Jelle's weekdier

De gesel van een nachtvlinder

Beeld Buiten-beeld

De Vlinderstichting plaatste enkele dagen geleden een intrigerende tweet: 'Wordt buxusmot in Zuidelijke deel NL nummer 1 Nationale #Nachtvlindernacht? Is erg veel aanwezig. @InvasieveExoten.'

Het berichtje werd gevolgd door een link naar de website van de nachtvlindernacht, die dit weekeinde plaatsvindt. Over nachtvlinders schreef ik hier al eerder, de dikwijls bruine of grijzige motten en motjes die vooral gedurende schemer en nacht actief zijn en zich eenvoudig laten lokken met een lamp.

Veel kleine nachtvlinders beginnen hun bestaan als rupsje in een plantenblad, waar ze gangetjes doorheen graven. Meestal heeft zo'n waardplant daar geen last van; zo'n paar van die kronkelige gangetjes, mijnen genoemd, kunnen een gezonde plant niet deren.

Soms loopt het uit de hand en in dat geval is meestal sprake van invasieve motjes. De kastanjemineermot bijvoorbeeld, die vermoedelijk afkomstig is van de Balkan en die paardenkastanjes momenteel een kaal en herfstig uiterlijk verschaft, gelukkig zonder dat de bomen eraan bezwijken. En nu is er ineens de veel schadelijker buxusmot.

Zoals de naam al aangeeft, blieft de buxusmot uitsluitend buxus, de populaire sierplant, ook bekend als palmstruik. In strakke haagjes of bolletjes getrimd of gesnoeid tot bizarre beeldhouwwerken is buxus werkelijk overal te vinden. Het is dan ook een leuk struikje, eenvoudig te stekken, altijd groenblijvend en gemakkelijk in onderhoud want je hoeft ze maar één keer per jaar, bij voorkeur rond 1 juni, te snoeien. Een zegen voor de luie tuinier. Maar die wordt nu gestraft met de gesel van de buxusmot.

Olympische Winterspelen

Deze nachtvlinder, die door het leven gaat onder de naam Cydalima perspectalis en een respectabele spanwijdte van ruim vier centimeter bereikt, is afkomstig uit Azië. Hij is hier waarschijnlijk terechtgekomen dankzij het gehandel in plantjes. De eerste melding kwam in 2006 uit Duitsland en sindsdien hebben we een typische olievlekverspreiding gezien. In 2007 is de mot voor het eerst in ons land gesignaleerd, waarna hij zich in gestaag tempo over de Nederlandse struikjes ontfermde. Eveneens in 2007 zat hij in Zwitserland, in 2008 in Engeland, in 2009 waren Frankrijk en Oostenrijk aan de beurt, in 2011 Hongarije, Roemenië en Turkije.

Interessant is dat de export van buxusplantjes in 2012 vanuit Italië naar Sotsji, waar het terrein van de Olympische Winterspelen werd aangekleed, aldaar leidde tot de introductie van de mot. In 2013 was Denemarken bereikt. En overal balen de eigenaren van kaalgevreten palmstruikjes.

Aanvankelijk zie je de rupsjes niet, ze verstoppen zich een beetje binnenin de struik, maar ondertussen knagen ze lekker door aan de blaadjes. Wanneer die vraat zichtbaar wordt, is het te laat.

Het resultaat is een sneu en bladerloos haagje of snoeikunstwerk. Dood. Rooien is het enige dat de eigenaar rest. Maar ook dan is de ellende niet voorbij. De poppen van de vlindertjes zijn zeer gehard en overleven zelfs compostering met gemak.

Het is daarom nu zelfs verboden om aangetaste buxusstruikjes bij het groente- en tuinafval te deponeren. Ze dienen in een goed afgesloten zak bij het restafval te worden aangeboden, zodat uiteindelijk de vuilverbranding zijn buxusmotvernietigende werk kan doen.

Jelle Reumer is paleontoloog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden