De gemeenteraad is versleten

Het werk in de gemeenteraad zwelt aan en wordt ingewikkelder, terwijl de inwoners steeds harder om snelle oplossingen schreeuwen. Met een nieuwe verlofregeling moeten gemeenten frisse krachten aantrekken.

Je zult maar raadslid zijn. Die krijgt het steeds drukker omdat de landelijke overheid steeds meer taken bij de gemeenten neerlegt. De dossiers worden dikker en ingewikkelder, en beslissingen worden veelal in groter regionaal verband genomen waardoor de rol van de eigen raad verandert. Vanwege al dat extra werk komt het contact met de burgers onder druk te staan, terwijl die op hun beurt steeds luider om actie roepen. Je zult maar raadslid zijn.

De Raad voor het Openbaar Bestuur (Rob) koos een opvallende titel voor het rapport dat deze praktijk beschrijft. '15,9 uur' heet het, en dat staat voor het gemiddeld aantal uren dat een raadslid wekelijks met zijn of haar werk voor de gemeente bezig is. Het onderzoek dat gisteren uitkwam beschrijft niet alleen de positie van de raadsleden en de externe factoren die als herfststormen op hun afkomen.

De Rob geeft ook tips hoe zij hun functioneren kunnen verbeteren. Want de analyse is somber: 'De werkwijze in veel gemeenteraden is die van een ingesleten werkelijkheid', schrijft voorzitter (en ex-burgemeester van Groningen) Jacques Wallage. 'Eerlijk gezegd af en toe ook wel van een versleten werkelijkheid.' Er is volgens hem te veel papier, te veel ritueel en te weinig betekenisvolle verbinding met de samenleving. De wereld van buiten naar binnen brengen, de raadszaal in, vraagt volgens Wallage om een 'grondige verandering van de vergroeide cultuur'.

Die is niet alleen hard nodig om de kwaliteit van de lokale democratie te waarborgen. De gemeenteraden zijn óók belangrijke leerscholen voor toekomstige leden van de Tweede Kamer. Als de gemeenteraad ziek is, hoest straks het parlement.

Wat zijn de symptomen? Met de decentralisatie heeft de rijksoverheid zeer complexe onderwerpen als de jeugdzorg, maar ook de dienstverlening die is geregeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) op het bordje van de gemeente gelegd. Veel lokale overheden vinden het daarom handig op te trekken met andere gemeenten en schakelen in de uitvoering grote gespecialiseerde instituties in.

De eigen gemeenteraad is daardoor veel minder het vanzelfsprekende middelpunt waar doorgaans de belangen en beslissingen samenkwamen. Knopen worden nu op regionaal niveau doorgehakt.

Een tegengestelde ontwikkeling is te zien als het gaat om de democratische betrokkenheid van inwoners. Die worden steeds mondiger en willen juist dat de raadsleden zich met hun dorp, wijk of buurt bemoeien. Een andere trend staat daar weer haaks op. Bijna de helft van de stemmers blijft tegenwoordig thuis bij gemeenteraadsverkiezingen. Voor raadsleden wordt het daardoor steeds lastiger om met gezag namens de inwoners van een gemeente te spreken.

Het werk ín de raad wordt er ook niet makkelijker op. Door de politieke fragmentatie sinds de eeuwwisseling, is het aantal partijen enorm toegenomen en de omvang daarvan afgenomen. Het vinden van politieke meerderheden is daarom ingewikkelder. Met relatief kleine fracties in de raad is het ook moeilijker een herkenbare rol in de raad te speken.

In die kleine clubjes kan het raadswerk minder makkelijk verdeeld worden. Iedereen gaat met grote stapels dossiers naar huis. Dat dit geen aanlokkelijk perspectief is, blijkt uit de samenstelling van de gemeenteraad. Die wordt gedomineerd door mannen van middelbare leeftijd met een hoog opleidingsniveau.

Niet wat je zegt een afspiegeling van de maatschappij. En zeker ook een wat eenzijdig samengestelde leerschool voor het parlement.

Gelukkig voegt de Rob bij deze sombere diagnose een recept voor herstel. Raadsleden moeten meer volksvertegenwoordiger worden, met meer aandacht voor de lokale samenleving. Dat kan door hun raadswerk anders in te delen.

Door efficiënter te werken mag nog maar vijftig procent opgaan aan beraadslaging en besluitvorming, vijftig procent van de tijd moet aan de burger worden besteed. Zo kunnen raadsleden ook een eigen achterban opbouwen van mensen die dezelfde opvattingen of belangen hebben.

Raadsleden van verschillende fracties zouden op onderwerpen waarover zij gemeenschappelijke standpunten hebben, beter moeten samenwerken. Zo kan één woordvoerder het standpunt van verschillende partijen naar voren brengen. Daarnaast moeten zij minder politiseren. Juist de lokale politiek is van de pragmatische oplossingen, zoals bijvoorbeeld bij de opvang van vluchtelingen, en staat op grote afstand van de partijpolitieke scherpslijperij in Den Haag. Raadsleden moeten zich steeds afvragen wat hún kiezers opschieten met een stem voor of tegen.

Het zijn allemaal goede voornemens die het raadswerk inhoudelijker en beter behapbaar kunnen maken.

Maar het rapport tipt ook een meer essentiële vraag aan: hoe trek je voldoende capabele mensen aan om die zware maar cruciale taak van het raadslidmaatschap op de schouders te nemen? Er is ook een antwoord: door de huidige wachtgeld- en terugkeerregelingen te vervangen door een algemene verlofregeling voor het vervullen van een politiek ambt. Een soort 'levensloopverlof' voor de publieke zaak.

Dat maakt het mogelijk om werknemers hun baan laten onderbreken om een politiek ambt te vervullen voor maximaal twee ambtstermijnen. Tijdens dit verlof worden ze gewoon door hun werkgever doorbetaald, en het Rijk vergoedt de werkgever weer. Dit medicinale drankje smaakt helemaal niet bitter, integendeel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden