De geschiedenis van de troonrede is sprankelend Invloed van het staatshoofd verschilt per persoon

“Vroeger stonden er altijd van die hofdames in van die vormeloze jurken naast de troon. Net zoutpilaren. Gelukkig zijn die in 1968 afgeschaft.”

De geschiedenis van de troonrede is sprankelend en verdient juist dit jaar aandacht, vind voormalig geschiedenisleraar J. G. Kikkert uit Oostvoorne. Kikkert: “Gisteren werd de troonrede voor de 175ste keer voorgelezen. De eerste werd in 1814 uitgesproken en alleen tijdens de tweede wereldoorlog is het achterwege gelaten.”

Niet alle 175 troonredes zijn door leden van het koninklijk huis voorgelezen. Volgens de grondwet mag de opening van de Staten-Generaal ook námens het staatshoofd verricht worden. Een keer of tien is daarvan gebruik gemaakt. Waarom? Kikkert: “Natuurlijk zullen sommige koningen of koninginnen soms geen zin hebben gehad om de troonrede voor te lezen. Ik kan me zo voorstellen dat Juliana, toen ze al wat ouder was, tegen Bernhard gezegd heeft: 'Getverderrie, morgen prinsjesdag. Al die drukte, al die heisa . . .' Maar dat is, denk ik, nooit een reden geweest om de troonrede maar een keer niet voor te lezen.”

Kikkert vertelt over leden van het Huis van Oranje alsof hij ze persoonlijk kent. Het moet een belevenis zijn geweest om bij hem in de klas te zitten en naar zijn verhalen te luisteren. Op z'n achttiende stond Kikkert voor het eerst voor de klas, in het basisonderwijs. Daarna stapte hij over naar het voortgezet onderwijs. Naast zijn werk schreef hij een groot aantal artikelen en zo'n 30 boeken, de laatste acht over leden van het koninklijk huis. Een ervan gaat over Willem III.

Kikkert kan dan ook precies vertellen waarom deze een paar keer de troonrede niet zelf voorlas: “In 1884 was het hof in de rouw vanwege de dood van kroonprins Alexander. En in de drie jaren voor zijn eigen dood, in 1890, was hij te ziek om te kunnen voorlezen. Toen hij was gestorven heeft Emma als regentes ook een aantal troonredes voorgelezen.”

Kikkert: “Op die dagen zat Wilhelmina, toen nog een klein meisje, met bungelende beentjes op een troontje naast Emma. Ze had een mooi jurkje aan en lang loshangend haar tot op haar middel. Dat schijnt toch een wat zielig gezicht geweest te zijn, anderhalve koningin en een lege troon.”

Zwanger

Wilhelmina heeft drie keer afgezegd. De eerste keer in 1909, toen ze zwanger was van Juliana. Kikkert: “Omdat ze eerder al miskramen had gehad, was ze nu uiterst voorzichtig. Moet je nagaan; in september 1909 wilde ze de troonrede niet voorlezen, terwijl Juliana pas in april geboren zou worden. In 1947 had Wilhelmina bronchitis en was volledig haar stem kwijt. Ja, dan houdt het natuurlijk ook op. Waarschijnlijk heeft toen de premier de troonrede maar voorgelezen.”

1911 is het enige jaar geweest waarin het staatshoofd niet wegens gezondheid of rouw afwezig was. De SDAP had demonstraties voor algemeen kiesrecht aangekondigd en het verhaal gaat dat Wilhelmina daarom, tegen de zin van het kabinet, op prinsjesdag wegbleef.

Invloed

In hoeverre het staatshoofd invloed op de troonrede zelf had, verschilde volgens Kikkert per persoon: “Willem I schreef de troonrede altijd zelf en vroeg nu en dan zijn ministers om hulp. Voor Willem II was het allemaal wat te moeilijk. Hij was niet zo intellectueel en ook kende hij het Nederlands onvoldoende. Hij sprak dat met een voor driekwart Duits, en voor één kwart Engels accent. Als hij de troonrede voorlas, moet dat dus ongeveer geklonken hebben zoals prins Bernhard spreekt.”

Op het taalgebruik in de troonrede wordt pas de laatste tijd kritiek geleverd. In de vorige eeuw had men daarvoor teveel eerbied voor het vorstenhuis. Kikkert: “Een tekst die door de koning werd uitgesproken, daar ging je als journalist niet op katten. Pas in de jaren '60 van deze eeuw werden de mensen wat vrijmoediger. De overgang wordt gemarkeerd door Wim Kan. Hij had ineens grapjes over de hoed van de koningin, terwijl je dat in de krant nog niet kon lezen.”

De grondwetswijziging in 1848 beperkte de invloed van de koning niet, volgens Kikkert. “Integendeel, Willem III trok zich niks van de nieuwe grondwet aan en liet de troonrede op krijgshaftige toon opstellen. Hij had veel invloed op de inhoud. Alleen als er een liberaal kabinet onder leiding van zijn aartsvijand Thorbecke aantrad, had hij weinig te zeggen.”

“Na zijn dood heeft Emma ook geprobeerd wat invloed uit te oefenen, maar dat was niet zo eenvoudig. Die ministers waren allemaal deftige heren met dubbele namen en die hadden geen boodschap aan de familie van Oranje Nassau. Emma is wel eens met een betraand gezicht van een bespreking gekomen, omdat een minister haar zei: 'Als u daar geen mening over heeft, heeft het verder geen zin om staatszaken met u te bespreken.' Nou, ik zie Kok nog niet met een dergelijke volzin het vertrek verlaten.”

Er ingeluisd

“Beatrix”, zegt Kikkert, “is iemand waar je rekening mee moet houden. Ze is altijd goed geïnformeerd en heeft haar eigen ideeën. In september 1988 is ze er waarschijnlijk door de doortrapte slimmerik Lubbers ingeluisd. Hij liet Beatrix zeggen dat het beter ging met het milieu in Nederland, 'met name' wat betreft lucht en water. Dat was helemaal niet zo. Maar Lubbers kon de verontwaardiging die toen ontstond prachtig gebruiken om stevige milieumaatregelen aan te kondigen.”

“Ik acht het niet onmogelijk dat Beatrix bij de kerstrede van dat jaar, die ze altijd zelf schrijft, Lubbers terug heeft gepakt. Ze wees er toen op hoe slecht het met het milieu gesteld was. Dat past wel bij haar, wat tegengas geven. Die blijft met zoiets rondlopen, tot ze iets verzint om haar mening toch naar buiten te brengen. De kerstrede leende zich daar natuurlijk prachtig voor.”

De lengte van de troonredes wisselen in de loop van de tijd. Kikkert: “De eerste was erg kort, misschien één A-4tje. Maar in de loop van de tijd werden ze steeds langer. Op een gegeven moment heeft Willem III blijkbaar gezegd dat het allemaal te lang werd om voor te lezen. Als je troonredes uit die tijd met elkaar vergelijkt, zie je dat ze ineens veel korter werden. Maar daarna zie je dat de troonredes langzaamaan weer groeien, tot Wilhelmina in 1932 tegen Colijn over de lengte klaagt en de troonredes weer korter worden. Maar daarna worden ze weer langer. Nou vond Juliana dat, denk ik, niet erg. Die genoot ervan om lange toespraken te houden en deed dat ook zo veel mogelijk.”

Nu telt de troonrede zo'n zes A-4tjes, wel wat lang volgens Kikkert: “Ik vind dat de troonrede nu misschien wel weer voor inkorting in aanmerking komt. Maar dat is bijna niet meer mogelijk. Nu heeft elk departement een eigen paragraaf die het mag invullen. De ministers schrijven ieder hun deel en leveren dat in bij de eerste minister.”

De eerste paragraaf is, sinds Juliana, voor persoonlijke mededelingen van de koningin. Ze noemt dan de geboorte van haar kind of bedankt, zoals Beatrix een aantal jaren geleden, voor de bloemen die ze kreeg toen ze ziek was. Volgens Kikkert zijn via die eerste alinea's allerlei ontwikkelingen die het koningshuis doormaakt prachtig te volgen.

Huwelijk

“In 1965 vertelt Juliana trots over de verlovingen van Margriet en Beatrix. Ze kondigt aan dat Beatrix in het voorjaar zal trouwen. Maar in de troonrede van 1966 wordt dat huwelijk met geen woord genoemd. Tja, inmiddels was natuurlijk gebleken dat niet iedereen in Nederland daar zo blij mee was.”

In de laatste alinea staat meestal de bede, waarin Gods zegen wordt gevraagd. Toen Den Uyl premier werd, is dat afgeschaft. Maar na tien jaar bracht Lubbers de bede terug. Kikkert was benieuwd hoe Kok die laatste alinea zou invullen, nu voor het eerst sinds lange tijd de christen democraten uit de regering zijn verdreven. Kok heeft gezegd dat hij voor allen in Nederland premier wil zijn. Zou hij voor een algemene formulering kiezen, die het hele volk aanspreekt, of toch weer Gods zegen vragen. Dit jaar staat uiteindelijk, na een inleiding over de herdenking van D-day in juni: 'Internationaal en nationaal is het besef van de waarde van leven in vrede en vrijheid tevens een opdracht aan ons allen om aandacht te blijven geven aan de kwaliteit van onze samenleving. Van harte spreek ik de hoop uit dat u uw verantwoordelijke taken ook in dit licht zult vervullen, in het vertrouwen dat velen met mij u wijsheid toewensen en om zegen voor u bidden.'

Kikkert: “Ik vind dat Kok het probleem ingenieus heeft opgelost. Eigenlijk staat de bede er wel èn niet in. Deze oplossing heeft de verdiensten van de kool en de geit. Het nadeel is, dat hij deze formulering volgend jaar niet meer kan gebruiken, want die D-day herdenking was alleen nu.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden