De gezonde stukjes tellen

De een werkte bij een bank, de ander was huis schilder. Nu wonen ze met gedragsgestoorde kinderen in een therapeutisch gezinshuis. Alleen door intensief contact zijn deze kinderen nog te redden, vinden de medewerkers. Binnen de jeugdzorg denkt niet iedereen er zo over. Bovendien is het moeilijk om geschikt personeel te vinden. Daar om zijn de meeste gezins huizen gesloten, behalve de drie in Friesland.

Elke dag is er wel wat en het kan heftig zijn. Een kind dat een fikkie stookt op zolder of speelgoed stukslaat. Een meisje dat dood wil en schreeuwend uit het raam hangt. Een jochie dat zijn broek naar beneden doet omdat hij denkt dat alle grote mensen uit zijn op seks.

Sneek, een rustige nieuwbouwwijk, een tuinhekje, twee rijtjeshuizen, planten in de vensterbank, een zit hoek, een eethoek. Hier wonen zes getraumatiseerde kinderen met vier begeleiders, als er tenminste genoeg personeel is. De kinderen zijn tussen de vier en tien jaar als ze het zogeheten therapeutisch gezinshuis binnenstappen. Hun gedrag is door jarenlange verwaarlozing en mishandeling zo gestoord dat instellingen voor jeugdzorg en pleegouders niets met hen konden beginnen. De begeleiders in het huis zijn geen hulpverlener van beroep. Toch nemen zij behalve de verzorging ook de behandeling van de kinderen voor hun rekening.

Toen Lisa voor de tweede keer met een botbreuk in het ziekenhuis belandde, kwam het uit: ze werd geslagen door haar moeder en niet zo'n beetje ook. Haar vader was meestal de hort op, als hij niet in de bajes zat. Zelf kwam ze zelden buiten.

Lisa, destijds vijf jaar oud, ging naar een crisispleeggezin. Maar een pleegmoeder verdroeg ze niet en ook bij de rest van het gezin voelde Lisa zich verre van veilig. Ze jatte en schold iedereen uit. ,,Kankerhoer!'

Nu woont ze bijna twee jaar in een therapeutisch gezinshuis. Er zijn er drie in Nedeland, twee in Sneek en een in het naburige Wommels. Kinderen die zich aan niemand meer durven te hechten kunnen daar ervaren dat er ook volwassenen bestaan die wél te vertrouwen zijn. Zonder vertrouwen in andere mensen, is de achterliggende gedachte, kan een kind zich niet ontwikkelen en zal het onhandelbaar blijven.

Eén vaste volwassene zorgt voortdurend en onvoorwaardelijk voor het kind en dat is binnen de hulpverlening uniek. Lisa's verzorgster heet Bea van het Goor (38). Ze werkte negentien jaar bij de ABN Amrobank toen ze haar leven een draai gaf. Ze was gescheiden en haar broer was overleden. Dat veranderde haar, en ze werd als vrijwilligster actief in de opvang van daklozen en verslaafden.

Een betaalde baan in de hulpverlening leek niet haalbaar omdat ze geen opleiding had. ,,Toen kwam ik dit tegen in een advertentie', vertelt Van het Goor in de achtertuin van haar huidige werkplek. Er staat een zandbak en in een ren op het gras zit een konijn.

In en rond de woning is het stil, de drie kinderen die er momenteel verblijven zijn naar school. Door een personeelstekort is het huis de laatste maanden onderbezet. Er hing zelfs sluiting in de lucht van één van de drie woningen. ,,Maar onlangs hebben we weer twee nieuwe medewerkers gevonden', zegt Christien Schnater, behandelcoördinator van de Stichting Jeugdzorg Friesland.

In de therapeutische gezinshuizen werkt men op basis van de Browndale-methodiek. In 1973 werd in Nederland het eerste Browndale-huis geopend, naar voorbeeld van zulke huizen in Canada. Daar waren ze gesticht op initiatief van John Brown, uit verzet tegen de gesloten bolwerken van de psychiatrie. Brown vond dat ook kinderen met psychiatrische problemen recht hebben op een zo normaal mogelijk leven.

Onder meer in Amsterdam, Rotterdam, Uden, Gorkum en in Bolsward vond dit idee weerklank. Maar inmiddels zijn alle huizen dicht, op die in Friesland na. Blijkbaar lukte het elders niet meer om mensen te vinden die dit een paar jaar willen doen, zegt Schnater, die zelf in de jaren tachtig in een gezinshuis werkte.

Ook speelde mee dat elk huis vroeg of laat opging in een grotere organisatie. ,,Sommige leidinggevenden vonden het niet van deze tijd om zo intensief met patiënten op te trekken, dat kon je toch niet van mensen verlangen. Of ze vonden dat je kinderen met een hechtingsstoornis niet te dicht op de huid moet zitten, daar zouden ze helemaal niet tegen kunnen. Volgens diegenen moet je een dergelijk kind alleen structuur bieden en niet de nabijheid van een exclusieve relatie.'

Andere woonvormen deden hun intrede. Zoals 'leefgroepen' met roulerende begeleiders die na acht uur werken gewoon naar huis konden. Alleen de Friese huizen bleven overeind. Lang leidden ze een teruggetrokken bestaan, zonder veel bemoeienis of belangstelling van buitenaf. Financieel was het knokken. De medewerkers op kantoor naaiden van restjes stof gordijnen, vertelt Schnater.

Maar nu de gezinshuizen sinds een paar jaar onder de Stichting Jeugdzorg Friesland vallen, is er meer openheid. Er werd onderzoek gedaan naar de Browndale-benadering. ,,En ineens liepen er managers binnen die zeiden: jullie moeten eens leren wat meer geld uit te geven.'

De Browndale-methodiek is in de loop van de tijd aangevuld met nieuwe inzichten op het gebied van trau maverwerking en hechtingsstoornissen. Schnater: ,,Toen ik in een gezinshuis werkte dacht je nooit aan seksueel misbruik als oorzaak. Nu weten we van de meeste kinderen die we opnemen dat ze misbruikt zijn.'

Iemand die - voor tweeënhalf jaar - in een gezinshuis wil werken, hoeft niets af te weten van gedragsgestoorde kinderen. Hij of zij moet in de eerste plaats mentaal sterk zijn. ,,Deze kinderen kunnen het slechtste in je naar boven halen en bovendien is het voor hen een ramp als wéér een verzorger afhaakt. Een begeleider moet een stabiel mens zijn en zichzelf goed kennen.' Zo konden laatst een huisschilder en een loodgieter aangenomen worden als nieuwe krachten. De benodigde inzichten en vaardigheden krijgen de medewerkers bijgebracht door een groep deskundigen die van buitenaf de gang van zaken volgt.

Een onderdeel van de therapeutische aanpak is dat elk nieuw kind - er staan er altijd wel vier, vijf op de wachtlijst - eerst twee maanden wordt geobserveerd. Het hoeft zich dan nog niet te houden aan de regels in huis en krijgt tijdelijk geen medicijnen. ,,Op die manier willen we erachter komen welke stukjes van het kind nog gezond zijn', legt Schnater uit. ,,Want die gezonde stukjes zijn onze aanknopingspunten.'

Lisa bleek geen enkele grens te kennen, vertelt Bea van het Goor. Ze kon heel vrolijk zijn maar was grof in de mond, liep weg, verstopte zich, wees iedereen af, verziekte de sfeer. ,,Dat zie je deze kinderen vaak doen: een negatieve reactie uitlokken, omdat ze daarmee bekend zijn.'

Na twee maanden was de volgende stap: het opbouwen van een 'één-op-één-relatie'. Dat begon met een zesdaagse fietstocht van Sneek naar Limburg, waar de groep vier weken primitief ging kamperen. ,,Ik heb haar bijna de hele weg geduwd', vertelt Van het Goor. In het kamp klom Lisa elke avond in een boom. ,,Uit angst om naar bed te gaan.' Maar na een aantal maanden zocht ze steeds meer toenadering en nam ze het voor haar verzorgster op tegenover de andere kinderen. Ze sliepen op één kamer. ,,En ze deed staartjes in haar haar, omdat ze wist dat ik het belangrijk vind dat ze er goed uitziet.' Ook de voogd van Lisa merkte vooruitgang.

,,Bij de overgrote meerderheid ontstaat binnen een jaar iets van wederkerigheid in het contact', zegt Schnater. Lukt dat niet, blijft een kind in verzet, dan hebben we in elk geval een goed beeld. Wij zijn het zwaarste adres, maar soms is dit toch niet de oplossing. Dan gaat een kind naar een tehuis.'

Overdag bezoeken de kinderen met een van de inwonende volwassenen een speciaal activiteitencentrum van de stichting. Een gewone school is te bedreigend en het niveau is daar te hoog - veel verwaarloosde kinderen hebben ook een cognitieve achter stand. De meeste kinderen zijn bovendien faalangstig. Daarom zet de docente altijd grote krullen in de schriften. Zodra het beter gaat wordt een echte school gezocht.

De therapeutische behandeling van de kinderen is ingebakken in de dagelijkse activiteiten in huis, waarbij volwassenen steeds het goede voorbeeld geven en zo een 'hulpego' zijn. Ook praten ze over de problemen die er zijn geweest, soms met de ouders erbij, die elke drie weken op bezoek kunnen komen. Verder proberen ze op speelse wijze een kind zelfvertrouwen te geven en het weerbaar te maken.

Voor Bea van het Goor zit het werk er over een aantal maanden op. Het was leerzaam, zegt ze, en ze kon het goed aan maar ze is blij dat het straks afgelopen is. ,,Vooral het zorgen is erg zwaar. Alles - aankleden, tandenpoetsen - duurt verschrikkelijk lang. En je moet de kinderen de hele dag op gang houden, want zichzelf vermaken kunnen ze niet.' Een privé-leven had ze nauwelijks. Ze verheugt zich op een maand reizen en op de opleiding maatschappelijk werk waarmee ze daarna begint.

Moeilijk vindt Van het Goor het wel om de nauwe band met Lisa te verbreken. Zeker nu ze merkt dat die zich door het naderende afscheid onzeker voelt en soms weer haar lastige gedrag vertoont. Lisa zal naar een pleeggezin gaan, zoals de meeste kinderen die een paar jaar in het huis hebben doorgebracht. De begeleidster houdt haar hart vast, erkent ze: ,,Ik hoop dat ze daar in haar waarde wordt gelaten, zichzelf mag zijn'. Ze is wel van plan contact te houden. ,,We zijn heel close. Daar zet je niet zomaar een punt achter.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden