De gestolde tijd van Jan Wolkers

'Tijd bestaat niet' is te zien in het Letterkundig Museum, Irenepad 10, Den Haag, di t/m vr van 10-17 uur. za en zo van 12- 17 uur. Het schrijversprentenboek over Jan Wolkers is een uitgave van De Bezige Bij en het Letterkundig Musuem, rijk geïllustreerd, 160 blz. ¿ 49,50.

HANNEKE WIJGH

In het het vraaggesprek met Hella S. Haasse dat bij wijze van inleiding staat afgedrukt in de catalogus van de tentoonstelling legt Wolkers omstandig uit wat hij bedoelt: “Tijd is een idee van de mens, van een verzameling microben die afgesproken hebben om zo het verkeer tussen elkaar te regelen. Tijd is een hulpmiddel, je moet ergens op tijd zijn, je spreekt iets af, maar ik ben me er steeds van bewust dat het niets voorstelt. Het is mierengedoe. Als je aan het universum denkt, en aan de vuurballen erboven, dan is tijd iets absurds. Als je dat beseft - en naar mate je ouder wordt, krijg je meer inzicht - geeft dat een enorme rust in je leven.”

Tijd bestaat niet, zegt Wolkers. Het kan ook anders. In de drie zalen die het Letterkundig Museum voor het dubbeltalent van Wolkers heeft ingeruimd, lijkt de tijd te zijn gestold tot eenmalige oprispingen. Wat gisteren nog heftig, uitdagend en actueel was, ligt vandaag al weer achterhaald, vergeten en vergeeld in de vitrine. Zeker bij zo'n explosief talent als Wolkers, die als geen ander de marges van mores en moraal heeft onderzocht en opgerekt, tikt de tijd dan dubbel zo snel.

Wie de eerste drukken van 'Serpentina's petticoat' (1961), 'Kort Amerikaans' (1962), 'Terug naar Oegstgeest' (1965) of 'Turks fruit' (1969) braaf in een van de vitrines ziet liggen, kan zich nog amper de opwinding voorstellen die de boeken in de jaren zestig teweeg brachten. In de tv-documentaire 'De onverbidelijke tijd' - vorige week uitgezonden door de NPS - komt een oudere man in beeld die Jan Wolkers tijdens een teach-in (!) heftig aanvalt vanwege diens 'atheïsme'. Jonge omstanders nemen het op voor de schrijver, die er uitziet als een viriele Julius Caesar. Want als bijna geen ander belichaamt Wolkers de maatschappelijke veranderingen die destijds plaatsvonden, zowel op politiek, religieus als seksueel gebied.

Hoe snel de tijd sindsdien is gegaan, blijkt ook uit een briefje op de tentoonstelling. Ene J. Smit, hoofd van dienst bij de Vara-radio, schrijft aan Wolkers dat diens toneelstuk 'Wegens sterfgeval gesloten' uit 1963 wegens allerlei technische complicaties niet zal worden uitgezonden. In de laatste alinea komt echter de aap uit de mouw: “Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat ons bij herlezing gebleken is, dat ook aan een aantal schrappingen niet te ontkomen zou zijn geweest.”

Vergankelijkheid is nog altijd een belangrijk thema in het werk van Wolkers, al is hij vele malen bedachtzamer geworden. In het licht van de eeuwigheid lijkt hij alvast wat gas terug te nemen. Hij is minder heftig en explosief dan in zijn jonge jaren. Het verschil tussen de oude en de jonge Wolkers is goed te zien in het door Jan Louter gemaakte tv-portret, dat gelukkig ook op de tentoonstelling in Den Haag is te zien. Daarin wordt de gekleurde werkelijkheid van zijn leven op Texel anno 1996 gelardeerd met zwartwit opnamen uit de jaren zestig, gemaakt in de omgeving van zijn ouderlijk huis in Oegstgeest.

Het verzet tegen zijn gereformeerde afkomst heeft stilaan plaats gemaakt voor een soort dankbaarheid. “Als we thuis niet zo'n gereformeerd gezin waren geweest, was er nooit belangstelling bij me ontstaan voor het geschreven woord”, zegt Wolkers tegen Hella Haasse. En over het drie keer daags voorlezen uit de bijbel: “Zo'n mooi stuk proza, zoals mijn vader dat voorlas. Je fantasie werd als het ware aangeblazen. De bijbel is een boek met zoveel geweld, en zoveel details van menselijk handelen en mishandelen. Het bevat zoveel literaire genres: de psalmen, het Hooglied, de wetten en al die verschillende stijlen van de profeten. Een groot deel van de bijbel is poëzie.”

Wat nog eens opvalt op de tentoonstelling in het Letterkundig Museum is het hoge autobiografische gehalte in het werk van Wolkers. Vooral in zijn verhalen en romans heeft Wolkers royaal uit eigen ervaringen geput. Bovendien heeft Wolkers de eigenaardige gewoonte om alles wat van belang is te bewaren in een speciale lade, wat prettig en handig was voor Murk Salverda en Erna Staal, de twee samenstellers van de tentoonstelling. Zo liggen naast elkaar in de Haagse vitrines het vlooienbandje en het laatste blikje tonijn-in-gelei van Voske, de kat uit 'De junival' (1982). Verderop zijn kranteknipsels en pamfletten - 'God doet wonderen' en 'Scholier bekent moord op skister' - te zien, die Wolkers in zijn boeken verwerkte en het lege pakje Tigra dat voorkomt in 'De doodshoofdvlinder' (1979).

Omdat Wolkers een dubbeltalent is, valt er ook anderszins veel te genieten op de tentoonstelling. Heel bont en divers zijn de affiches die hij voor diverse acties en politieke partijen maakte: “Dat verkiezingsbord dat ik ooit voor de CPN heb geschilderd, had ik ook graag gemaakt voor de AR, alleen, die waren niet tegen Vietnam.” In de middelste zaal staan schaalmodellen opgesteld van de beelden en gedenktekens die hij heeft gemaakt: dat voor Joop den Uyl op de brug in Zaandam, het monument voor de Tachtigers in het Oosterpark te Amsterdam en dat ter nagedachtenis van natuurvorser Jac P. Thijsse op Texel.

Toch, het universum van Wolkers, hoe kleurrijk ook, stelt je nergens (meer) voor verrassingen. Van een angry young man is hij allang een soort huisvriend geworden, die regelmatig in geschrifte of in beeld over de vloer komt. Iedereen mag alles van hem weten. Niets houdt hij geheim. In een spraakmakend interview met Vrij Nederland, halverwege de jaren zeventig, deed hij uitgebreid verslag van zijn seksleven met Karina, zijn derde vrouw. Menig man hield er na lezing een minderwaardigheidscomplex aan over. Op de tentoonstelling hangen de diverse vrouwen en vriendinnen in reuzeformaat aan de muur.

De laatste jaren is Wolkers bedaarder geworden, milder ook. Dat heeft ook ongetwijfeld te maken met de toegenomen waardering voor zijn werk. Algemeen is bekend dat hij de maker is van het sobere, maar aangrijpende Auschwitz-monument in het Wertheimpark in Amsterdam. Ook als schrijver oogst hij alom lof. In de jaren tachtig weigerde hij twee keer een belangrijke literaire onderscheiding: de Constantijn Huygensprijs en de P. C. Hooftprijs, omdat hij zich miskend voelde. HIj had ze jaren eerder moeten krijgen. Maar in 1991 accepteerde hij toch de Busken Huetprijs voor zijn in dat jaar verschenen essaybundel 'Tarzan in Arles'. En in 1995 schreef hij in opdracht van de CPNB het essay voor de Boekenweek.

Als catalogus bij de tentoonstelling in het Letterkundig Museum verscheen het Schrijversprentenboek over zijn leven en werk. Tezamen vormen ze de bekroning van zijn gehele oeuvre. Maar of hij dat ook zo ervaart? Zelf is hij niet zo kapot van literaire tentoonstellingen. In zijn portret van de dichter John Keats, net verschenen onder de titel 'Icarus en de vliegende tering', brengt Wolkers een bezoek aan de tentoonstelling die The British Library vorig jaar aan Keats wijdde, ter gelegenheid van diens tweehonderdste geboortedag.

Op bladzijde 35 schrijft Wolkers: “Ach, het is wel aardig, zo'n chic zaaltje met getaande bibelots en vergeelde en gerimpelde documenten, maar in wezen blijft het een krakkemikkige leidraad voor stofsnuffelende speurneuzen. Bezinksel, dat bij uitzondering een vleug van de geur heeft bewaard van het bruisende leven van deze bezeten dichter. Droog voer voor lieden die de vlinder pas gaan bestuderen als hij opgeprikt is. Als je de dichter wilt beleven moet je de ether laten staan. Als je de bloem wilt bewonderen kan je het herbarium beter gesloten houden.”

Of die woorden ook voor zijn eigen tentoonstelling golden, heb ik Wolkers niet kunnen vragen. Direct na het ceremonieel was hij alweer vertrokken.

Voorlopig Gedicht voor Jan Wolkers

1. dit gedicht is nog onaf ruw niet goed in zijn woorden stekend er zal aan geslepen moeten worden maar niet teveel ik mag niet in schoonheid verliezen waar het om gaat

het moet zijn als de kunstenaar nooit dat je zegt: hij is af er kon niets meer bij het is gebeurd kijk hem daar nu liggen

nee, nooit is hij af altijd onvoltooid open voor wijs en onwijs het enige juiste mengsel van menselijkheid

2. uit wolken een sneeuwbal te vormen die het houdt, al is het maar even, in je hand die hem kneedde en de warmte van dezelfde hand doet hem ook weer vergaan - werp hem niet weg hou hem bij je je bent het zelf

3. Niets is vergeten dat is het beroerde het is nog even aanwezig als gisteren, als vandaag en ook morgen zal het er zijn duidelijker nog, scherper gezeefd door eigen handen in de snelle vliet van het geheugen dat wat je onthoudt en misschien wel liever vergeten was -

de onverbiddelijke wreedheid door veel woorden omkleed van de ene mens tegenover de andere de goedgepraatte lijken van onze generatie die ten hemel schreien, tranen van glas

niet de tijd is onverbiddelijk maar de mensen en de mensen maken de tijd maar de mens is er niet om te vergeten al zou hij willen het lukt hem niet

4. je zag je broers schedel dat broze, ontvleesde geelbleke waar eens een gezicht was je zag het spleetje tussen zijn tanden teken van aantrekkelijkheid zeggen vrouwen en dacht: misschien is dit wel de eeuwigheid een spleetje in de niet bestaande tijd

5. jij zachtmoedige vechtjas die altijd vasthoudt aan de eer van de mens zelfs je laatste snik zal er nog een zijn van gretigheid

natuurlijk, alles vergaat tot stof alles valt en stijgt weer op en vliegt even en valt alles vergaat tot stof en blijft als stof alles is als stof

maar intussen de blote kont van de kunst te kussen schreef Lucebert daar gaat het om niet alleen de mooie gladde kont maar ook de pokdalige de magere, de dikke de grote kont van het bestaan dat zelf kunst is natuurlijk, alles is vergankelijk

maar het woord heeft het laatste woord het blijft rondzingen tot niemand het meer hoort

Remco Campert Amsterdam, 25/26 april '96

(voorgedragen bij de opening van 'Tijd bestaat niet')

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden