De gevaarlijke retoriek van Rick van der Ploeg

De auteur is medewerker van de stichting Natuur en Milieu.

THOMAS VAN SLOBBE

Van der Ploeg schroomt niet te claimen dat hij 'de realiteit' verwoordt (versus de 'utopieën' van zijn tegenspelers in het debat). Voor een politicus getuigt dat van een gevaarlijke retoriek. Het suggereert dat we maar één weg te gaan hebben en sluit andere, nieuwe zienswijzen bij voorbaat uit.

Markteconomen past een zekere bescheidenheid. Het feit dat de markteconomie zich wereldwijd heeft bewezen als het krachtigste sociaal-economische instrument van deze tijd, doet daar niets aan af. Het is in zekere zin immers een 'blind' instrument, een voetzoeker soms die zonder enige sturing zijn weg vindt in de geschiedenis van de zich immer ontwikkelende mensheid.

Markant is dat het begrip van welvaart, toch de centrale variabele van de economie, zich nog nimmer in het gelijk van Van der Ploeg c.s. heeft laten vangen. De econoom Jan Pen heeft het vak daarom ooit vergeleken met een kokoskrans: een vak met een gat er in.

Bescheidenheid past markteconomen ook, omdat ook de huidige neo-liberale orde geen oplossing heeft voor de grote problemen van deze tijd: de vergaande aantasting van de natuur en het ontbreken van reëel perspectief voor grote delen van de wereldbevolking. De inzet van economische instrumenten, zoals de ook door Van der Ploeg voorgestelde verschuiving van belastingen op arbeid naar belastingen op kapitaal en vervuilende activiteiten, is weliswaar zinvol maar onvoldoende.

Gelukkig zijn de harde wetten van de markteconomie (“onvermijdelijk”, zegt Van der Ploeg) zo hard nog niet. De almacht die Van der Ploeg toeschrijft aan 'de tucht van de markt', wordt aanzienlijk gerelativeerd door de wetenschap dat ook het marktmechanisme wel degelijk kneedbaar is door culturele, psycho-sociale en politieke invloeden. Een van de toonaangevende economen, de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Douglas North, heeft de vergaande invloed van politieke instituties en culturele tradities op economische structuren beschreven.

Hij wijst bijvoorbeeld op de invloed in samenlevingen van gecumuleerde ervaringen uit het verleden. De economie wordt voor een belangrijk deel bepaald door de verzameling van ideeën die mensen hebben over hoe de wereld werkt: een mengeling van wetenschappelijk onderbouwde gedachten, een heleboel onzin en een paar vooroordelen.

Deze invloed van politieke instituties en culturele tradities kan worden aangewend binnen de markteconomie, maar kan zeer zeker ook mede vorm geven aan heroriëntatie van de sociaal-economische orde van een land (en dus de rol van het marktdenken daarin).

Er valt niet te ontkomen aan een herwaardering van de wetmatigheden, de motieven, ja zelfs de normen en waarden die aan het huidige bestel ten grondslag liggen. Iedereen die dit proces verwijst naar de tijd van Neanderthalers, slaat de plank faliekant mis, temeer daar deze herwaardering tal van positieve effecten op de motivatie, betrokkenheid en creativiteit van veel burgers kan hebben, die (ook door economen) niet te licht over het hoofd moeten worden gezien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden