'De gevangenis is achterhaald'

Langer en strenger straffen is de tendens. Wie dat bepleit, weet niet waar hij het over heeft. Rein Gerritsen weet dat wel: hij zat zelf in de bajes. Volgens de filosoof kunnen we een voorbeeld nemen aan de Scandinavische landen.

Als het aan filosoof Rein Gerritsen ligt, wordt de Nederlandse gevangenis zo snel mogelijk opgeheven. Althans in de vorm zoals wij die kennen.

Omdat het instituut gevangenis in de praktijk bijna al zijn zo nobel ogende doelen voorbijschiet. En omdat de gevangenis een uiting zou zijn van wat de schrijver György Konrád het 'Auschwitz-syndroom' noemde - een proces waarin het individu absoluut onderworpen wordt aan de staat.

Een provocatie van een verbitterde ex-gedetineerde om toch al angstige burgers eens extra de stuipen op het lijf te jagen? Een erudiete poging om zelf in de slachtofferrol te kruipen? Of een doorleefd, doordacht en dringend advies van iemand die als geen ander weet waarover hij spreekt? Die zich bovengemiddeld hartstochtelijk inzet voor ieders maatschappelijke veiligheid? En als 'forensisch filosoof' eens verder kijkt dan onze neus lang is?

In zijn pas verschenen boek 'Filosoof in de bajes' probeert Gerritsen in elk geval de lezers ervan te overtuigen dat de gevangenis in ons strafrecht op dit moment nauwelijks meer een zinnig doel dient - integendeel.

Dus u wilt de gevangenissen opheffen.
"Ja. Dat wil zeggen: het instituut zoals dat nu bestaat. De manier waarop wij het hier hebben ingericht, is volgens mij een recept voor rampspoed. Uit een onderzoek van Jos Verhagen uit 2011, 'Gedetineerden ontmaskerd', blijkt dat 80 procent van de mensen die wij jaarlijks opsluiten in de gevangenis, daar bijvoorbeeld al helemaal niet thuishoort. Dat gaat om mensen die door een lage opleiding, een heel laag zelfbeeld of een traumatische achtergrond op een gegeven moment met de wet in aanraking zijn gekomen.

Neem de Wet Mulder-klantjes: mensen die een verkeersboete niet hebben betaald. Je hebt bijvoorbeeld een boete van laten we zeggen 150 euro, je kijkt er even niet naar en voor je het doorhebt is het 1800 euro. Die mensen - 25.000 per jaar - worden naar de gevangenis gestuurd en gecriminaliseerd.

Ander voorbeeld: we geven een jongen onder druk van de publieke opinie de maximale straf, omdat hij doorrijdt na een dodelijk ongeluk. Dat mag natuurlijk niet, ik zeg niet dat daar geen sanctie op moet staan. Maar ik vind dat zo'n jongen niet in de gevangenis hoort. In Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld wordt zoiets in de context van herstelrecht behandeld. Daar was een triest geval van een man die bij het achteruit inparkeren niet zag dat daar een klein jochie was. Dan wordt daar samen met de familie gekeken naar de vraag: wat kan ik doen om jullie verdriet te verminderen? Zo stel je de burger zelf verantwoordelijk voor zijn handelen. Hier in Nederland hebben we de illusie dat het Openbaar Ministerie, de staat, het wel allemaal voor ons zal regelen. Als slachtoffer heb je daar nauwelijks invloed op.

Het is een misvatting dat zware gevangenisstraffen het gevoel van veiligheid dienen. Stel, iemand krijgt twee jaar voor een geweldsdelict. Na die twee jaar, als de dader weer vrijkomt, is het slachtoffer weer bang. Dat is dus geen oplossing. Meer zin heeft wat de Stichting Slachtoffers en Daders doet: die brengt slachtoffers en daders van vergelijkbare delicten met elkaar in contact.

Het slachtoffer denkt meestal dat het delict tegen hem persoonlijk was gericht, maar uit het contact met een dader blijkt vaak dat het een gelegenheidsdelict was, dat het niet om jou ging. Je ziet dan een enorme opluchting bij de slachtoffers.

Zo ben je op weg naar een herstel van recht. De daders moeten natuurlijk wel een geweten hebben dat hun ingeeft dat ze iets moeten terugdoen. Maar de meeste daders beseffen heus wel dat ze over de schreef zijn gegaan. Je moet ze de gelegenheid geven om dat goed te maken. Dat is heel iets anders dan onverdiend leed ongedaan willen maken, dat kan namelijk op geen enkele manier. Je kunt iemand ophangen, je kunt iemand vierendelen, maar het leed blijft aangedaan. Een gevangenisstraf moet je alleen toepassen in heel extreme gevallen. Je maakt er namelijk niets mee goed, je voegt er alleen maar leed mee toe."

Maar daarvoor is de gevangenis toch ook bedoeld? Om af te schrikken?
"Dat preventiedoel is een wassen neus. Als de gevangenis zou moeten afschrikken, dan moet je weten wat er in de gevangenis plaatsvindt. Maar dat onttrekt zich aan het zicht, de moderne gevangenissen zien er aan de buitenkant heel beschaafd uit. Volgens de wet is de vrijheidsbeneming zelf de straf, de vergelding. Maar ondertussen worden gevangenen systematisch psychisch onder druk gezet. Lucia de Berk (de verpleegkundige die in 2003 werd veroordeeld tot levenslang wegens vijf moorden maar in 2010 werd vrijgesproken nadat was aangetoond dat haar 'slachtoffers' een natuurlijke dood waren gestorven) beschrijft in haar boek dat er vlak achter de gevangenis een zwembad ligt, waarvan de gedetineerden de geluiden kunnen horen. Die vrouwen hebben het daar onbeschrijfelijk moeilijk mee. Misschien was het niet bewust zo gebouwd, maar er wordt vervolgens geen rekening mee gehouden. We weten het niet en we willen het niet weten. We vinden het kennelijk wel goed zo.

Ik was ten tijde van mijn detentie in de Rode Pannen, het Huis van Bewaring in Veenhuizen, nog jong: 26, 27 jaar. Laatst was ik daar na dertig jaar terug. Dat was heel confronterend. Ik besefte: als dit me nu weer zou gebeuren, zou ik het niet overleven. Psychisch niet, lichamelijk niet."

In eerdere boeken en interviews heeft Gerritsen zijn ervaringen beschreven met gewelddadige gevangenisbewaarders, een sadistische gevangenisdirecteur, het overdadige gebruik van de isoleercel en wat dat met een mens doet.

Gerritsen: "Martelpraktijken, zegt u? Dat woord gebruik ik niet, dat ligt juridisch gevoelig. Ik noem in mijn boek alleen maar gevallen waar jurisprudentie over is. Het ergste van wat ik zelf heb meegemaakt was misschien wel de cultuurshock, die vernietigde in één klap je vertrouwen in de rechtspraak. Anderzijds heeft het me sterk gemotiveerd om het te willen veranderen. Een misdaad jegens een misdadiger blijft immers nog altijd een misdaad."

U heeft het in uw boek over het Auschwitz-syndroom. Auschwitz? Pardon?
"Begrijp me goed: ik vergelijk de Nederlandse gevangenissen in geen enkel opzicht met Auschwitz. Het gaat mij om een manier van denken die György Konrád het Auschwitz-syndroom noemt; Primo Levi zegt overigens ongeveer hetzelfde. Door een complex groepsdynamisch proces kunnen mensen absoluut zeker weten dat ze het goede doen en blind worden voor het kwaad dat ze aanrichten, zelfs die verantwoordelijkheid niet meer kunnen voelen. Als je mensen onder grote druk in een zwart-witsituatie plaatst, dan hoef je ze niet eens meer instructies te geven, dan laten zelfs de gewoonste mensen zich verleiden tot het kwaad.

Dat blijkt uit het beruchte Stanford Prison-experiment uit 1971, waarbij willekeurige studenten in de rol van bewakers veranderden in sadisten jegens hun 'gedetineerde' collega-studenten. Dat blijkt uit de martelpraktijken door Amerikaanse bewakers in de Aboe Ghraib-gevangenis in Irak.

Ik heb een straf gekregen en die was terecht, daar protesteer ik niet tegen. De meeste gevangenen weten dat ze de wet hebben overtreden en dat ze daarvoor aangepakt worden. Maar het is de manier waarop. Officieel is een bedoeling van de gevangenis dat je er als beter mens weer uitkomt, maar dat resocialisatiedoel is in de praktijk allang opgegeven.

Zo'n nieuwe, Amerikaanse megagevangenis als in Zaanstad is daar zelfs helemaal op ingericht: meerpersoonscellen, 23 uur per dag op cel, versoberd regime. Opleiding is geen recht meer, maar onderdeel van een systeem van beloning of straf.

Zo'n prikkelarme omgeving leidt tot een enorme detentieschade, daar maak je mensen echt niet beter van. En net als alle landen die de Amerikaanse aanpak volgen, zitten we sinds jaar en dag met een recidive van 70 procent. Dat leidt niet tot een samenleving waarin uw en mijn kinderen veiliger naar school kunnen lopen.

Als je de gevangenis gaat inrichten zoals Teeven dat nu wil, dan voorspel ik dat we binnenkort net als in de negentiende, begin twintigste eeuw weer te maken krijgen met het beruchte verschijnsel van de gevangenispsychose: hallucinaties, desoriëntatie, geheugenverlies, identiteitsverlies. Plus een stijgend aantal zelfmoorden, hoge recidive en alleen nog maar meer slachtoffers. Dat is een peperduur systeem, zowel financieel als maatschappelijk. Als je met PVV'ster Fleur Agema zegt: laat de gevangenen maar in een rothol creperen, bedenk dan dat de mensen die erin moeten werken er ook een tik van mee krijgen. Wat dacht u wat dit doet met bewaarders? Qua ziekteverzuim? Alcoholisme? Echtscheidingen? Zelfmoordcijfers? Wist u dat de gemiddelde gevangenismedewerker in Amerika maar 59 wordt? Daar staat gewoon niemand bij stil."

Hoe moet het volgens u dan wel?
We zouden serieus moeten kijken naar het Scandinavische gevangenismodel. Daar lijkt binnen de gevangenis het leven zoveel mogelijk op het leven van alledag. Mensen gaan daar aan het werk, tegen een normale beloning, ze volgen een opleiding, doen boodschappen, koken samen eten. Met als resultaat een recidive van maar 20 tot 30 procent. In Noorwegen is nog wel een aantal zwaarbeveiligde gevangenissen, waar gedetineerden in cellen zitten. Maar dan nog wordt er van alles aan gedaan om ze te resocialiseren.

En we moeten meer wetenschappelijk onderzoek doen naar de daadwerkelijke effecten van gevangenisstraffen. Gelukkig weet ik inmiddels dat het meeste gevangenispersoneel - bewaarders, teamleider, directeuren - de huidige praktijk ook afschuwelijk vindt. Ik ben bijvoorbeeld heel blij dat Bart Molenkamp, de gepensioneerd directeur Gevangeniswezen, de inleiding voor 'Filosoof in de bajes' heeft geschreven. Dat is trouwens de eerste keer in de geschiedenis dat een ex-gedetineerde en een gevangenisdirecteur het op schrift met elkaar eens zijn."

De doelstellingen van het instituut gevangenis
Veiligheid

De gevangenis beveiligt de maatschappij tegen gevaarlijke individuen

Preventie

De dreiging van een (volgende) gevangenisstraf houdt mensen op het rechte pad

Resocialisatie

In de gevangenis kan de gedetineerde werken aan een succesvolle terugkeer in de samenleving, bijvoorbeeld door scholing, werkervaring of therapie

Genoegdoening

Gevangenissen dragen bij aan het gevoel van recht en genoegdoening

Wie is Rein Gerritsen?
Rein Gerritsen (1959) is filosoof, maar dat ging niet vanzelf. Afkomstig uit een gebroken gezin en ongedoopt naar een katholiek internaat gestuurd, raakt hij op 22-jarige leeftijd zwaargewond als hij een auto-ongeluk veroorzaakt, waarbij zijn moeder en halfbroer omkomen. Hij raakt psychotisch, vindt 'onderdak' in het criminele milieu en wordt na een gewapende bankoverval in 1985 veroordeeld tot psychiatrische dwangverpleging en zes jaar gevangenisstraf - na gratiëring werd dat tweeënhalf jaar.

Tussen de detenties door gaat hij filosofie studeren, wat een groot therapeutisch effect blijkt te hebben. Vooral het werk van de Amerikaanse pragmatist, godsdienstpsycholoog en geëngageerde intellectueel William James (1843-1910) spreekt hem aan, omdat die de vraag 'Wat maken wij van dit leven?' centraal stelde.

De laatste jaren heeft Gerritsen zich geprofileerd als forensisch filosoof. Hij bestudeert de opvattingen en misverstanden over ons strafrechtsysteem en gevangeniswezen. Eerder verschenen van hem het autobiografische 'Knock-out' (2009) en '13 ongelukken' (2012). Zijn jongste boek 'Filosoof in de bajes' is een bundel essays over het nut van gevangenisstraf.

Rein Gerritsen: Filosoof in de bajes. ISVW, Leusden; 256 blz. euro 24,95

'Onze gevangenissen zijn een recept voor rampspoed'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden