De gewoonste ster was nog bijzonder in het infrarood/ASTRONOMIE

Bittere debatten, mooie ontdekkingen: tien jaar na de lancering van de Nederlands/Amerikaans/Engelse satelliet IRAS zijn de parels wel uit de brei met gegevens gehaald. Een Europese satelliet, ISO, moet over anderhalf jaar de infraroodsterrenkunde weer spannend maken.

BAS DEN HOND

Het is morgen tien jaar geleden dat IRAS werd gelanceerd. Sindsdien doen astronomen van allerlei pluimage regelmatig een greep in het enorme gegevensbestand dat deze Amerikaans/Nederlands/Britse infraroodsatelliet in de achttien maanden van zijn werkzame bestaan verzamelde. Zo algemeen worden de IRAS-waarnemingen gebruikt, dat zelfs de in de wetenschap zo heilige bronvermelding in een voetnoot er meestal bij inschiet:wie IRAS in de tekst genoemd ziet, weet al genoeg.

IRAS betekende voor sommige astronomen ontsnapping uit een donker hok: wie om wat voor reden dan ook zijn zinnen had gezet op waarnemingen in het infrarood, dus met licht met een langere golflengte dan zichtbaar rood licht, werd tot dan toe zwaar gehinderd door de aardse atmosfeer. Alleen vanaf hoge bergtoppen of vanuit hoogvliegende ballonnen kon enigszins naar dit voor het oog onzichtbare licht, uitgezonden door materiaal dat koeler is dan sterren, worden gezocht.

IRAS veranderde dat: de detectoren in de satelliet tastten in anderhalf jaar heel de hemel af en leverden de sterrenkundigen een grabbelton vol sterrenkundige informatie.

Tien jaar later zijn volgens Habing "de parels er wel uit" . Al kun je nooit weten wat voor moois er nog achter een van de vele bronnen in de IRAS-catalogus schuilt.

Meer dan bronnen aanwijzen kon IRAS niet. De satelliet was niet bruikbaar als telescoop waarmee in detail naar een hemellichaam werd gekeken. Niemand zou daar ook iets aan gehad hebben, want het was nog onbekend waarop je de telescoop zou moeten richten. Een ster die er in zichtbaar licht opvallend uitziet, is vast wel interessant om in het infrarood te onderzoeken, maar het echte nieuws schuilt misschien in het infrarood van een schijnbaar gewone ster.

Dat bleek bijvoorbeeld bij een van de eerste waarnemingen van IRAS, die eigenlijk alleen werd gedaan om de instrumenten goed in te stellen. Daarvoor werd een ster genomen waarmee niets aan de hand was, en waarvan de sterrenkundigen de helderheid in het infrarood dus goed dachten te kennen. Die ster was Wega, in het sterrenbeeld Lier.

Korte tijd later werd wereldkundig gemaakt dat Wega een 'infraroodexces' had, een overmaat aan deze straling, en naar later bleek om een sensationele reden: Wega, en andere jonge, schijnbaar gewone sterren zoals Beta Pictoris (foto), hebben een schijf van stof om zich heen die waarschijnlijk een planetenstelsel in wording is.

Die planetenstelsels werden uiteindelijk met veel kunst- en vliegwerk waargenomen door dergelijke sterren met optisch licht te fotograferen. De taak van IRAS is het de afgelopen tien jaar geweest, bronnen aan te wijzen die zo'n inspanning waard zijn.

Ook in het infrarood zouden sterrenkundigen nu graag met meer precisie willen kijken. Ze zullen het over anderhalf jaar pas kunnen, wanneer de Europese satelliet ISO, het Infrared space observatory, wordt gelanceerd.

Habing is zowel bij de bouw van IRAS als van ISO betrokken geweest. Bij ISO is hij een van de vier mission scientists, astronomen die op persoonlijke titel in de adviescommisie die de bouw begeleidt, de belangen van de 'gewone sterrenkundigen' behartigen. Daarnaast zitten in die commissie vertegenwoordigers van de principal investigators, de instituten die de vier instrumenten aan boord van de satelliet bouwen. Daaronder is het Laboratorium voor ruimteonderzoek in Groningen, onderdeel van de Stichting ruimteonderzoek Nederland. Uit Groningen krijgt ISO een spectrograaf mee, een instrument dat de verdeling van het infrarode licht over verschillende golflengten onderzoekt.

ISO is een volledig Europese onderneming. Alleen op het gebied van grondstations leveren de Amerikanen en Japanners medewerking, in ruil voor waarneemtijd met de telescoop. Habing is daar op grond van zijn ervaringen met IRAS wel tevreden mee, want hoe blij iedereen ook was met de resultaten van IRAS, de samenwerking met de Amerikanen was voorafgaand aan de lancering minder dan soepel.

"IRAS moest de opvolger worden van ANS, de Astronomische Nederlandse satelliet. De Nasa moest hem lanceren, maar toen we met hen contact opnamen, bleek dat ze daar net bezig waren met plannen voor een dergelijke satelliet. Toen werd besloten de plannen samen te voegen."

"Er kwam een commissie waarin vertegenwoordigers van allerlei Amerikaanse groepen en de Nederlanders zaten. Het werkte wel, over fundamentele dingen waren we het eens, maar er zijn toch heel wat bittere debatten gevoerd. Ze hadden bijvoorbeeld niet het idee dat wij hen over infrarooddetectie veel zouden kunnen vertellen. Dankzij het militaire onderzoek hadden de Amerikanen altijd een paar jaar voorsprong op anderen."

Wat de Nederlanders in plaats daarvan inbrachten, was ervaring met grootschalige gegevensverwerking, bijvoorbeeld opgedaan met de radiotelescoop in Westerbork.

Een van de onderwerpen waar wel eenstemmigheid over bestond, was dat de gegevens van IRAS snel openbaar zouden worden gemaakt. Habing: "Je kunt ook beslissen dat een team een instrument bouwt, de gegevens krijgt en ze uitwerkt. De grote Palomar-telescoop is daar een voorbeeld van, dat is een kleine, besloten club. De andere manier is die van de ESO, het European southern observatory: de sterrenwacht in Chili is voor iedereen, die wordt democratisch gedreven. Wat een beter systeem is, is niet zonder meer duidelijk."

"Bij satellieten heb je altijd een sterke druk om het democratisch te houden, omdat het zo duur is. Daarom is het met IRAS ook zo gegaan. Natuurlijk kregen de teams die de instrumenten bouwden wel een paar maanden voorsprong, om als eerste met publicaties te kunnen komen. Maar daarna leverde je iedereen die wilde hele pakken gegevens. Het was gewoon een koud buffet."

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden