De Gereformeerde Bond presenteert zichzelf als beschermer van de juiste leer

Alle alarmbellen gaan af in De Waarheidsvriend. Dit weekblad van de Gereformeerde Bond geldt als spreekbuis van de rechterflank van de protestantse kerk. In een betoog van VU-hoogleraar theologie en wetenschap Gijsbert van den Brink vallen alarmerende woorden als 'wantrouwen', 'argwaan' en 'warrig'. Ze verwijzen naar het gedachtengoed van de Nijkerkse predikant Edward van der Kaaij - zie ook het interview hiernaast. Dat gedachtengoed, dat openbaar werd door een in eigen beheer uitgegeven boek en een interview in De Stad Nijkerk (nieuwsblad in Nijkerk, Hoevelaken en Nijkerkerveen) laat zich samenvatten als: 'de historische Jezus heeft nooit bestaan'. Die opvatting, stelt de kop boven Van den Brinks betoog, 'tast het belijden van de kerk aan'.

Na kennisneming van deze opvatting van de ene theoloog over de opvatting van een andere theoloog, komt de vraag op met welk doel dat nu eigenlijk vastgesteld en opgeschreven zou moeten worden. Onder de lezers van De Waarheidsvriend is er vermoedelijk niet één die instemt met Van der Kaaij, maar toch trekt Van den Brink alle registers open om de Nijkerkse dominee af te serveren: 'Hoe kan het dat zo'n buitenissige opvatting gepropageerd wordt door een toch degelijk opgeleide protestantse predikant?' Het antwoord geeft Van den Brink zelf: Van der Kaaij is in de ban geraakt van een aloude dwaalleer, die 'de kerk altijd [is] blijven begeleiden, als een onderstroom die van tijd tot tijd telkens weer boven kwam'. Voor wie mocht denken dat Van der Kaaijs opvatting over de historiciteit van Jezus best hout snijdt, meldt Van den Brink: 'De betekenis ervan is wetenschappelijk nihil.' En zo presenteert de Gereformeerde Bond zichzelf als beschermer van de juiste leer.

Het kernwoord in de Nijkerkse Kwestie is 'mythe'. Het levensverhaal van Jezus zou volgens Van der Kaaij een versie van een oude Egyptische mythe zijn, een opvatting die Van den Brink (zonder het woord te gebruiken) afdoet als een mythe.

In het Nieuw Israëlietisch Weekblad (jaargang 150) gaat het ook over een mythe, de 'Joodse Oranjemythe'. Die luidt dat een eeuwenoude, nauwe band de Oranjes en de Nederlandse Joden met elkaar verbindt. Historicus Bart Wallet onderzoekt in een artikel of die band echt bestaat, en zo ja, of de liefde van twee kanten komt. In bibliotheken en archieven, stelt Wallet, is een overweldigende hoeveelheid brochures, gedichten, liederen en feestprogramma's te vinden waarin Joden uiting geven aan hun Oranjeliefde. Maar er is maar één man die uit allerlei bronnen een doorlopend verhaal samenstelde, waarin hij van Willem van Oranje in de 16de eeuw tot aan Wilhelmina in zijn eigen tijd een rechtstreekse lijn trok van voortdurende wederzijdse betrokkenheid tussen het koningshuis en de Joodse gemeenschap: Tobias Tal. Deze Haagse opperrabbijn publiceerde in 1898 een dun groen boek getiteld 'Oranjebloesems: Uit de gedenkbladen van Neerlands Israel'. Wallet: 'Kennelijk was Tals beeldende, barokke taalgebruik zo overtuigend dat iedereen 'Oranjebloesems' als bewijs van de bijzondere relatie accepteerde.'

Maar hoe kon Tals geconstrueerde geschiedenis nu zo invloedrijk worden? Het werd voor een hele generatie niet alleen een geliefd barmitswageschenk maar ook de standaardversie van de Nederlands-Joodse geschiedenis. Volgens Wallet had het boek een emancipatoir doel: het moest de Nederlandse Joden (en de rest van de samenleving) ervan overtuigen dat zij voor niemand onderdeden in vaderlandsliefde en orangisme. En door zich zo nationalistisch op te stellen, maakten de Joden duidelijk dat zij 'typisch Nederlands' waren - beschaafd en gematigd, terwijl geloofsgenoten elders in Europa juist rollebollend over straat gingen.

De vraag wat realiteit is en wat fictie, komt naar voren in een interview dat Filosofie Magazine heeft met Markus Gabriel. De Duitse filosoof (1980) is de rijzende ster van de wijsbegeerte. Zijn in 2013 verschenen boek 'Waarom de wereld niet bestaat' is inmiddels in acht talen vertaald. Terwijl de filosoof koffie inschenkt, legt de interviewer hem drie vragen voor. Een: 'Is deze kamer deel van het universum?' Antwoord: 'Nee.' Twee: 'Bestaan heksen?' 'Ja.' Drie: 'Is de metafysica dood?' Gabriel: 'Zeker.'

Heksen bestaan dus? Ja, zegt Gabriel, in 'Macbeth' bijvoorbeeld en op de kermis van Keulen. 'In het zinveld van de natuurwetenschappen kom je ze niet tegen maar heksen bestaan wel degelijk. Dat realiteit en fictie tegenovergesteld zijn, is een enorm misverstand.'

Dominee Van der Kaaij uit Nijkerk zou vast instemmend knikken.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden