht gaat omdat hij beneden een muis ziet bewegen. Het zijn niet alleen woorden, het zijn ook vaak dingen die ik zie. Er zit natuurlijk een enorm archief in je hoofd aan zinnetjes, aan beelden. En het wordt voortdurend aangevuld."

Midden in uw bundel worden de gedichten onderbroken door een brief. 'Beste Wim' is de aanhef. Maar de afzender, dat lijkt u zelf.

"Mijn vader, met wie ik een zeer moeizame band had, pleegde zelfmoord. Dit is een brief aan mijn jongere ik. Hij gaat over een voorval tijdens een fietstocht met mijn vader. Hij kreeg een epileptische aanval en belandde in de sloot. Op Hemelvaartsdag was het. Ik besloot door te rijden, omdat ik zag dat hij zich wel zou redden. Ik heb dat doorrijden lang als een vlucht beschouwd, maar al schrijvende - echt ik besefte dat pas nu, al schrijvende - dacht ik: nee, het was geen vlucht. Het was een ontsnapping uit een gezin dat niet al te gelukkig was.

"Deze brief schrijven was iets wat ik altijd nog wilde. Ik ben nu 55, en nu durf ik het pas. Of beter: kan. Maar je moet misschien ook wel zo oud worden om te beseffen dat het geen vluchten was, maar ontsnappen."

Over de dood gesproken: u zit in de Poule Des Doods, het initiatief van dichter F. Starik, waarbij dichters om beurten poëzie voordragen op begrafenissen van eenzaam gestorven mensen.
"Er staan verschillende van die In Memoria in deze bundel. Ik blaas in die gedichten voor de eenzame doden er ook mijn eigen leven in. Niet om mezelf over het voetlicht te brengen, maar om de verbeelding aan te wakkeren. Zoveel informatie krijg je ook niet over de eenzame dode. Ik zal een voorbeeld geven. Een van de overledenen had een telefoonklapper waar maar drie nummers in stonden. Zelf heb ik zo'n ouderwetse telefoon die ik ooit op het Waterlooplein heb gekocht. Met een klein kartonnetje eronder waar ook maar drie nummers op staan. Dat gebruik ik dan in het gedicht.

"Tijdens zo'n eenzame uitvaart realiseer ik me altijd weer hoe essentieel poëzie is als het gaat om het zoeken naar woorden voor het onuitsprekelijke. Het is een poging die altijd gedoemd is om te mislukken. En daar schuilt ook een troost in."

Naast dichter bent u journalist en presentator. Wat voelt u zich het meest?
"In essentie ben ik voor mijn gevoel toch een verslaggever. Maar met dichten ben ik het eerst begonnen, ik doe dat vanaf mijn achttiende. Dichten verschaft mij bijvoorbeeld weer even de sensatie van het opnieuw aanwezig zijn bij een gebeurtenis die om ogenschijnlijk onnaspeurlijke redenen om woorden vraagt."

Uw tv-programma 'Boeken' gaat zondag het tiende seizoen in. Heeft u een verklaring voor dat succes?
"Er zijn niet veel voorbeelden van tv-programma's rondom boeken die geslaagd zijn. Dat komt volgens mij doordat ze vaak niet over boeken gaan. Alles wordt tegenwoordig gesmoord in het ganzenvet van de human interest. Ik denk dat het niet zo interessant is om van een schrijver te weten dat hij als kind elke dag drie uur in het kolenhok is gestopt. Je moet bij het boek blijven. Ik ben ook niet polemisch als ik mensen interview. Als er al polemiek is, dan heb ik liever dat die thuis ontstaat, bij de kijker op de bank.

"Overigens geloof ik dat het samenstellen van een uitzending bij mij niet zo veel anders werkt dan het maken van een gedicht. Het gaat op intuïtie.

"Ik heb er zin in, in het nieuwe seizoen. Verheug me bijvoorbeeld op een uitzending over Nederland met historicus Piet de Rooy. Wat bedoelen we als we het liefkozend over onszelf hebben als een goed landje?"

Wim Brands presenteerde vanaf 2005 het programma Boeken van VPROBeeld anp
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden