De gemengde gevoelens van Jan Slomp Voorvechter dialoog met moslims: leiding kerken handelt te laks

LEUSDEN - De top van de Nederlandse kerken, protestants en katholiek, doet te weinig om het gesprek met de islam in ons land echt van de grond te tillen. Dat is de mening van ds. Jan Slomp, voorzitter van de werkgroep Islam van de Raad van kerken, die op 1 januari met emeritaat gaat.

TON CRIJNEN

Ds. Slomp heeft als weinig anderen in ons land zich ingezet voor de dialoog tussen christenen en moslims. Een dialoog die volgens hem aan moslim-kant vooral door Turken wordt gevoerd. Bij de Marokkanen loopt het allemaal wat moeizamer. Wat de christelijke kant betreft heeft de gedreven dominee - “ik zie mijn inzet voor het wederzijdse gesprek als mijn roeping” - gemengde gevoelens over de opstelling van de officiele kerkelijke instituties. Ondanks de “zeker” geboekte vooruitgang - “zo zijn er in meer dan tachtig plaatsen goede contacten tussen kerk en moskee, heeft de gereformeerde synode in 1991 opgeroepen tot ontmoeting met moslims en is er vanuit de kerken een wezenlijke bijdrage geleverd aan meer begrip en tolerantie voor moslims”- blijft hij de houding van de christelijke kerken te laks vinden.

“De bescheiden, maar ontegenzeggelijk groeiende aandacht voor de islam die ik aan de basis van de kerken bespeur, wordt van hogerhand onvoldoende gestimuleerd. Is aan moslim-kant zeker niet iedereen klaar voor een dialoog, bij veel dominees, pastores en gemeenteleden blijkt dat evenmin het geval.”

Slomp (61) neemt vandaag afscheid als predikant. Hij stond zestien jaar lang in algemene dienst bij de Gereformeerde kerken in Nederland, met als opdracht voorlichting te geven over de ontmoeting met moslims in de samenleving. Daarnaast was de druk bezette dominee - “ik zat begin dit jaar in 29 commissies” - internationaal zeer actief. Zo leidde, en voorlopig leidt, hij de Islam-in-Europa-commissie van de Konferentie van Europese kerken en de raad van katholieke Europese bisschoppenconferenties .

Slomp, zoon van de prominente predikant-verzetsman 'Frits de Zwerver', leerde de praktijk van de islam kennen tijdens zijn dertienjarige verblijf (1964-'77), met vrouw en vier kinderen, in Pakistan. Daar was hij als zendingspredikant onder meer betrokken bij het opzetten van een christelijk studiecentrum in Rawalpindi. Vanaf 1960 was hij er staflid.

Terug in Nederland zette Slomp zich in voor de dialoog met de moslimgemeenschap in ons land. “Het feit dat ik in Pakistan aan den lijve had ondervonden hoe het is om als minderheid te leven, heeft me geholpen bij het beter begrijpen van de gevoelens van de moslims hier.”

Slomp constateert bij veel vaderlandse predikanten en pastores “een zekere weerzin” ten opzichte van het zich verdiepen in de islam. Dit ondanks het feit dat ze er steeds meer mee te maken gaan krijgen. “Vergeet niet dat ons land inmiddels 450 000 moslims telt. Dat kan en mag je als kerken niet negeren.”

Volgens Slomp vinden veel protestantse en rooms-katholieke voorgangers de islam geen aantrekkelijke religie. “Dat zeggen ze ook ronduit tegen me. Men identificeert de islam met oorlogen en politiek geruzie (zie het Midden-Oosten) en met religieus fanatisme (zie de Rushdieaffaire en de fundamentalistische onrust in landen als Algerije).”

“Dit sterk politieke beeld van de islam, een manco waar trouwens veel Nederlanders last van hebben, gaat voorbij aan de rijke theologie, filosofie en mystiek die de islam van oudsher te bieden heeft. Men blijft steken in een beeld van de islam als een archaische, platte godsdienst.

Zo beseft men niet dat de islam wel degelijk ook moderne denkers kent die zich bezighouden met zaken als secularisatie, medische ethiek, euthanasie, abortus, etcetera. Mensen als Arkoun (Amsterdam) Ali Merad (Parijs), Smail Balic (Wenen), Fatima Mernissi (Rabat), Moh. Talbi (Tunis) en Khalid Duran (Philadelphia).

Evenmin is men op hoogte van het feit dat er al eeuwen geleden relaties bestonden tussen christenen en moslims. Grote westerse theologen als Anselmus van Canterbury (1033-1109) en St. Nicolaas van Cusa (1401-1464) hebben over de islam geschreven. Hetzelfde geldt voor Luther en Calvijn. Men bezag de moslim-wereld natuurlijk niet altijd op een positieve manier, maar negeerde haar in elk geval niet.''

Wat de hedendaagse situatie betreft, constateert Slomp dat er binnen het christelijke kamp meer interesse bestaat voor het theologische gesprek met het jodendom dan voor dat met de islam. Sterker nog, men beschouwt de christelijk-joodse dialoog als een hinderpaal voor die met de islam. “Terwijl het veel meer voor de hand zou liggen dat de bestudering van het jodendom juist een opstap vormt tot de islamstudie. Er bestaan tussen jodendom en islam meer overeenkomsten dan tussen jodendom en christendom.”

Tegen de achtergrond van het feit dat het christelijk-joodse gesprek pas echt op gang kwam na de holocaust zegt Slomp: “Het zou een ramp zijn voor West-Europa en dus ook voor ons, als we op de dialoog met de islam moeten wachten tot erge dingen de kerken wakkerschudden.”

Geen gevaar

Want al ziet hij het fundamentalisme momenteel niet als een reele bedreiging voor dit deel van de wereld, dat zou volgens hem kunnen veranderen, als wij de moslim-gemeenschap (alleen in West-Europa leven al zo'n zeven miljoen moslims) blijven zien als maatschappelijk, cultureel en religieus irrelevant.

En: “Het feit dat de Westeuropese christenen toekijken hoe orthodoxe en rooms-katholieke strijders in Bosnie de moslims afslachten, doet ook in ons land de dialoog met de moslims bepaald geen goed. Menige moslim vraagt zich af of niet alle christenen huichelaars zijn.”

Tot slot bevraagd over wat sommigen beschouwen als de Nederlandse hoofddoekjesaffaire - een protestants-christelijke basisschool in Amsterdam verbood moslim-meisjes een hoofddoek te dragen - zegt Slomp: “In plaats van te zeuren over hoofddoekjes zou het christelijk onderwijs er een eer in moeten stellen op scholen waar een groot aantal moslims zitten, ruimte te bieden voor moslim-godsdienstonderwijs.”

Heerst er onder christenen niet vaak (onbewuste?) angst dat je door een dialoog met de islam aan te gaan je eigen geloof ter discussie stelt? Slomp: “ Moslims eisen van christenen helemaal niet dat ze hun eigen overtuiging overboord zetten. Ze verwachten juist dat je voor je geloof opkomt. Zelf heb ik de ervaring dat je in die gesprekken juist op je eigen kern wordt teruggeworpen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden