De geur van pannekoeken

Altijd als Maartje Wortel pannekoeken bakt of eet of ruikt, denkt ze aan twee vrouwen uit haar dorp. De ene ging dood en verdroeg geen geur meer. De ander kon niet ruiken en voelde zich dood van binnen.

Het dorp waar ik opgroeide was niet al te groot. De meeste mensen kenden elkaar. Omdat het leven vaak een rommeltje is, waren er veel geheimen. Af en toe leek het alsof de gemeenschap aan elkaar was geregen als een kralenketting door middel van geheimen, we konden niet zonder ze, ze bonden ons aan en met elkaar. We konden ook niet omgaan mét de geheimen: ze maakten veel kapot, ze maakten van de inwoners van het dorp wantrouwende mensen, lelijke mensen ook. En toch hielden we denk ik van elkaar omdat we in de meeste gevallen hoe dan ook tot een zelfde soort leven veroordeeld waren.

Ik las eens in een tijdschrift dat de mensen die jaloers op elkaar zijn steevast op elkaar lijken. Een zwerver is niet jaloers op iemand met een huis, maar op een andere zwerver die meer bezit dan hijzelf. Een vrouw die in een rijtjeshuis woont kan misschien dromen van een villa, maar jaloers is ze op de buurvrouw, in hetzelfde rijtjeshuis.

In de eerste plaats zijn het niet de tegenstellingen die een verlangen aanwakkeren, maar de overeenkomsten.

Toch woonden er in mijn dorp twee mensen die in alle opzichten tegengesteld aan elkaar waren, maar niets liever wilden dan met elkaar ruilen. Het waren twee vrouwen. De ene vrouw kon ruiken. De andere niet. De meesten van ons die kunnen ruiken, zijn niet jaloers op iemand die dat niet kan. Af en toe misschien, wanneer er weer eens iemand in het openbaar vervoer naast ons komt zitten die te veel van een goedkoop geurtje heeft opgespoten, of wanneer onze jassen na een fietstocht door een regenbui stinken naar zure regen, maar over het algemeen worden we, bewust of onbewust, de hele dag door onze neus gestuurd.

Geur maakt ons verliefd, waarschuwt ons, laat ons proeven en herinneren, fantaseren en verlangen. Zonder geur is er (in eerste instantie) geen smaak, geen verbintenis, geen irritatie of lust. Misschien is er zonder geur zelfs geen leven. Toch kent ook ieder van ons de geuren die je het liefst zou willen vergeten, niet zoals de goedkope luchtjes of zuur ruikende regenjassen, maar geuren die pijn en verdriet oproepen. Of erger: de dood. Het paradoxale aan de geur van de dood is dat je de geur van de overledene nooit meer wil vergeten, het zelfs krampachtig bij je probeert te houden, terwijl de geur die je zo graag bewaren zou altijd veel sneller dan je bijhouden kunt vervliegt, en wat overblijft is de geur van een lichaam dat sterft, terwijl je die juist uit je geest zou willen verbannen.

Wat is de ergste geur die u bij uzelf op kunt roepen? En is dat daadwerkelijk een geur, of is het een los fragment, een herinnering die in uw brein gekoppeld is aan een geur? Het antwoord maakt ook niet zoveel uit, het gaat erom dat sommige geuren dominant zijn en onwillekeurig beelden bij ons oproepen.

Altijd als ik pannekoeken bak of wanneer ik ze eet of ruik, denk ik aan de twee vrouwen uit mijn dorp. De pannekoeken brengen me keer op keer bij ze terug. Ook al zijn het twee heel verschillende herinneringen, ze hebben allebei in letterlijke en figuurlijke zin te maken met geur en daardoor met het leven en ook met de dood.

Ik woonde in een rustige straat waar bijna geen kinderen woonden. In de wijde omtrek was er slechts één ander kind te bekennen en dat was mijn overbuurmeisje, met wie ik dan ook vaak speelde. We fietsten samen naar school, we kwamen samen te laat. Meestal verzonnen we dat er een konijn was weggelopen, de polder in, dat we het beest hadden moeten zoeken en de tijd waren vergeten. Omdat de juffrouw geen verstand had van konijnen, kwamen we daar af en toe mee weg. Er was een betere smoes te verzinnen voor onze laatkomerij, namelijk: de daadwerkelijke reden. Ik stond meestal beneden aan de trap in de woonkamer van het buurmeisje te wachten tot ze klaar was om naar school te gaan, omdat haar moeder ziek in bed lag en er nog van alles opgeruimd, schoongemaakt en klaargemaakt moest worden. De moeder van het buurmeisje zou doodgaan aan een agressieve vorm van kanker. Vaak liep ik door naar boven, naar de slaapkamer waar mijn buurmeisje haar moeder wat te drinken gaf of ergens anders mee hielp. De moeder lag in een groot bed met vele kussens achter haar rug tussen een paar verfomfaaide lakens en ze glimlachte naar ons, terwijl ze met haar vinger op de klok wees om ons te waarschuwen, maar je zag dat ze dat met haar laatste krachten deed en dat de tijd haar eigenlijk niet veel meer kon schelen. Omdat ik zo vaak bij de buren over de vloer kwam, wist ik van de ziekte af en kende ik hun geheim, maar ik had moeten zweren het met niemand in het dorp over de kanker te hebben. Er werd gezegd dat ze de roddels en het medelijden en de goedbedoelde bezoeken van de mensen er niet bij konden hebben en of ik dat begreep. Ik zei dat ik het begreep en ik denk ook dat het waar was wat ik zei. Ik bedoel: dat ik het begreep.

Op een avond bakte mijn vader, een van de beste pannekoekenbakkers die ik ooit heb ontmoet, een stapel pannekoeken. Mijn vader zei dat ik het buurmeisje wel kon uitnodigen om bij ons te komen eten. Ik rende de straat over en eenmaal binnen bij de buren schreeuwde ik enthousiast: "Mijn vader heeft pannekoeken voor ons gebakken."

Het buurmeisje keek verschrikt en knikte. Ze fluisterde dat ik niet zo moest schreeuwen en wees naar boven. Ik snapte dat het om de moeder ging. Het was te laat. Ik hoorde haar overgeven. En toen nog eens. Het woord 'pannekoeken' alleen al had haar misselijk gemaakt. De gedachte aan de geur, de smaak van pannekoeken, deed haar de hele nacht braken. We hebben het daar in huis nooit meer over eten of over de ziekte gehad, laat staan over pannekoeken.

Dan had je ook nog de oma van een schoolvriendinnetje. Zij was als kind door een paard tegen haar neus getrapt. Ze had het paard geborsteld, het dier had een trap naar achteren gegeven en sindsdien was de vrouw haar reukvermogen kwijt. Op een bepaalde manier kon ik wel goed met de oma overweg; ik vond haar lief en hartelijk en grappig, maar de meeste mensen uit het dorp vonden haar een nogal chagrijnig en merkwaardig type. De oma van het meisje vertelde aan iedereen die het maar horen wilde dat ze niet ruiken kon, dat ze haar leven zou willen geven om haar reukvermogen terug te krijgen en dat het zo pijnlijk was om bij de bakker in de rij te staan en de geur van vers brood te moeten missen. Toch bakte de oma iedere vrijdagmiddag pannekoeken voor mij en mijn schoolvriendinnetje. De oma was altijd onzeker over het resultaat. Wie niet ruiken kan, kan niet proeven, zei ze. Maar het waren de lekkerste pannekoeken die ik ooit had gegeten, lekkerder nog dan die van mijn vader. En de oma had er niets aan, maar misschien kon je wel heel goed leven zonder geur omdat je dan nog meer dan anders op je gevoel af moest gaan, moest vertrouwen op dat wat je automatisch deed. Daar dacht de oma van

mijn vriendinnetje anders over. Ze zei dat ze

zich ergerde aan al die mensen die niet beseften hoe mooi het was om een goed werkende neus te hebben. Ze herhaalde ook meer dan eens dat ze zich dood voelde van binnen.

Ik dacht aan de extremen die geuren teweeg kunnen brengen. Hoe de moeder van mijn overbuurmeisje zo dicht bij de dood was en daarom de geur van het leven niet meer aankon, en hoe de oma van mijn schoolvriendinnetje midden in het leven stond maar die doodse geurloosheid haar alle levenslust ontnomen had. Nu eet ik vrijwel nooit meer pannekoeken, omdat ze me doen denken aan geheimen, aan een vorm van hopeloosheid, aan verdriet. Al moet ik toegeven dat de heerlijke geur van pannekoeken mijn gemoed uiteindelijk toch overheerst. Ik denk omdat ik bij het ruiken van de geur van pannekoeken pas echt weet dat ik leef. En dat er niemand is om jaloers op te zijn.

Maartje Wortel (1982) is schrijfster. Haar laatste roman heet 'IJstijd' en won de BNG literatuurprijs.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden