De Gesamtschule als reddende engel

Terwijl in Nederland de middenschool op de mestvaalt van de geschiedenis is beland, zetten Duitse partijen juist in op een eigen soort middenschool, uit schrik over de slechte resultaten in het nationaal onderwijs. Anderen zien meer heil in herwaardering van de leraar, dromen van een centraal eindexamen – of stichten hun eigen school.

  • Het ’collège’ is niet het enige Franse onderwijsprobleem
  • ’Pet af’’, zegt schooldirecteur Klaus Breil tegen een passerende scholier. Even later wijst Breil de conciërge terecht over een nagelaten taakje. Zijn donkere bril verhindert de directeur niet elk stofje op de vloer te zien.

    Met grote passen loopt Breil door zijn Europaschule in Bornheim, een stadje tussen Bonn en Keulen. Het gebouw, in de symbolische vorm van een sleutel opgezet en ingedeeld volgens de Europese geografie (de begane grond is ’Atlantik’, de eerste verdieping heet Pyreneeën) is ruim, licht, en sfeervol. Leerlingen zitten en liggen ontspannen in de aula, die met palmbomen en rustieke watertjes meer lijkt op de lounge van een bank.

    De Europaschule is een antwoord op wat in Duitse onderwijskringen inmiddels de ’Pisaschok’ is gaan heten: de jaarlijkse internationale onderzoeken, zoals het Pisa-onderzoek van de Organisatie voor Economische en Sociale Ontwikkeling (Oeso), waaruit keer op keer blijkt dat Duitse vijftienjarigen het in vergelijking met hun leeftijdgenoten in andere westerse landen slecht doen.

    Dit jaar waarschuwde de Oeso voor de te nauwe samenhang tussen sociale herkomst en onderwijs in Duitsland, en voor de moeizame doorstroom van leerlingen naar hogere niveaus. Het aandeel van de uitgaven aan onderwijs in het bruto binnenlands product ligt volgens het Pisa-onderzoek in de Bondsrepubliek met 5,2 onder het gemiddelde van 5,7 procent van de geïndustrialiseerde landen. Ook Nederland geeft meer uit aan onderwijs.

    De Telekomstichting, van het gelijknamige bedrijf, voelde eind jaren tachtig de bui al hangen. Ontevreden over de onderwijsresultaten en bevreesd voor de toekomst van ’s lands bedrijfsleven, besloot de stichting zich in te zetten voor een nieuwe onderwijsvorm, onder begeleiding van universiteiten in Noordrijn-Westfalen.

    De Europaschule telt nu 1500 leerlingen en lijkt als twee druppels water op de Nederlandse tweede-fase-pilotprojecten. De school biedt zoveel mogelijk individueel gericht en probleemoplossend onderwijs, tweetalige lessen, moderne leermiddelen, veel zelfstudie en heel veel keuzevakken. Nederland was dan ook een voorbeeld voor ons, zegt directeur Breil. Hij weet dat naar onze onderwijsvernieuwingen inmiddels een parlementair onderzoek gaande is wegens Kamerbrede twijfel, maar het doet niets af aan zijn overtuiging dat hij op de ideale school werkt.

    Van zo’n school kunnen de meeste Duitse schooldirecteuren dan ook alleen maar dromen. Na elk Pisa-onderzoek barst de discussie over de crisis in het Duitse onderwijs weer los, en worden alle elementen ervan tegen het licht gehouden. Velen wijzen naar de structuur van het onderwijs, de opdeling in Hauptschule (soort vmbo), Realschule (vmbo theoretisch/havo) en Gymnasium (vwo) als oorzaak van de slechte score van de gemiddelde leerling. Scholieren moeten volgens hen te vroeg kiezen voor een schoolrichting, met gevolg dat velen blijven zitten of uitvallen. Het onderwijs zou te statisch, te klassikaal en te ouderwets zijn voor de hedendaagse mondige leerling.

    Onderwijsexperts, ouders en politici maken zich daarnaast ernstig zorgen over de Hauptschule, die volgens hen de laatste jaren een vergaarbak van kanslozen is geworden, waar kinderen van migranten en werkloze autochtone Duitsers oververtegenwoordigd zijn.

    Vooral de sociaal-democratische SPD en de onderwijsvakbonden zien in de Gesamtschule een antwoord op de driedeling. Hier hoeven leerlingen pas later te kiezen, wordt meer rekening gehouden met individuele verschillen, en speelt idealiter de sociale afkomst een minder grote rol. De Europa-school in Bornheim is een van de 800 Gesamtschulen in Duitsland. Als het aan de SPD in Noordrijn-Westfalen ligt – die hier nu in de oppositie zit – komt er straks een soort middenschool in de deelstaat, geënt op die Gesamtschule, en geïnspireerd door de succesvolle Finse scholen, waarin basis-, middelbaar- en speciaal onderwijs ineen zijn gevoegd. Met het huidige drieledige systeem is het dan afgelopen. Ook de FDP, die in de deelstaatregering zit met de christen-democraten, sprak zich laatst uit voor de ’regionale middenschool’.

    Het plan wekt het afgrijzen van Regine Schwarzhoff, voorzitter van de Oudervereniging in Noordrijn-Westfalen. „De SPD wil een ’Eenheidsschool’ zoals ze in de DDR hadden’’, briest ze. Volgens haar is zo’n school te grootschalig en is het er onmogelijk rekening te houden met onderlinge verschillen tussen scholieren. Schwarzhoff wijst – en met haar veel christendemocraten – juist naar de Gesamtschulen als bron van al het Pisa-leed – en naar de media, die een veel te negatief beeld van het Duitse schoolsysteem schetsen. „Het systeem deugt, het zijn de mensen die er niet mee om kunnen gaan.’’ Over de rol van de gemiddelde docent is zij dan ook meedogenloos. „De huidige leraar heeft om drie redenen zijn vak gekozen. Een: hij kan in deeltijd werken. Twee: hij krijgt veel vakantie. Drie: hij is goed verzekerd.” Verbeter de status en het imago van het leraarsvak en er is al veel gewonnen, aldus Schwarzhoff.

    Anderen, en dat zijn er steeds meer, hebben hun hoop gevestigd op een bondsbrede aanpak van het probleem. Zij geven de zwarte piet aan het federalisme, de autonomie van de deelstaten. Het verschil in resultaten tussen de deelstaten is inderdaad aanzienlijk. Tussen Sleeswijk-Holstein en Beieren kom je honderden verschillende leerplannen tegen, schreef de Süddeutsche Zeitung onlangs. Maar het verlangen naar één onderwijsprogramma in de Bondsrepubliek is tot nu toe steeds stukgelopen op politieke onenigheid en vooral op koudwatervrees. Inmiddels zijn er, onder druk van de Bondsregering, verschillende deelstaten overgegaan tot een eigen Zentralabitur – en dat is voor hen al revolutionair.

    Noordrijn-Westfalen, op de Pisaranglijst in de onderste regionen te vinden, kent sinds maart dit jaar een eindexamen in het vak Duits. Van een bondsbreed eindexamen wil de deelstaatregering van CDU’er Jürgen Rüttgers vooralsnog niets weten, hoewel het zijn partijgenote bondsminister Annette Schavan is die zich daarvoor heeft uitgesproken. Onder meer Noordrijn-Westfalen, Hessen en Beieren zijn beducht voor een daling van het niveau. Centrale toetsen worden al gauw te gemakkelijk gemaakt om niet te veel kostbare gediplomeerden-in-spe te verliezen, redeneren de tegenstanders van een ’Duits’ eindexamen. De afkeer van een centralistische onderwijspolitiek loopt dwars door de partijen heen: in Hessen, waar in januari verkiezingen plaatsvinden, heeft de SPD aangekondigd na een overwinning het deelstaatexamen af te schaffen. Je moet scholieren niet overvragen, aldus de sociaal-democraten; examens veroorzaken stress en onnodige druk.

    Schwarzhoff van de Noordrijn-Westfaalse ouderenvereniging is al heel tevreden met het deelstaat-eindexamen. Maar ook onderwijsvernieuwer Breil van de Europaschool staat niet te trappelen. „Het is moeilijk voor te stellen hoe er gedurende twee maanden in Noordrijn-Westfalen een examen plaatsvindt gelijktijdig met, zeg, Beieren. Alleen al de vakanties lopen uiteen.” Het niveau van gelijksoortige scholieren moet hetzelfde zijn, zegt Breil. „Maar de opdrachten moeten kunnen verschillen. Niet alle scholieren hoeven ’Maria Stuart’ van Friedrich Schiller te kennen.”

    Meer over

    Wilt u iets delen met Trouw?

    Tip hier onze journalisten

    Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
    Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
    © 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden