De genade van het precieze kijken

Toen in het voorjaar bekendgemaakt werd dat Peter Handke in Noorwegen de Ibsen-prijs was toegekend, een theaterprijs gedoteerd met 300.000 euro, begon het rumoer al. Een reeks van Noorse schrijvers en intellectuelen kwam tegen hem in het geweer.

Peter Handke, dat was, protesteerde men, de Oostenrijkse schrijver die in het uiteenvallende Joegoslavië de zijde van de Serviërs koos, die de oorlogsmisdaden van de Serviërs bagatelliseerde en bij het graf van dictator Slobodan Milosevic een rede had gehouden.

Begin 1996 had Handke zijn omstreden 'Winterse reis' gepubliceerd, het verslag van zijn tocht door Servië. Het sneeuwde er, de honing was wouddonker, het water van de Drina winterzwartgroen. Hij wilde Servië van dichtbij zien, in zijn eigen werkelijkheid, en niet langer in die van de internationale media. Hij was niet op weg gegaan 'om mee te haten'.

Heftig waren destijds de reacties geweest. En nu, achttien jaar later, opnieuw. Ze hadden de Ibsen-prijs net zo goed aan Joseph Goebbels kunnen geven, zei de dichter Öyvind Berg, want Handke zou extreem-nationalistische standpunten huldigen. Een andere Noor, de uitgever William Nygaard, vond dat men Handke moest vragen het prijsgeld aan de slachtoffers van Srebrenica te schenken.

Op de dag van de uitreiking, ruim een week geleden, stonden bij het Nationale Theater in Oslo demonstranten op hem te wachten, zo'n tweehonderd, de meesten van hen afkomstig uit Bosnië. 'Fascist! Fascist!' riepen ze hem toe, hielden een bord met een hakenkruis omhoog en een bord waarop in het Engels 'Genocide loochenaar' stond.

Er waren er ook die Handke verdedigden, onder hen de misschien wel bekendste hedendaagse Noorse schrijver Karl Ove Knausgård. Hij prees Handkes 'Winterse reis' als een andere vorm van geschiedschrijving. Hij achtte diens wijze van schrijven zo uniek dat Handke behalve de Ibsen-prijs ook de Nobelprijs toe zou mogen komen.

De hele affaire leidde tot enig oproer in Noorse en Duitstalige kranten, maar niet daarbuiten. En toch kan ik niet weerstaan er hier over te berichten, vooral omdat deze krant, als een van de zeer weinige na de Süddeutsche Zeitung, de hele Handketekst over zijn reis naar Servië had gepubliceerd, in twee katernen van Letter&Geest, acht volle broadsheet-pagina's lang, gevolgd door een derde katern met reacties.

Dat was in februari 1996 geweest, enige maanden na de vredesakkoorden van Dayton, die aan de burgeroorlog een einde maakten. 'Gerechtigheid voor Servië' luidde de ondertitel van de Winterse Reis. Het proza, met zijn lang uitgesponnen bijvoeglijke bepalingen en bijzinnen (prachtig vertaald door Hans Hom) verlangde een en ander van de lezer, maar wat een oefening in precies kijken was het geweest. En wat een kracht in de beschrijving.

Handke schiep zijn eigen beelden, zonder Serviërs vrij te pleiten, beelden voor na de oorlog. En vroeg om bedachtzaamheid. Ik herlas zijn tekst, en wilde naar Servië. Want wat weet men, schreef hij, als een deelname alleen maar een televisiedeelname is, vanuit de verte?

Hoe waar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden