De geknakte staf

Geen staflid was bij machte Clintons geilheid te beteugelen. De hele garde ging op pad met zijn ontkenningen. “Je gelooft hem, of je stapt op.” En dan bekent de president.

Betty Currie is een godvruchtige vrouw. Iedere zondagochtend gaat zij met haar man Robert naar de Community United Methodist Church in haar woonplaats Arlington, een voorstad van Washington DC. Zij antwoordt 'Amen' als de dominee in zijn preek zegt dat man en vrouw elkaar binnen het huwelijk trouw moeten zijn of als hij stelt dat je als goed christen niet liegend en bedriegend door het leven kunt gaan.

Betty Currie wordt geroemd om haar elegante optreden als secretaresse. Haar baas, een man van aanzien, draagt haar op handen en heeft met de Kerst altijd iets speciaals voor haar en haar gezin. Echt uit waardering. Evenwichtig is ze, altijd correct, altijd punctueel. Vriend en vijand zijn het daarover eens. En een goede vriend van haar baas zei een tijdje geleden nog van haar dat ze in de zes jaar dat ze voor die baas werkt een toonbeeld is geweest van fatsoen en kalmte. Betty Currie is bijna volmaakt.

Was misschien bijna volmaakt. Want in het rapport van speciale onderzoeker Kenneth Starr wordt diezelfde Currie, in haar functie van particulier secretaresse van Bill Clinton, geportretteerd als de vrouw die de ontmoetingen tussen de Amerikaanse president en Monica Lewinsky regelde. Die met haar aanwezigheid de schijn wist op te houden dat er zich in het kantoor van Clinton niets onoorbaars afspeelde. Die de jury van onderzoek voorloog. En die de president hielp bewijsmateriaal achteroverdrukken.

Als iemand van haar voetstuk is gevallen in de hele affaire dan is het deze secretaresse. Mevrouw Currie, zegt Starr, hielp de relatie geheim te houden. Ze belde Lewinsky op als de president haar wilde spreken en verbond haar dan door, zodat de telefooncentrale er geen aantekening 'gesprek president' van zou maken. Ze legde gesprekken tussen de twee niet vast in het logboek. Ze begeleidde Lewinsky naar het kantoor van Clinton en wachtte vervolgens in het keukentje. Na een kwartier kwam Monica dan weer naar buiten en de secretaresse bracht haar weer buiten de vertrekken, zodat de indruk bleef dat Clinton en Lewinsky nooit alleen waren.

De president maakte dankbaar gebruik van die loyaliteit toen hij Currie vroeg de cadeautjes die hij Lewinsky had gegeven weer op te halen. Currie verstopte dit bewijsmateriaal onder haar eigen bed. En hij instrueerde haar op zondag 18 januari, toen hij net zijn verklaring in de zaak Paula Jones had afgelegd, met opmerkingen als: Je was er altijd bij als Moncia er was, niet? We zijn nooit alleen geweest, hè? Monica legde het altijd aan, ik heb haar nooit aangeraakt, niet? En jij kon alles horen en zien, niet? “De president wilde dat ik het met hem eens zou zijn”, zei Currie later tijdens haar verhoor voor de Starr-jury.

George Stephanopoulos, tussen 1992 en 1997 een van Clintons politieke goeroe's en zijn belangrijkste intermediair met de media, stelde vorige week met fonkelende ogen vast dat als hij de president een ding verwijt het de manier is waarop hij Currie heeft gecorrumpeerd. Stephanopoulos, die nu aan zijn memoires werkt en tegelijkertijd politiek commentator is bij ABC-News, heeft geen enkel respect meer voor Clinton en meent dat hij dient af te treden, al betwijfelt hij of de president dat ooit zal doen. Stephanopoulos heeft zelf ondervonden hoe gemakkelijk Clinton trouwe politieke vrienden op een zijspoor zet als dat beter in zijn politieke kraam past.

In het nummer van Newsweek, dat verscheen na Clintons televisietoespraak van 17 augustus, waarin hij de relatie met Lewinsky toegaf, vertelde Stephanopoulos een ervaring uit de verkiezingscampagne van 1992. Clinton werd ervan beschuldigd zich op het hoogtepunt van de Vietnam-oorlog aan de dienstplicht te hebben onttrokken. Het hele team had, op instigatie van de presidentskandidaat, bij hoog en laag ontkend dat er ook maar iets waar was van de aantijging; het was niet meer dan een rechtse samenzwering tegen een kandidaat die alles anders wil gaan doen.

Totdat Stephanopoulos een papiertje onder zijn neus kreeg gedrukt van John King, de huidige CNN-verslaggever die toen nog voor het persbureau AP werkte. Het was een kopie van het bevel aan Clinton zich voor de militaire dienst te melden. Stephanopoulos was in opperste verwarring. Waarom wist hij hier niks van? “Ach, vergeten”, zei Clinton nonchalant. Hij voegde eraan toe dat zijn medewerker maar even uit de buurt van de media moest blijven. Stephanopoulos bleef een tijdje in bed liggen en besloot toen dat hij Clinton zou geloven en verdedigen.

Stephanopoulos heeft daaraan teruggedacht toen hij zag hoe medewerkers van de president, die hem maanden lang door dik en dun hadden verdedigd, werden geconfronteerd met zijn televisietoespraak. Meedogenloos hebben de camera's vastgelegd hoe mensen als politiek adviseur Rahm Emanuel, oud-verkiezingsbuddy Paul Begala of communicatiechef Ann Lewis zondag na zondag naar de tv-studio's kwamen om het in de Amerikaanse versies van Het Buitenhof op te nemen voor de president tegenover al die cynische en sceptische journalisten. Journalisten die allemaal hun vragen stelden met de ondertoon van 'Hey sucker, je weet toch net zo goed als wij dat de man liegt dat ie barst?'

Stephanopoulos heeft met mededogen aangezien hoe al die medewerkers van het Witte Huis in hun hemd stonden en hij kan zich hun ontredderde houding goed voorstellen. “Stafmedewerkers van het Witte Huis zijn niet stom; ze volgen niet blind. Velen hadden de gevoelens van twijfel in hun maagstreek, vooral omdat de president maar geen uitleg gaf. Daarom hebben de verdedigers van Clinton alles dubbel gecontroleerd bij zijn juristen. Om er zeker van te zijn dat de verdediging juist was en op waarheid beruste. Maar misschien heeft Clinton zijn juridische adviseurs ook wel misleid.”

Voordat iemand een hard oordeel over de Witte Huismedewerkers velt, zegt Stephanopoulos, moet hij zich realiseren wat het is om de hand van de president van de Verenigde Staten op je schouder te voelen, terwijl hij je in de ogen kijkt en zegt: 'Je moet me echt geloven. Ik heb dat niet gedaan'. Je gelooft hem. Zo niet, dan moet je opstappen.

De realiteit is dat maar heel weinig politieke medewerkers die stap willen zetten of zelfs maar overwegen. Richard Nixon mag dan na het pardon van zijn opvolger Gerald Ford in ballingschap zijn gegaan in Californië, veel van zijn medeschurken in het Watergateschandaal hebben eerst een gevangenisstraf moeten uitzitten. Bob Haldeman, John Ehrlichman, John Mitchell, Charles Colson, Jeb Stuart Magruder, C. Gordon Liddy, de lijst van All the presidents men is een lange. Ze hebben met hun president de lange weg van bedrog en machtsmisbruik afgelegd, zonder maar een moment te overwegen ermee te kappen. Deels uit machtswaan, deels uit loyaliteit.

Zo ging het ook weer met Ronald Reagans medewerkers in het Iran-Contraschandaal. En zo gaat het, als het rapport van Starr strafrechtelijke gevolgen heeft, ook met medewerkers van Clinton. Die loyaliteit is niet puur politiek, die stoelt dikwijls op een langdurige persoonlijke relatie. Clinton en veel van zijn stafleden kennen elkaar niet slechts van de verkiezingscampagne van 1992 of die van 1996. Men kent elkaar al vanaf de universiteit of uit Arkansas, uit de tijd dat Bill Clinton daar nog aankomend politicus en gouverneur was.

De loyaliteit wordt in andere gevallen gevoed door bewondering voor de man. Bijvoorbeeld in het geval van Dee Dee Myers, die van 1993 tot 1994 woordvoerder van het Witte Huis was, een periode waarop met gemengde gevoelens wordt teruggekeken. Myers meldde zich in de verkiezingscampagne van 1992 toevallig aan voor de post van persvoorlichter en werd door Clinton uitgenodigd voor een gesprek. “Die bijeenkomst heeft mijn leven veranderd. Nooit had ik een kandidaat ontmoet die met zoveel zekerheid wist waarom hij president wilde worden. Nooit had ik iemand uit het openbare leven ontmoet die zo hartstochtelijk in het middel van de politiek geloofde om goed te kunnen doen. Zijn passie was besmettelijk en binnen enkele weken zat ik in het campagnevliegtuig dat de rest van het jaar mijn 'huis' zou zijn.”

Ze heeft weinig vertrouwen meer in de president en denkt dat het voor hem te laat is om zich te herstellen. Maar: “Het zou gemakkelijker zijn voor mij als ik er niet van overtuigd was dat hij de meest getalenteerde persoon is die ik ooit heb ontmoet. Het zou makkelijker zijn als ik hem niet erg graag mocht en met warmte terugdenk aan wat hij politiek heeft bereikt en aan de persoonlijke gebeurtenissen. Het zou gemakkelijker zijn als ik niet in zijn ideeën geloofde of meende dat hij in beginsel een groot president zou zijn. Maar dat doe ik wel.”

Vervolg op pagina 2

De geknakte staf

Vervolg van pagina 1

Medewerkers die een persoonlijke relatie met Clinton hebben, neigen ertoe het onderzoek in de Lewinsky-zaak als een persoonlijke kwestie van de president te beschouwen, stelde het weekblad The National Journal enkele dagen voor de 17de augustus. Paul Begala is zo iemand. Strateeg uit de verkiezingscampagne van 1992 en verdediger tot en met de afgelopen maanden. Al was aan de zweetdruppeltjes op zijn gezicht in de gekoelde studio's van ABC en NBC dikwijls te zien dat hij die tv-optredens niet met plezier deed.

“Ik wil niet overdrijven dat we maatjes zijn of zoiets. Maar mijn loyaliteit is persoonlijk en ook politiek. Ik ben het eens met zijn beleid. Ik ben het met sommige punten oneens, maar dat heeft iedereen wel”, zegt Begala. Hij meent dat zijn loyaliteit op zijn plaats is. “Hij is verdraaid goed voor me geweest, zowel beroepshalve als persoonlijk. Alleen dank zij hem ben ik wie ik ben.”

Begala is sinds de toespraak van 17 augustus niet meer op de tv geweest. Dat is wel Ann Lewis, het hoofd van de afdeling communicatie en ook een onvermoeibaar verdediger van Clinton. Althans tot de 17de. Het verhaal gaat dat ze volledig werd gevloerd door de bekentenis van de president en dat ze binnenkort opstapt. Tegenover de National Journal zegt ze nog dat ze aan “idealistisch pragmatisme” doet. Ze gelooft in mensen voor wie ze politiek werkt zonder het altijd met hen eens te zijn. En als zo iemand zou liegen? “Dat zou niet lekker voelen. Maar je werkt nu eenmaal met mensen. Het is net als met kinderen krijgen; als je je alle details herinnert, wil je geen tweede keer meer.”

Had een loyale Witte Huisstaf kunnen voorkomen dat Clinton zijn presidentschap in de waagschaal zou stellen door de affaire met Lewinsky? Het is te betwijfelen. Geen staflid was bij machte de geilheid van de president te beteugelen. Drie stafleden zaten in de positie daartoe een poging te doen: Nancy Hernreich, chef van het Oval Office, het kantoor van de president, Stephen Goodin, de persoonlijke assistent van Clinton, en Evelyn Lieberman, de voormalige plaatsvervangende stafchef. Alle drie verkeerden ze dagelijks in de directe omgeving van de president en viel het ze op dat die Lewinsky wel een erg kleverig gedrag vertoonde.

Maar Lewinsky was ook niet gek en zocht naar situaties waar ze de Meanies - de rotzakken - kon ontlopen. Volgens het rapport van Starr vertelde Clinton Lewinsky zelfs wanneer Hernreich, die zijn dagelijkse doen en laten regelde, uit de buurt was. Goodin had als 30-jarige niet de invloed om de president tot de orde te roepen. Restte Lieberman. Die ontsloeg de stagaire in het voorjaar van 1996 wegens 'teveel rondhangen bij de president'. Lewinsky was volgens Lieberman een clutch, een plakker.

Maar Lewinsky liet zich niet zo gemakkelijk uit de weg ruimen en belde de president huilend op. “Weet je hier iets van?”, vroeg de president de vice-stafchef. Zeker, zei Lieberman. Clinton: “Wie heeft haar de laan uitgestuurd?”. Lieberman: “Ik”. Oh, juist, zei Clinton en ging over tot de orde van de dag. Al snel kwam Lewinsky er achter dat ze via Betty Currie een betere entree kreeg.

Leon Panetta, nu een van de belangrijkste critici van de president, was destijds stafchef en dus verantwoordelijk voor wat er in het Witte Huis gebeurde. Panetta: “Menen ze dat ze het hadden kunnen voorkomen? Waarschijnlijk wel. Als iemand had geweten dat zich zoiets afspeelde, als iemand maar een idee ervan had gehad, had iemand misschien naar de president kunnen stappen en zeggen 'Dit moet afgelopen zijn'.”

Zo iemand is Bruce Lindsey, een voormalige juridische adviseur en nu een van Clintons belangrijkste vertrouwelingen. Lindsey kent de president al dertig jaar; beiden groeiden op in Arkansas en beiden zijn jurist. En Lindsey is trouw als een hond. Loyaliteit, discretie en kameraadschap is was beiden bindt. Bill Burton, een voormalige collega van Lindsey in het Witte Huis: “Er zijn dingen die Bruce voor de president zou doen die niemand anders zou opknappen. Bruce hoeft er niet eens over na te denken. Hij de meest waardevolle speler in het team van deze regering. Niemand kan aan hem tippen.”

Helaas voor het Witte Huis is Lindsey meer een waakhond aan het hek dan binnenshuis, want anders had hij meteen in januari de schade al kunnen beperken. Lindsey, aldus een ingewijde, is sinds het uitbreken van het schandaal in januari, weliswaar chef schadebeperking, maar hij gedraagt zich als een strafzaakpleiter: “Hij vraagt zich niet af of zijn cliënt schuldig is of onschuldig, maar hoe hij gaten kan schieten in de aanklacht. Zijn motto is: aanvallen, aanvallen, aanvallen.”

Uit eerdere fasen van het Whitewaterschandaal is Lindsey's stelling bekend dat hoe minder er naar buiten wordt gebracht, hoe beter het is. Toen enkele jaren geleden, tijdens het losbranden van de Paula Jones-affaire, een tweede aanklacht tegen Clinton wegens seksuele intimidatie dreigde stapte Lindsey naar de vrouw, een stewardess, toe en zette haar onder druk: “Hij vroeg: Heb je iets tegen de journalisten gezegd? Wat wilden ze weten? Wilden ze weten of Clinton in het vliegtuig met je flirtte? Als je wat zegt, zeg dan alleen positieve dingen.”

Nadat het Lewinsky-kwaad was geschied ontbrandde in het Witte Huis de strijd over de te volgen taktiek. De politieke strategen stonden al snel tegenover de juristen. Daar Clinton zelf het juridische millimeteren bewondert en zijn vrouw Hillary een reputatie als befaamd jurist heeft te verliezen, gezien Lindsey's aanvalsdrift en gezien het feit dat een vierde vertrouweling, oud-minister Mickey Kantor, ook jurist is, was de strijd al snel gestreden. De strategen moesten voorlopig hun mond houden en opzitten voor het baasje.

Nu de affaire Lewinsky bij het Congres is beland en de politici moeten beslissen over een impeachment mogen de strategen hun kunnen weer tonen. En dan is het nog de vraag of de Clintons uiteindelijk niet hun eigen weg gaan. Hillary Clinton heeft in januari al het voortouw genomen en zal niet bereid zijn op te geven. Zoals iemand deze week grijnzend opmerkte: “De president? Ze denkt er niet over af te treden.”

De Clintons zijn in 1992 niet alleen op een golf van enthousiasme het Witte Huis binnengekomen, maar ook op een muur van haat en afkeer gestuit van rechtse Republikeinen. Voordat Clinton in het weekend voor 17 augustus de definitieve tekst van zijn rede opstelde, die nu zo wordt bekritiseerd wegens het gebrek aan spijt en berouw, zei hij tegen een naaste medewerker: “We kunnen het veld niet gaan ruimen. We hebben nog zoveel rekeningen te vereffenen.” Zolang dat niet is gebeurd zal de hele staf van het Witte Huis in het koor van de Nemesissen moeten meezingen. Tot de Clintons erbij neervallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden