De gênante, glorieuze en kwetsbare momenten nadat het doek valt

De dansers uit The Sleeping Beauty maken een buiging. Beeld Altin Kaftira
De dansers uit The Sleeping Beauty maken een buiging.Beeld Altin Kaftira

Na de voorstelling volgt de beloning. Hoe neem je het applaus in ontvangst? Vier artiesten vertellen over het glorieuze, kwetsbare of gênante moment na de voorstelling. 

'Als het doek valt, staan we als zoutzakken'

Ballerina Floor Eimers (24) danst nu in The Sleeping Beauty van Het Nationale Ballet.

“Het moment van buigen is de beloning, een heerlijk gevoel. Tijdens het dansen geniet ik ook, maar dan denk ik aan duizend dingen. Daarna valt de spanning weg en sta ik als Floor voor de 1600 mensen met wie ik de avond heb doorgebracht. Ik kijk altijd naar alle delen van de zaal, want ook de mensen achteraan horen erbij.”

Bij dans ziet zelfs het buigen er elegant uit. Is het ingestudeerd?

“Ja, de manier van buigen en de volgorde zijn ingestudeerd. Daar nemen we een kwartiertje voor bij de laatste repetitie. Het applaus halen is nog onderdeel van de voorstelling. Eerst buigen we als hele groep, daarna de solisten apart. Als het doek sluit, staan we meteen als zoutzakken te chillen. Maar dan roept de stagemanager ‘Attentie’ - het doek gaat weer open - en gaan we weer snel heel charmant staan.

“Bij The Sleeping Beauty haal ik met mijn partner apart applaus. Eerst lopen we naar voren, mijn partner houdt één hand om mijn middel, de andere om mijn hand. Hij doet een stapje achteruit, ik maak een mooie reverence met een of twee armen in de lucht en ga diep door de knieën. Daarna kijk ik om naar mijn partner, hij pakt mijn hand en we lopen samen terug.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Ballerina Floor Eimers buigt tijdens en opvoering van The Sleeping Beauty. Beeld Altin Kaftira
Ballerina Floor Eimers buigt tijdens en opvoering van The Sleeping Beauty.Beeld Altin Kaftira

Ervaart u dit moment ook als een beoordeling? Bent u wel eens bang voor de reactie?

“Het Amsterdamse publiek is dankbaar. Hier is geen echte balletcultuur, men vindt het al snel mooi. We krijgen altijd een warm onthaal. Anderhalve maand geleden moest ik in het Mariinskytheater in Sint Petersburg plotseling in een hoofdrol invallen. Het mekka van het ballet. Toen vond ik het voor het eerst echt spannend hoe de reacties zouden zijn. Na de voorstelling gaat eerst het doek dicht, en als het dan weer open gaat moet er applaus komen. Maar in Rusland komt dat niet altijd. Nu gelukkig wel. Ik hoorde zelfs gejoel en bravo toen ik met aan de beurt was.”

Vergelijkt u het applaus dat u krijgt met het applaus voor de andere dansers?

“Iedereen luistert toch wie het meeste applaus krijgt. Als je bijvoorbeeld drie koppels hebt, kun je onderling vergelijken. We weten wel dat het per rol kan verschillen. Zoals bij Igone de Jongh, zij is een BN’er. Dan gaan de mensen los.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Vanja Rukavina. Beeld jan versweyveld
Vanja Rukavina.Beeld jan versweyveld

'Een staande ovatie zegt niet meer zoveel'

Acteur Vanja Rukavina (28) speelt bij het Nationale Theater in de marathonvoorstelling The Nation.

"Bij een groot gezelschap is het belangrijk dat het buigen strak gechoreografeerd is. Het mag er niet lullig uitzien. We beschouwen het als een deel van de voorstelling, repeteren er ook voor.

“Een van ons is de bukmeester - ja, zo heet dat echt. Die bepaalt wanneer we opkomen en wanneer we buigen. Bij The Nation is dat Bram Coopmans. Als je in de zaal goed oplet, hoor je hem ‘Ja!’ roepen, en dan komen alle acteurs tegelijk aanrennen. We komen zo snel mogelijk op, want dat is het prettigst voor het publiek. Dan begint de bukmeester met buigen, en wij volgen hem zo snel mogelijk. Bij de tweede keer buigen wijzen we met z’n allen naar de technici.

“Van mij persoonlijk hoeft het niet altijd zo uitgedacht te zijn. Bij kleine voorstellingen gaat het soms een beetje klungelig en dat heeft wel charme, vind ik. De voorstelling is tenslotte al klaar en je bent al uit je personage gestapt. ”

Is het moment van buigen belangrijk voor u?

“Als je het avond aan avond doet, wordt het iets dat er nu eenmaal bij hoort. Maar het is ook een mooi moment: het moment waarop we elkaar bedanken. Het publiek bedankt ons voor de avond en wij bedanken de mensen voor hun aanwezigheid.

“Ik vind het fijn om, ongeacht of het een prettig of vervelend publiek was, te bedanken met een lach. Bekenden in de zaal zoek ik op met mijn ogen.”

Kunt u aan het applaus afmeten wat het publiek van de avond vond?

“Niet echt. Normaal gesproken komen we drie keer terug. Alleen als we een vierde keer terug worden gevraagd, vond de zaal het echt bijzonder. Maar wat ik jammer vind, is dat het publiek bij grote voorstellingen altijd een staande ovatie geeft. In België of Duitsland weet je: als ze gaan staan, hebben de mensen een bijzonder goede voorstelling gezien. Hier weten we niet echt wat ze ervan vinden. Er wordt nooit boe geroepen.”

Is het dan nooit een spannend moment?

“Wel bij premières. Als we twee maanden intensief hebben gewerkt, is het eerste applaus een gigantische ontlading voor ons, overdonderend soms: de eerste reactie op wat we samen hebben gemaakt.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Jörgen Raymann. Beeld ANP
Jörgen Raymann.Beeld ANP

'Het klappen is een voorschot op je salaris'

Jörgen Raymann (51) speelt nu het toneelstuk ‘Vastgoed’. Dit voorjaar gaat hij op tournee met zijn solovoorstelling ‘Zo kan het ook 2.0’.

Wanneer kreeg u voor het eerst applaus? “Als jochie van vier jaar oud in Suriname, dat vergeet ik nooit. Ik liep in een modeshow op een sportvereniging te paraderen in een cowboy-outfit, voor een publiek van vrienden en kennissen. Ik vond het geweldig om zo in de schijnwerpers te staan. Toen wist ik: dít wil ik! Vanaf dat moment werd ik een heel aanstellerig kind. Zo aanstellerig dat mijn moeder me niet meer wilde meenemen naar feestjes, want ik klom steeds het podium op. Er waren muzikanten die zeiden: ‘Als dat kind van Raymann komt, dan spelen we niet.’

“Mijn allereerste soloprogramma heette Tek mi Fa mi de: Neem me zoals ik ben. Ik speelde het in Culturele Centrum Suriname in Paramaribo, in 1994 of 1995, voor een publiek van driehonderd man. Toen kreeg ik voor het eerst applaus voor iets wat ik zelf had gemaakt, helemaal in mijn eentje. Ze klapten hard, ik heb extra shows moeten geven terwijl er maar één gepland was.”

Hebt u ook wel eens ‘boe’ moeten incasseren?

“Nee, gelukkig niet. Het gebeurt wel eens dat je weinig respons krijgt uit de zaal, zoals laatst in Maastricht. Daar speelden we ‘Vastgoed’. Maar toen kregen we wel een grote ovatie en in de foyer kwamen mensen met complimentjes naar ons toe. Zo’n stilte in de zaal hoeft dus niet negatief te zijn. Ik zie het applaus als een voorschot op je salaris.”

Er zijn artiesten die zich kwetsbaar voelen na een voorstelling, als ze moeten buigen. Herkent u dat?

“Nee. Ik sta meer dan honderd keer per jaar in het theater en ik maak aan het eind gewoon een buiging zoals iedereen die maakt. Daarmee bedank ik op mijn beurt het publiek, want dat was zo goed om te komen kijken. Het succes van een voorstelling hangt ook af van de wisselwerking met het publiek. Mijn bloemen geef ik om die reden altijd aan iemand op de voorste rij.”

“Ik moest ook een keer optreden in de aanwezigheid van koningin Beatrix. Zij vroeg: ‘Bent u nooit nerveus?’ Toen zei ik: ‘Nee Majesteit, ik niet hoor, het publiek moet nerveus zijn, want zij hebben betaald voor hun kaartje. Ik kan alleen maar mijn uiterste best doen.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Eva Crutzen Beeld Anne van Zantwijk
Eva CrutzenBeeld Anne van Zantwijk

'Soms vind ik applaus echt gênant'

Cabaretier Eva Crutzen staat met de try-outs van haar derde soloprogramma in de theaters: ‘Opslaan als’.

Hoe buigt u?

“Ik loop naar het midden, buig één keer, bedank de technicus, dan buig ik nog een keer en ga ik af.”

Geniet u van het applaus?

“Nou nee, ik vind het altijd een beetje ongemakkelijk. Ik zeg wel tegen mezelf: ‘Geniet er nou maar van, de mensen willen je graag waardering geven’. Maar intussen denk ik: ‘Ik wil naar de kleedkamer, nú.’

“Soms vind ik applaus echt gênant. Als ik vind dat ik slecht heb gespeeld, wil ik liever onder een steen kruipen.”

Bent u ook slecht in het ontvangen van complimentjes?

“Ja, dat vind ik óók ongemakkelijk. Ik weet niet hoe dat komt. Ik denk altijd als iemand iets aardigs zegt: ‘Leuk, leuk, maar het hoeft niet hoor’.

“Ik maak mijn voorstelling zo dat er zo weinig mogelijk klapmomenten in zitten. Dan zing ik een liedje net niet helemaal uit, of komt er aan het eind van een sketch een harde overgang met licht. Daardoor zit er vaart in mijn programma en ben ik het publiek altijd een stap voor, daar hou ik wel van.”

Maar zo ontloopt u ook iets, toch?

“Ja, mijn eigen ongemak! Mijn vader zegt trouwens dat het jammer is dat ik zo weinig gelegenheid geef tot applaus.

“Zelf merkte ik dat het fijn kan zijn om te klappen na een concert van de Deense singer-songwriter Agnes Obel in Carré. Zij boog één keer en verdween, wij bleven klappen maar ze kwam niet meer terug. Toen voelde ik teleurstelling: ik had het mooi gevonden en wilde dat graag laten merken.”

Zijn er ook momenten waarop het applaus wel prettig is?

“Ja, ik speel nu try-outs, dat is best een kwetsbare fase. De voorstelling is nog niet perfect, nog niet af. De afgelopen maanden heb ik wel vaker gedacht: ‘Oh, ze vinden er niks aan!’ Maar dan was het applaus toch overweldigend en dat was écht fijn.

“Soms heb je ingetogen lachers in de zaal, daar kun je best onzeker van worden. De lach is de energie waarop je zo’n voorstelling maakt.”

Van wie krijgt u het liefst applaus?

“Ik denk van collega’s voor wie ik waardering heb, die in hetzelfde schuitje zitten als ik.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden