column

De gekunstelde spanning tussen Randstad en regio

Beeld Maartje Geels

De stadstaat Nederland heeft het zwaar. Sneeuw is over het land gekomen, het land valt stil. Onze volcontinue bedrijvigheid onder een dikke laag wit gesmoord. Dit zal ons stil krijgen.

Normaliter weten we niet beter of we verwachten in een vloek en een zucht op de plaats van bestemming te zijn. Nederland is met z'n bruggen, snelwegen, spoorlijnen en veerdiensten zeer dicht verknoopt.

Onderweg vanuit Leuven naar Amsterdam sta ik stil. De wagen kruipt in slakkengang over de weg, om me heen groeit het peloton van laatkomers. Het enige wat ons dan rest is berusting. En innerlijk lachen om de gekunstelde spanning tussen Randstad en de regio. Nederland zou een verdeeld land zijn; de Randstad met bullebak Amsterdam als aanvoerder zou de regio zijn wil en wet opleggen. Vanaf de Coolsingel of Damrak gezien is alles ver weg.

In het achterland voelt men zich achtergesteld, vergeten, vertrapt. Het klassieke minderwaardigheidscomplex dat in de media dik wordt aangezet door zelfbenoemde vertegenwoordigers van de Regio die na hun zegje gedaan te hebben in de Grachtengordel zich comfortabel naar hun provinciale stulpjes laten rijden.

Er is niks van waar. Ja, er zijn onderbuikgevoelens, maar de realiteit is dat Nederland een stadstaat is. De buitenwijk van Maastricht is Amsterdam. We doen er wat lacherig over en fixeren ons graag op de oude klassieke verhoudingen maar latere generaties zullen over Nederland spreken als over een hechte, uitstekend verbonden stad met hier en daar een park.

De afgelopen maanden toerde ik met mijn voorstelling 'Brief aan mijn dochter' door het land. Vele malen stond ik stil op de snelweg, ja, ik heb in te veel files gestaan, en toch kwam ik altijd op tijd aan. De theaters die ik bezocht lagen in de oude, veilige en schone stadscentra van Meppel, Enschede, Leeuwarden, Etten-Leur en Harderwijk; ook hier vond ik snel en makkelijk mijn weg. Om op adem te komen liep ik over de pleinen en door de winkelstraten van de steden. Ik zag gezonde, vrolijke mensen die zij aan zij zaten op de terrassen, op sommige pleinen waande ik me in Toscane, cafés waar de Marzocco-machine bediend wordt door barista's.

De theaters waren ware kunstpaleizen, en waar er achterstallig onderhoud was werd dat gecompenseerd door gastvrijheid. Na afloop van de voorstelling raakte ik in gesprek met de inwoners van de regio. Geen eenheidsworst. Een zeer divers publiek van vitale gepensioneerden onder wie een hoogleraar astronomie in ruste, maar ook Surinaamse moeders, Marokkaanse families en suikertantes. Door de aanpassingen in de theaters kunnen ook mindervaliden makkelijk en snel hun weg vinden naar de eerste rij.

Na afloop van mijn optreden in de Kleine Willem in Enschede sprak ik met Michel, de technicus van het huis; hij bleek de helft van mijn oeuvre gelezen te hebben, ook de 'moeilijke' boeken. De kinderen van Erasmus zijn overal te vinden. Hij gooide de deuren voor me open zodat ik uit kon rijden naar huis.

Het was al begonnen met sneeuwen. Bij Deventer waren de eerste sneeuwruimers de weg al opgegaan. Op de Lage Veluwe was het donker. Even voelde Amsterdam heel ver weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden