De ggz zoekt personeel: iemand is beter dan niemand

Beeld Hollandse Hoogte / Marcel van den Bergh

De geestelijke gezondheidszorg verkeert in diepe crisis. Ggz-instellingen drijven op uitzendkrachten en dure zzp-psychiaters. Het personeelstekort leidt zelfs tot calamiteiten met dodelijke afloop, blijkt uit onderzoek van De Groene Amsterdammer en Trouw.

Verzorgende Tonnie (64) moet alles alleen doen. Het is negen uur in de ochtend en in het Haagse psychiatrisch verpleeghuis Dorestad betekent dat spitsuur. In Dorestad verblijven patiënten, die behalve een ernstige chronische psychiatrische stoornis, ook een lichamelijke aandoening hebben. De meesten lijden al tientallen jaren aan hun psychiatrische problematiek, bijna iedereen is ouder dan vijftig. Door de complexe combinatie kunnen deze patiënten niet terecht op een reguliere ggz- of ziekenhuisafdeling.

Verhit hoofd

Op afdeling Icarus, waar Tonnie sinds jaar en dag werkt, staan de 45 patiënten tegelijk op, slikken medicijnen en moeten wassen, aankleden en ontbijten. De meesten kunnen dit niet zelf. Daarom komt het allemaal aan op deze ene vrouw met haar grijze halflange haar en haar ferme passen. Met verhit hoofd beent ze van kamer naar kamer, brengt boterhammen zonder korsten rond en rijdt rolstoelen de gezamenlijke woonkamer in. “Mevrouw A. wordt om tien uur opgehaald met het busje voor een afspraak bij de tandarts!” roept ze in het voorbijgaan  tegen de koffiejuffrouw. “Ik hoop maar dat ze de tijd in de gaten houden”, verzucht ze. ­“Deze mevrouw is altijd zo langzaam met ontbijten.”

Tonnie staat er natuurlijk niet écht alleen voor. Dat weet ze zelf ook, maar zo voelt het wel. Haar collega Merel, de enige andere vaste kracht van deze ochtend, is “een schat, maar wel zwanger en kotsmisselijk”. De rest: een zzp’er, een stagiair en drie leerlingen, van wie eentje pas net aan z’n opleiding verpleegkunde is begonnen.

Ook een verdieping lager, in het kleine ­managementkamertje van Dorestad begint de dag standaard met hectiek. ’s Ochtends komen de eerste ziekmeldingen binnen, zegt manager Debbie. Bij Dorestad, onderdeel van de enorme ggz-instelling Parnassia Groep, staan al ­zeker een jaar vijftien vacatures open. Iedere afmelding leidt tot een kleine crisis. Direct ­beginnen Debbie en haar twee collega’s met appen, mailen en bellen: wie kan een uurtje eerder komen, een paar uur langer blijven?

Weer een zooitje

Als de eigen werknemers geen soelaas kunnen bieden, zetten ze oproepen uit bij zzp-bemiddelaars. Parnassia’s eigen flexbureau heeft alle oproepkrachten meestal al uitgezonden. Eigenlijk moeten de drie afdelingen Icarus, Luzerne en Atalanta elk met zeven man personeel de dag beginnen. Stagiairs mogen niet als volle kracht worden meegeteld, leerlingen wel; zij zijn namelijk in dienst van Parnassia en volgen een leerwerktraject. “Vandaag is het weer een zooitje”, verklaart Debbie. “Icarus zes man, Atalanta zeven, Luzerne viereneenhalf.” En die halve kracht is ‘eigenlijk ziek’.

Dorestad is lang niet de enige met een ­nijpend personeelstekort. Bijna alle ggz-instellingen, zo’n 93 procent, hadden begin vorig jaar vacatures voor zorgpersoneel: in totaal voor 2390 banen. Bovendien is 85 procent van de vacatures in de ggz moeilijk vervulbaar en staat langer dan drie maanden open, blijkt uit onderzoek van Prismant, onderzoeksbureau op het gebied van gezondheidszorg. Driekwart is zelfs zeer moeilijk vervulbaar en staat zes maanden of nog langer open.

Trouw en De Groene Amsterdammer deden de afgelopen maanden onderzoek naar de gevolgen van het personeelstekort in de geestelijke gezondheidsklinieken. We spraken voor dit onderzoek uitgebreid met 75 betrokkenen. Uit onze rondgang langs tien grote ggz-instellingen blijkt dat zij de wanhoop nabij zijn. ­Enkele moesten vanwege het tekort afdelingen sluiten. En dat terwijl vijf jaar geleden de sector nog hard bezig was personeel te ontslaan, vanwege de bezuiniging van 600 miljoen euro die door toenmalig minister Edith Schippers was opgelegd. Patiënten moesten minder in klinieken en vaker thuis worden ­behandeld. Door deze ‘ambulantisering’ werd de patiëntenpopulatie die nog wél in de klinieken geholpen kon worden, veel zwaarder, en ook de vele andere stelselwijzigingen maakten de sector er niet aantrekkelijker op.

Gekkigheid 

Een paar jaar later weten instellingen van gekkigheid niet hoe ze aan geschoold personeel moeten komen. Ze trekken van alles uit de kast om personeel te vinden en te behouden: van aanbrengbonussen tot fijn-dat-je-blijftbonussen en hulp bij het vinden van een baan voor de partner. Om de gaten te dichten, leunen de instellingen zwaar op uitzendkrachten en zzp’ers.

“We willen die zzp’ers liever niet, maar als je de bezetting niet hebt, moet je wel”, zegt ­Jochem van Woerden, personeelsmanager van de Groningse ggz-instelling Lentis. “We zijn er afhankelijk van geworden.” Standaard staan er bij Lentis vijftig vacatures open. En dat zijn cruciale functies als die van psychiater, gz-psycholoog en verpleegkundige. Zijn instelling gaf het afgelopen jaar 6 miljoen euro extra uit aan de inhuur van uitzendkrachten en zzp’ers.

“Je mag rustig stellen dat hetzelfde werk ons op jaarbasis nu een paar miljoen meer kost”, geeft ook bestuursvoorzitter Joep Verbugt van GGzE in Eindhoven toe. Jasper van de Giessen, manager bij Altrecht: “Het staat vast dat dit de markt kapotmaakt: je maakt de zorg alleen maar duurder.” Met name de inhuur van zzp-psychiaters drukt zwaar op de kosten van de instellingen. “Pas hadden we een psychiater nodig voor het weekend”, vertelt Ton Dhondt, bestuurslid van GGZ Friesland. “Die moest uit Amsterdam komen en vroeg zijn reistijd vergoed als werktijd. Schoorvoetend en onder de voorwaarde dat hij in de trein zou werken ga je dan akkoord met een bedrag van 165 euro per uur.”

Tweede keus

De instellingen staan met hun rug tegen de muur, erkennen ze. Roely Molendijk, directeur van Pro Persona, roept uit: “Op een gegeven moment denk je: als er maar een psychiater is. Het maakt bij wijze van spreken niet uit hoe, als het er maar één is”. De recruiter naast haar vult aan: “Of een arts, of een klinisch psycholoog”. Als vacatures wél gevuld worden, is dat lang niet altijd met degene die de werkgevers zochten. Iemand is beter dan niemand, lijkt het devies. Ggz-instellingen namen in 2017 bij meer dan de helft van de ingevulde vacatures genoegen met ‘tweede keuze’, blijkt uit onderzoek van Prismant. De manager van GGzE herkent die houding: “Normaal zeg je: bij twijfel niet aannemen. Nu zeg je af en toe: neem maar aan, hopen dat het goed gaat.”

De gevolgen van het nijpende personeels­tekort zijn veel groter dan algemeen bekend is. Uit een overzicht dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) op ons verzoek opstelde, bleek dat zich de afgelopen anderhalf jaar incidenten met dodelijke afloop voordeden die grotendeels aan het personeelstekort zijn toe te schrijven. Om privacyredenen kan de IGJ niet inhoudelijk op deze gevallen ingaan. Duidelijk is dat bijna altijd meerdere problemen tegelijk speelden, die samenhingen met het personeelstekort.

Zo zijn uitzendkrachten niet altijd op de hoogte van de regels en protocollen van een ­afdeling. Ook de overdracht van wat er op een dag is voorgevallen laat soms te wensen over, als het team voortdurend van samenstelling wisselt. 

Bovendien zijn flexwerkers niet altijd bekend met de zware psychische problematiek van patiënten. Ze werken dan bijvoorbeeld doorgaans in de ouderenverpleging, of komen net van school en hebben nauwelijks ervaring met de patiëntenpopulatie, waardoor ze bijvoorbeeld niet weten hoe ze moeten omgaan met agressie. Verbugt: “Je stoot je kop, dat hebben wij ook gedaan. Die hele arbeidsproblematiek, de incidenten, de onervarenheid, zijn in de hele sector een probleem.”

Onveilig

“Sommige medewerkers voelen zich onveilig door de inzet van flexwerkers”, erkent Anny Hartstra, directeur van de Amsterdamse ggz-instelling Arkin. “Ze vinden het fijn dat er genoeg mensen staan ingeroosterd, maar ze maken zich toch zorgen, omdat ze die mensen niet allemaal kennen. Ze hebben bijvoorbeeld een cliënt die heel onrustig is en dreigt te escaleren, en ze weten niet hoe een flexer in zo’n acute situatie zal reageren. Het idee dat er ­mogelijk iets gebeurt en je niet zeker weet of je goed op elkaar bent ingespeeld, levert heel veel werkstress op.”

Zo neemt de druk op de vaste krachten almaar toe, tot ze besluiten om de sector te verlaten: in 2017 was het verloop in de ggz bijna een op zeven. “Hoe zorg je dat de continuïteit en de kwaliteit van de zorg gewaarborgd blijven?” vraagt Van de Giessen van Altrecht zich vertwijfeld af.

Op die vraag heeft eigenlijk geen van de ggz-instellingen op dit moment een goed antwoord. Het is een vicieuze cirkel, zeggen ze vooral. Molendijk van Pro Persona: “Het is een bekend probleem dat overuren niet meer opgenomen kunnen worden; daar is ­simpelweg geen tijd voor. Onze medewerkers zijn zo bevlogen, ze doen het voor de patiënten. Maar wie denkt: even een tandje erbij, nog even een tandje erbij – die valt gewoon om.”

‘Zorgbeveiligers zijn een soort psychologen’

Niels de Klerk (42) is general manager van beveiligingsbedrijf Secutor Security en coördinator zorgbeveiliging.

Niels de Klerk Beeld Hanne van der Woude

“Goede zorgbeveiligers zijn een soort psychologen. Onze beveiligers hebben een training ­gevolgd over hoe ze moeten ­omgaan met mensen met psychiatrische problemen: je moet kalmer blijven, meer geduld hebben, op gelijk­waardig ­niveau met ­iemand in gesprek gaan. Mensen in de psychiatrie hebben een andere aanpak ­nodig dan aan de deur van de discotheek.

“Wij surveilleren op het terrein van de ggz-instelling en worden ­opgeroepen ter versterking. De verpleegkundigen zijn heel ­bekwaam, hoor, maar ze voelen zich steeds vaker onveilig.

“Als een cliënt bijvoorbeeld agressief is, dan zijn wij er als backup. Of als een suïcidale cliënt dreigt van het gebouw af te springen, proberen wij de omstanders rustig te ­houden. “Soms moeten we toezicht ­houden bij een separeercel, ­iemand bewaken zodat hij niet wegloopt, of een patiënt begeleiden naar doktersbezoek.

“Het is een gat in de markt: als ­beveiligers kunnen wij namelijk ook andere taken uitvoeren, waarvoor de instelling nog een vacature heeft. Zo kunnen we bijvoorbeeld licht ­administratief werk verrichten. Ze proberen ons echt voor ­allerlei klussen in te zetten; we dekken ook de ­tafels als dat nodig is.

“Een tijd geleden vroeg een ­instelling of we medicatie ­kunnen verstrekken. Nee, dat mogen we niet. Maar die vraag heeft ons wel aan het denken gezet. Twee ­beveiligers van ons ­volgen er nu een cursus voor – dat scheelt de instelling straks weer een nachtverpleger.”

‘Ik trof vijf medewerkers als versteend aan’

Martine Gerritsen (40) is psychiatrisch verpleegkundige, deels in vaste dienst, deels zzp’er.

Martine Gerritsen Beeld Hanne van der Woude

“Structuur is voor onze cliënten heel belangrijk. Als ze te veel onduidelijkheid ervaren, zien ze soms geen andere uitweg om ermee om te gaan dan geweld. Dan pakt een cliënt ­bijvoorbeeld een vrieskist op, en gaat ermee gooien. Dat is het ­moment dat de medewerkers op hun alarmpieper drukken. Er ­komen dan meteen collega’s van andere afdelingen om te helpen. Samen proberen we grip te krijgen op de situatie, zonder dat er gewonden vallen.

“In het geval van de vrieskist trof ik vijf medewerkers als ­versteend aan, angst in hun ogen. Begrijpelijk ook; het ­waren jonge mensen, net van school, veelal on­bekende gezichten voor mij. ­Doorgaans gaat één collega de cliënt kalmeren, je probeert hem uit de rode zone te krijgen door rustig het gesprek aan te gaan. De-escaleren noemen we dat. Maar hier zag ik meteen: dit gaan we niet redden. Die collega’s durfden niet op hem af te stappen. Ik heb de ­politie maar gebeld. Er is niemand gewond geraakt.

“Achteraf bleek dat een invalkracht de avond tevoren de ­teugels had ­­laten vieren: de cliënt mocht ­bijvoorbeeld toch naar de winkel, ook al had hij zijn doelen voor die dag niet ­gehaald.

“Zoiets is niet volgens de afspraak, dat veroorzaakt ­onrust. De volgende dag staan er weer andere medewerkers, die de cliënt niet allemaal kennen, en die niet beseffen dat die onrust al sinds de vorige avond doorsuddert. Dan is zo’n uit­barsting heel onverwacht. Dat soort ­gedrag komt in werkelijkheid nooit zomaar uit de lucht vallen.”

‘Ik weet niet wat ik moet doen als een patiënt agressief is’

Noortje den Hartog Jager (23) is uitzendkracht, werkzaam als groepsbegeleider in verschillende klinieken.

Noortje den Hartog Jager Beeld Reyer Boxem

“Regelmatig word ik genegeerd door cliënten, of wil een cliënt mij geen hand geven. Ik snap het ook wel: ze moeten zich steeds weer verhouden tot een nieuw persoon, dat betekent wennen en uitproberen. Een cliënt op de afdeling vraagt bijvoorbeeld aan mij: ‘Mag ik even buiten een rondje lopen?’ Op zo’n vraag heb ik niet direct een antwoord. Ik moet eerst bij mijn collega’s te rade gaan hoe het zit met de vrijheden van die cliënt.

“In maart vorig jaar ben ik afge­studeerd aan de opleiding sociaal-pedagogische hulpverlening. Ik ben toen via een uitzendbureau begonnen als groepsbegeleider in de ggz. Voor mijn eerste werkdag was ik zenuwachtig: ik stond gelijk op een afdeling met forensische patiënten. Sommige mensen daar zijn met een bevel van de rechter gedwongen op­genomen, er zitten ook tbs’ers.

“Ik ben behoorlijk assertief en vraag bij de start van een dienst naar de achtergrond en het ziektebeeld van de cliënten. Maar er is niet altijd tijd om die informatie met mij te delen. ‘Kijk maar waar je tegenaan loopt’, is bij sommige instellingen meer de houding. In principe is het tot nu toe trouwens ­altijd goed gegaan.

“Ik heb nog geen agressietraining gehad. Die geven de instellingen, maar als uitzendkracht kan ik die niet volgen. Het is ­natuurlijk heel belangrijk voor iedereen dat je weet hoe je moet handelen bij een incident. Als er nu een pieper afgaat, blijf ik met een collega op de afdeling. Ik weet in zo’n situatie niet wat ik moet doen.”

‘Werken in de ggz is mooi, maar het vraagt veel van je’

François Moulay (40) is sinds drie jaar groepsbegeleider op zzp-basis bij verschillende instellingen.

François Moulay Beeld Olaf Kraak

“Vandaag stond ik met vier zzp’ers op de afdeling, in drukke tijden zijn het er tien. Zzp’ers zijn een uitkomst. Er is zo’n groot tekort. ‘Cowboys’, zo worden we door sommige collega’s in vaste dienst gezien. Onterecht, als je het mij vraagt.

“Veiligheid in de ggz staat voor mij voorop. Ik heb lang als horecaportier gewerkt, ik heb in de jeugdzorg gewerkt en als fysiek zorgbegeleider. Die ervaring komt mij als groepsbegeleider in de geestelijke gezondheidszorg goed van pas.

“Op de afdelingen zijn fysiek en verbaal geweld aan de orde van de dag. Ik heb een tijd geleden op één dag twee wurgpogingen meegemaakt. Werken in de ­huidige ggz is mooi, maar het vraagt wel veel van je.

“Pas hebben ze gevraagd of ik in vaste dienst wilde komen. Ik heb vooralsnog bedankt. Ik hecht aan mijn vrijheid en werk graag op wisselende afdelingen. Bovendien verdien ik op dit moment een redelijke boterham voor het zware werk dat ik doe.

“Natuurlijk wil je vaste gezichten in de ggz. Maar mijn boodschap is dat een zzp’er ook precies die continuïteit kan bieden die je nodig hebt. Het liefst draai ik dan ook voor een langere periode een opdracht bij een paar afdelingen. Je ziet alleen dat instellingen vaak te lang wachten met het opschalen van een team. En dan is het maar ­afwachten wie je krijgt.”

Verantwoording

Voor dit onderzoek is met ruim 75 ­betrokkenen gesproken. We interviewden medewerkers in vaste dienst bij ggz-klinieken, evenals zzp’ers en uitzendkrachten. We spraken met verpleegkundigen, groepsbegeleiders, beveiligers, verpleegkundig specialisten, psychologen, ervaringsdeskundigen, psychiaters, ­(ex-)patiënten en hun familie. Ook spraken we met vak­bonden en uitzendbureaus. We ­deden een rondgang langs personeelsfunctionarissen van tien grote ggz-instellingen. Ook ­liepen we in totaal een week mee bij twee ggz-instellingen.

Om privacyredenen zijn patiënten geanonimiseerd. Met het management van Dorestad is afgesproken dat medewerkers alleen bij hun voornaam genoemd worden. De achternamen en contactgegevens van medewerkers zijn bij de redactie bekend.

Dit artikel kwam tot stand met financiering van het Fonds 1877.

Lees ook:

Beter imago kan personeelstekort in de zorg terugdringen, denkt de minister

De personeelstekorten in de zorg kunnen zonder Haagse dwang worden opgelost, zo denkt minister Hugo de Jonge.

Personeelstekort nekt verlosafdelingen en leidt tot angst voor bermbevallingen

Het beroep is zwaar, matig betaald en het werk vaak ’s nachts. Verloskundigen geven er daarom steeds vaker de brui aan. De brancheclubs slaan alarm.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden