De giftige mythe van Solidarnosc

Solidarnosc, de legendarische vakbond die dertig jaar geleden werd opgericht, staat in Polen symbool voor de goede oude tijd. Maar dit terugverlangen naar ’nationale eenheid’ is geschiedsvervalsing en staat in geen verhouding tot een samenleving die steeds pluriformer wordt.

Geen enkel Pools woord heeft het internationaal zo ver geschopt als ’solidarnosc’. De wereld mag er dan haar tong over breken, de hobbelige rode letters met de wit-rode vlag erboven staan onverwoestbaar symbool voor een land dat voor de meesten nog altijd ver weg en onbekend is. Bij uitstek iets om over de grenzen heen trots op te zijn, zou je zeggen. Niets lijkt minder waar dezer dagen.

Walesa, de legendarische leider van de legendarische vakbond, voelde maandag niet de minste behoefte naar de bijeenkomst te komen, waar de strijdmakkers van weleer herdachten dat ze dertig jaar geleden het akkoord van Gdansk afdwongen. Voor het eerst in de geschiedenis capituleerde een communistisch regime voor zijn eigen burgers. In 1970 waren de scheepswerfarbeiders nog met veel geweld en bloedvergieten uit elkaar gejaagd. In 1980 kregen ze hun zin: de communisten ondertekenden 21 ’postulaten’, waaronder de erkenning van een vrije, onafhankelijke vakbond Solidarnosc.

De eerste geslaagde vreedzame revolutie in de Poolse geschiedenis. Het begin van het einde van het communisme in Europa. Al met al genoeg om trots op te zijn. Maar Walesa had geen zin in het zoveelste ruzie-jubileum en gaf er de brui aan. „Het is tijd dat Solidarnosc van het toneel verdwijnt”, zei hij.

Ooit telde Solidarnosc ruim tien miljoen leden en was het een symbool van nationale eenheid. Nu lijkt het verworden tot symbool van onderlinge verdeeldheid. „Ik ben moe”, verklaarde Walesa en de herdenking van deze week gaf hem gelijk: het werd opnieuw een partijtje sneren en bekvechten.

Premier Donald Tusk, in de jaren tachtig student en folderend voor Solidarnosc, riep in zijn toespraak het mythische beeld van Solidarnosc in herinnering als zuiverende, collectieve actie: „Waren wij perfect in die dagen? Nee, wij hadden allen onze zwakheden, maar iedereen zag op dat moment vooral het goede in de ander”, sprak de premier, die vervolgens een strijdlied van Solidarnosc in herinnering bracht: „God behoede me voor de haat. Daarmee bedoelden we: behoed me ervoor dat in mij haat wortelschiet.”

Zijn woorden waren ongetwijfeld verzoenend bedoeld, maar kwamen hem niettemin te staan op een fluitconcert. De meeste aanwezigen, (oud)-arbeiders en vakbondsleden, interpreteerden de woorden van de liberale premier – was hij niet een snotneus toen wij hier op de werf staakten? – namelijk als een verwijt aan hun politieke idool, Tusks voorganger oud-premier Jaroslaw Kaczynski. Kaczynski besteeg vervolgens het spreekgestoelte en stak een betoog af, waarin hij zijn overleden tweelingbroer afschilderde als drijvende kracht achter de staking.

Het gehakketak en geruzie bevestigde nogmaals de in Polen vaak gehoorde stelling dat een goede held een dode held is. Boven een graf wordt – zo wil het Poolse spreekwoord – niet geruzied en een dode laat zich makkelijk plooien in deze of gene interpretatie van de geschiedenis. Vooral als hij een verloren strijd heeft gestreden waarbij een ’morele overwinning’ is behaald, kan hij rekenen op een monument en een ereplaats in het pantheon.

In dat opzicht voldoet Kaczynski’s tweelingbroer, de in april verongelukte president Lech Kaczynski, als geen ander aan de voorwaarden. Zijn symbolische dood – was hij niet op weg naar Katyn? – en zijn ’offer voor het vaderland’ – stierf hij niet terwijl hij zijn plicht als president vervulde? – vormen de nieuwe ideologische basis onder Kaczynski’s nationalistisch-katholieke partij ’Recht en Rechtvaardigheid’. „Mijn broer verdedigde het Polen van de arbeiders, het Polen van de moed”, oreerde Kaczynski. „Hij bestreed dertig jaar geleden al ’die groep mensen met bekende namen’ die het plan hadden een compromis te sluiten met de communisten.”

Deze woorden kwamen Kaczynski te staan op felle repliek van een andere held uit de oude doos: „Je vertrapt de nagedachtenis aan je eigen broer”, aldus Henryka Krzywonos, bijgenaamd ’Tramwajarka’, omdat ze in 1980 de weifelende werfarbeiders overtuigde hun staking voort te zetten uit solidariteit met andere stakende bedrijven, waaronder het openbaar vervoer in Gdansk waar zij zelf als eerste haar tram stilzette. ’Tramwajarka’ werd onmiddellijk het middelpunt van een verhit landelijk debat.

Levende helden zijn dus problematisch. Het bijkomende probleem met Solidarnosc is dat ook de vakbond zelf nog springlevend is. Het wereldberoemde symbool en de naam zijn eigendom van de vakbond die in 1989 werd heropgericht en die zoals elke vakbond concrete politieke en economische doelen nastreeft. De vakbond Solidarnosc ontpopte zich de laatste jaren als de knokploeg van Kaczynski, die het ongenoegen vertolkt van degenen die zich sinds de val van het communisme tekort gedaan voelen.

Premier Tusk ziet het huidige Polen als een land waar de idealen van Solidarnosc voor een goed deel zijn gerealiseerd: Polen is een democratisch, vrij en soeverein land, met een vrije markt en stevig verankerd in het Westen. Oud-premier Kaczynski en de vakbond Solidarnosc daarentegen zien het huidige Polen als verraad aan de idealen van vroeger: onvoldoende bescherming van werknemersrechten, grote inkomensverschillen, ongelijke kansen, oftewel een gebrek aan solidariteit.

De paradox daarbij is dat onder de vlag van Solidarnosc vaak relicten uit het communisme worden beschermd. Zo knokt de vakbond voor een grotere rol van de staat, het in stand houden van staatsbedrijven, ook als ze onrendabel zijn, en het behoud van vaak absurde pensioenprivileges waarmee de communistische generaal Jaruzelski in de jaren tachtig strooide om het volk tevreden te houden. Lech Walesa doelde met zijn uitspraak dat Solidarnosc passé is, dan ook op de vakbond. Walesa’s woorden hadden echter – bedoeld of onbedoeld – een wijdere strekking. „Wij worden gegijzeld door het verleden”, verklaarde hij deze week in een tv-interview.

Solidarnosc roept bij Polen heimwee op naar een mythische nationale eenheid. Als de gewone man die het allemaal heeft meegemaakt over ’Solidarnosc’ praat, worden de ogen steevast vochtig: de grote idealen, het geloof met de Poolse paus als baken, het gevoel van saamhorigheid. Dat er in werkelijkheid geen sprake was van eenheid, doet niets af aan dit nostalgische verlangen.

De enige eenheid tussen nationalisten, socialisten, anarchisten, christen-democraten, arbeiders, intellectuelen, studenten, boeren – kortom: iedereen behalve de partijbonzen – was hun gedeelde afkeer van het communistische regime. Solidariteit was een abnormaal bijproduct van een abnormaal systeem. Het gevoel van saamhorigheid was alleen mogelijk dankzij de gemeenschappelijke vijand. Het gevoel van morele zuiverheid was alleen mogelijk dankzij de zwart-wit-situatie van de dictatuur.

Die behoefte aan ’nationale eenheid’ was echter al ouder dan de jaren tachtig. ’Nationale eenheid’ was een droom in een land dat zo lang voor zijn bestaan moest vechten en waar onderlinge verdeeldheid spreekwoordelijk is. Letterlijk: ’Waar twee Polen zijn, zijn drie politieke partijen’. Solidarnosc was ook in dat opzicht de zoveelste romantische opstand der Polen.

En de laatste, want sinds het succes van die opstand werd bezegeld met het lidmaatschap van ’het Westen’, is Polen hard op weg dat Westen in materialisme en consumentisme te passeren. Democratie, welvaart en internet doen hun werk: het homogene Polen, maakt snel plaats voor een pluriforme samenleving. Getuige de meeste onderzoeken zijn de meeste Polen niet ontevreden met dit nieuwe Polen. Alleen blijft het wennen, vooral als alle schijnwerpers weer even op dat ene magische woord gericht worden: Solidarnosc.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden