De geur van armoede

Je hebt crises en crises, angst en angst. Om de ene crisis die voor zoveel somberheid, angst of zelfs paniek zorgde lachen we de volgende dag, zelfs een beetje met schaamte. Ha! Dat we daar gisteren bang voor waren! De andere crisis raakt ons tot in onze vezels. Er hoeft maar dít te gebeuren – een geur komt langs, een melodie – en we voelen hetzelfde als toen: woede, vernedering, of enig geknaag aan het geweten.

Laten we eens enkele vormen van crisisgevoel met elkaar vergelijken: die rond het milieu begin jaren zeventig, de oliecrisis na 1973, de economische crisis na de tweede oliecrisis van 1978, het dreigende Armageddon begin jaren tachtig en de financieel-economische crisis van nu.

Bij al deze ’crises’ komt er wel een geur of een melodie in me op als ik eraan denk. Behalve bij de voor mij belangrijkste. Die was te individueel.

Denk ik aan de Club van Rome – NRC Handelsblad opende in 1971 met: ’Ramp bedreigt de wereld’ – dan denk ik aan die 350.000 Nederlanders die subiet die Aula-pocket aanschaften waarin een computergestuurde prognose over ’s werelds ondergang stond beschreven. Ik niet. Ik was net naar Amsterdam verhuisd om er te gaan studeren, veel leuker. En een jaar eerder had ik al de elpee aangeschaft waarop de droommelodie van die milieucrisis stond bezongen: ’After the Goldrush’ van Neil Young.

’I was lying in a burned out basement

With the full moon in my eyes’ [...]

’Look at mother nature on the run

In the nineteen seventies.’

In zijn droom landden er zilveren ruimteschepen om de ’chosen ones’ te evacueren:

’They were flying mother nature’s

Silver seed tot a new home in the sun.’

Ik draai het nummer nog altijd. Waarom? Omdat het zo mooi en poëtisch is. Het was maar een droom. En ik voelde me zelf uitverkoren, dat ook natuurlijk. Op andermans ondergangsangst reageerde je met enige empathie, omhuld door een meewarige glimlach.

Zoals bij die oliecrisis, die autoloze zondag en die bonnen. Het zou nooit meer zo worden als het was. En mijn vader geloofde het. Ik kwam, op mijn motorfiets, aangereden bij hem thuis, ging de garage in, en dacht: wat een benzinegeur! Stond er een hele stapel aangeschafte jerrycans, vol benzine. Ik verklaarde hem voor gek. Uit angst van je hele huis een potentiële autobom maken. Ha! Gelukkig rookte ik toen nog niet. (Veel later, eind 1999, vulde een vriend die de Millennium Bug serieus nam, voor de zekerheid zijn badkuip. Pas maar op voor lekkage, zei ik.)

Bij de demonstraties begin jaren tachtig tegen de kruisraketten ging ik kijken, als naar de carnavalsoptocht. Veel verschilde het niet, behalve dat op dat Museumplein vooral zwart te zien was, en veel geraamtes met een zeis enzo. Doe Maar’s ’De Bom’ stond in 1982 vijf weken op nummer één: ’Carrière maken, voordat de bom valt’. Daar was ik inderdaad mee bezig, en die hele Doe Maar ging goeddeels langs me heen. Ik deed zelf. En daar was ik uitermate blij om, dat het was gelukt om wat te Doen, na al die jaren biljarten dat officieel studeren heette.

Voor andermans angst kun je ongevoelig zijn, al zijn weinigen vrij van besmettingsgevaar.

Het grote verschil tussen al die angsten voor de milieucrisis of die kernbommen en voor een economische crisis is dat de laatste in eerste instantie individuen treft. Die trekken zich, werkloos, terug en kauwen daar op hun woede of vernedering.

Natuurlijk, een halve of hele generatie jongeren die begin jaren tachtig – toen de crisis op zijn diepst was – aan het werk wilde, voelde de uitzichtloosheid. Punk, The Sex Pistols, en de geur van een rat op je schouder.

Maar ik was net aan de dans ontsprongen toen ik in 1978 afstudeerde. Daarvoor voelde ik het zwaard van Damocles al suizen. ’Denise, Denise’ van Blondie en ’No More Heroes’ van The Stranglers waren opwindend, maar Blondie was de hitsigheid van het dansen op de vulkaan die zou gaan uitbarsten. En iedereen werkloos zou maken.

Mij ook. Een nachtmerrie. Ik wist dat de middeleeuwers de geur van heiligheid ook werkelijk dachten te kunnen ruiken. En ik wist uit eigen ervaring dat sommige mensen om mij heen de geur van armoede nog altijd roken. Toen er een keer rode bieten bij het diner, met biefstuk en al, werden geserveerd, riep de vader van mijn vriendin kwaad uit: ’Godverdomme kroten!’, en beende naar buiten. In één klap rook hij de armoe weer van zijn ouderlijke keuterboerderij op de zandgrond in Zeeland in de jaren dertig.

Wat rook ik in 1978? Voornamelijk mijn eigen angstzweet. En de geur van formica. Ik had na het afstuderen voor zo’n loket gestaan, met veel afgebladderd formica, en na al die formulieren kreeg ik 200 gulden. Ik bezwoer mezelf: die formicageur nog eens ruiken? Never.

En ik liet me alsnog afkeuren voor militaire dienst. Terwijl ik geen pacifist was, en een opleiding tot commando me eigenlijk wel wat leek. Maar niet als ik na die 18 maanden opnieuw aan zo’n formicatafel moest gaan zitten wachten. Hier botsten twee principes.

Maar het knaagt nog altijd.

Ik heb sindsdien veel ellendeoorden bezocht, daar kan ik wel tegen, en ook wel de oorlog zelf. In de jaren tachtig trok mijn vriend, die marinier was geweest, met de moedjahedien over de Hindukush. Ik ging ’embedded’ met de sovjets mee, om getoond te krijgen hoe ze het zogenaamd allemaal onder controle hadden daar. Ook spannend, maar toch.

Begin april ga ik een weekje naar Uruzgan. En ik weet nu al dat ik minstens één keer zal denken: heb ik mij destijds, dat kletsverhaal ophangend tegenover die militaire psychiater, uit angst voor werkloosheid, niet toch een beetje verloochend?

Elk principe heeft zijn prijs, ik weet het. Maar iedereen die vindt dat de huidige crisis ’toch ook wel goede kanten heeft’, en de dreun niet kan aanvoelen die de individuele slachtoffers te verwerken krijgen, kan niet echt rekenen op mijn sympathie. Angst en armoede, ze verlammen het lichaam en corrumperen de geest. Daar is niets goeds aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden