De gesubsidieerde jongerenwerker is achterhaald

Door te kickboksen leren jongeren hun grenzen aan te geven.Beeld Patrick Post

Het gesubsidieerde jongerenwerk van welzijnsinstellingen is niet meer van deze tijd. Het nieuwe elan komt van jonge ondernemers die bekend zijn met de jongerencultuur. In tegenstelling tot het jongerenwerk weten zij de jongeren wel te bereiken en een toekomst te bieden.

De kloof tussen hoger en lager opgeleide jongeren neemt toe. En juist voor de lager opgeleide jongens en meisjes die van huis uit geen of weinig steun krijgen, een problematische schooltijd hebben en geen werk kunnen vinden, wordt de straatcultuur steeds belangrijker. De codes van de straat bepalen steeds meer hun alledaags gedrag, hun wantrouwen tegenover de gewone maatschappij groeit en leidt uiteindelijk tot een maatschappelijk isolement. Dat maakt deze jongeren ontvankelijk voor negatieve rolmodellen. Vooral de intellectueel en sociaal zwakkere jongens neigen tot criminaliteit of religieuze radicalisering. Meisjes op hun beurt laten hun leven bepalen door de jongens of blijven apathisch thuis.

Wat jongerenwerk niet lukt, kan een kickbokser wel
In de praktijk komen jongerenwerk en hulpverlening moeizaam met deze jongeren in contact. Leeftijdgenoten die uitblinken in bijvoorbeeld streetdance, kickboksen, film, mode of rap lukt dat wel. Zij zetten zich als ondernemer in om jongeren van de straat enthousiast te maken voor hun vak en hen er bij te betrekken. De laatsten merken dat het leuk is om te leren, krijgen er zelfvertrouwen door en willen graag aan anderen laten zien wat zij kunnen. Zij willen ook zo zijn. De jonge ondernemers hebben uiteenlopende opleidingen, hebben geknokt voor hun positie en komen allen uit families met migratiegeschiedenissen. Zij ontwikkelen een vertrouwensrelatie met de jongeren die zij trainen en zetten zich er voor in om problemen rond thuis, school, werk en gedrag aan te pakken, vaak door als intermediair tussen de jongeren en instanties op te treden. Wat opvalt, is dat het gesubsidieerde jongerenwerk dat zich afspeelt in jongerencentra, buurthuizen of op straat via ambulant werk, er geen oog voor heeft en het ondernemend jongerenwerk beschouwt als goedbedoeld amateurisme.

Het gesubsidieerde jongerenwerk - Nederland kent tegen de 3000 jongerenwerkers -, is kritisch over het eigen functioneren en vreest de komende bezuinigingen in de lokale gemeenten. Dominante kringen in het jongerenwerk stellen verbetering voor via wetenschappelijk onderzoek en methodiekontwikkeling. Leidraad daarbij is dat de jongerenwerkers jongeren van de straat bereiken, dezen activeren om zelf projecten op te zetten en ongewenst gedrag corrigeren. Dat is van de gekke, want hoewel er sinds de jaren '50 al is gewerkt aan professionalisering van het jongerenwerk, is dat nooit echt van de grond gekomen. Het is nog steeds de charismatische persoonlijkheid van de jongerenwerk/-ster die het 'm doet. Rolmodel word je of niet. In ieder geval niet door een methodische scholing. Methodiek komt echt pas op de tweede plaats.

Rolmodellen maken het verschil
Wij vinden dat de jonge ondernemers de kern van het nieuwe jongerenwerk zijn. Zij zijn het die zich maatschappelijk verantwoordelijk weten voor jongeren in buurt of wijk en hen weten te activeren. Jongerenwerkers van de toekomst zijn ondernemend, hebben een gedreven lifestyle en zijn losgekoppeld van de gesubsidieerde welzijnsorganisaties. Bovendien past dit ondernemend jongerenwerk in de huidige tendens om niet alle heil te verwachten van de professionals. Burgers in buurt en wijk kunnen zelf pedagogische invloed op jongeren uitoefenen. De jonge ondernemers zijn daar een voorbeeld van. Zij organiseren zich in netwerken en maken gebruik van deskundige vrijwilligers die hen ondersteunen bij aspecten van het ondernemen waar zij (nog) geen kaas van gegeten hebben.

Jonge ondernemers zijn degenen die voor jongeren van de straat het verschil kunnen maken tussen een veelbelovende of uitzichtloze toekomst, tussen wel of geen criminele carrière. Door hun enthousiasme en hun concrete activiteiten weten zij nu al voor hun projecten gelden van fondsen, sponsors en lokale overheden te verwerven. Uitbreiding van het ondernemend jongerenwerk is mogelijk als de koppeling subsidie-welzijnsinstelling en jongerenwerk wordt losgelaten. Ondernemers als rolmodel leveren meer kwaliteit voor minder geld.

Atta de Tolk is rapper, jonge ondernemer en bestuurslid van het Netwerk Amsterdamse Helden, Jan Laurens Hazekamp was universitair hoofddocent sociale pedagogiek aan de VU en is nu adviseur.
De Tolk en Hazekamp zijn auteur van 'Self Made; ondernemend jongerenwerk met toekomst', de publicatie is uitgegeven door SWP oktober 2014.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden