De gezelligheid in een seniorencomplex kan flink tegenvallen

Seniorencomplexen moeten de zelfredzaamheid van een groep stimuleren. Beeld Hollandse Hoogte / Peter Hilz

Veel ouderen kiezen voor een leven in seniorencomplexen, voornamelijk om de gezelligheid. Maar dat valt soms flink tegen, merkten onderzoekers. 'Bruisen gaat niet vanzelf.'

Een opkikker voor hun sociaal leven is waar ouderen op hopen als ze verhuizen naar een seniorencomplex. Maar contact leggen met nieuwe buren en dat vervolgens onderhouden blijkt lastig. Schroom en sluimerende conflicten staan in de weg.

Netty van Triest en haar onderzoeksteam zagen ouderen tobben. En ze dachten hun een oplossing te kunnen bieden. Een jaar lang legden Van Triest, projectleider bij Platform 31, samen met collega's van Aedes-Actiz, kenniscentrum voor wonen en zorg, het oor te luisteren bij ouderen in een tiental seniorencomplexen.

Van Triest: "Vaak heten die eufemistisch 55-pluscomplexen, maar de meeste bewoners zijn 70-plus." Het zijn woongemeenschappen met een ontmoetingsruimte, een gezamenlijke tuin, met 70 tot 90 drempelloze appartementen, maar zonder verpleging of verzorging.

"Ons doel was bewoners een methode aan te reiken waarmee ze zelf aan de slag konden. Als we ze goed uitrusten, dachten we, lukt het ze vast om elkaar te leren kennen, zodat ze op den duur een beroep op elkaar kunnen doen. Aan het einde van het onderzoek zijn we daarop teruggekomen."

Aan enthousiasme ontbrak het de bewoners niet. Die verlangen erg naar contact en naar leven in de brouwerij, bang als ze zijn om op hun oude dag te vereenzamen. Van Triest: "Maar bruisen gaat niet vanzelf, merkten we." Wil je het vuurtje brandende houden, dan is daar 'stut en steun' van een professional voor nodig, zag ze.

Faalangst

Waarom? Omdat er vaak irritaties broeien of conflicten borrelen die bewoners onderling niet kunnen oplossen, zegt Van Triest. "Er is bijvoorbeeld een activiteitencommissie en mensen vinden de trekker veel te dominant. Die wil maar niet afstappen van het jaarlijkse uitje, terwijl zij liever niet één grote activiteit, maar vele kleintjes zouden organiseren. Maar niemand durft dat te zeggen."

En steek je kop maar eens boven het maaiveld uit als je toevallig in een complex woont waar roddelen heel gewoon is, en alles negatief tegemoet wordt getreden, zegt Van Triest. Vooral omdat veel bewoners al faalangstig zijn. 'Iets met anderen organiseren, waar begin je dan? Dat kan ik helemaal niet', denken ze. Voeg daarbij dat veel ouderen in de complexen niet helemaal fit meer zijn en dus beperkt in hun doen, en van het zo gewenste bruisende gemeenschapsleven komt niet veel terecht.

Gezocht daarom, concluderen de onderzoekers: een entertainer, maatschappelijk en opbouwwerker die schwung brengt, individuele problemen oppikt en in de gaten houdt wat de gemeenschap nodig heeft. "Iemand bij wie bewoners hun nood kunnen klagen, die bemiddelt en die ze vooral op weg helpt om verder te komen dan alleen zwaai-contact." Gisteren presenteerden ze die conclusie aan bewoners van de deelnemende complexen en aan de corporaties die ze beheren.

Investeren

"Heikel punt is: wie betaalt die kracht", zegt Van Triest. De visie van de overheid is dat ouderen zelfredzaam moeten zijn. We leven in een participatiemaatschappij, aldus de onderzoekster. Het idee is dat burgers waar mogelijk elkaar helpen en zo min mogelijk een beroep doen op professionals. Dus mogen woningcorporaties sinds de nieuwe Woningwet nog maar 125 euro per woning per jaar aan leefbaarheid besteden. En gemeentes, zegt Van Triest, die vroeger hun potje voor welzijnswerk aanspraken om eenzaamheid onder ouderen aan te pakken, zijn nu veel terughoudender.

Toch is het in beider belang om te investeren, vindt ze. Want lukt het de bewoners in die complexen om een netwerk op te bouwen, omdat er een clubje van muziekliefhebbers is of omdat ze hun eigen club van filmfans kunnen beginnen, dan komt die zelfredzaamheid van ouderen echt in zicht. "Aan eenzaamheid kunnen we wat doen. Niet via de zorg, maar via opbouw van een netwerk."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden