De 'gekke koeien' van de achttiende eeuw

AMSTERDAM - 'Eeuwenlang was Engeland een groen land van weelderige weiden en een gezonde veestapel, maar kijk wat er nu van gekomen is', rouwde de Times vorige week. 160 000 Engelse runderen lijden aan BSE. In Nederland wordt de 'gekke koeien-ziekte' door velen gezien als een typische uitwas van de moderne veehouderij, vooral nu bekend is geworden, dat kadavers door het veevoer zijn vermengd.

De ziekte onder de Britse runderen bevestigt wat wij diep in ons hart al lang wisten: onze omgang met het vee deugt niet. We moeten dieren weer houden naar hun eigen aard, terug naar het natuurlijke produkt, en niet méér vee houden dan de eigen grond opbrengt, zoals oud-Europarlementariër Herman Verbeek betoogde in de Trouw van 26 maart.

Hoever moeten we daarvoor terug? In 1600 al blijken Nederlandse koeien te worden bijgevoerd met veekoeken, afkomstig uit Engeland, en zelfs uit de koloniën in Amerika. Door die bijvoeding was in Nederland in de Gouden Eeuw de 'bevolkingsdichtheid' onder de runderen al vele malen hoger dan de eigen grond kon voeden. Dieren en mensen leefden vroeger in de boerenbedrijven bovendien dicht opeen. Zo'n 50 ziektes, waaronder pokken en mazelen, zijn ooit overgesprongen van koeien naar mensen. BSE heeft wat dat betreft allerminst een primeur.

Ook waar die bijvoeding ontbrak, hielden de boeren net zo goed meer koeien dan verantwoord was. Ondervoeding onder de runderen was vroeger schering en inslag. Uit Duitsland is de benaming Schwanzvieh, 'staartvee', uit vroeger tijd overgeleverd: vee dat na een lange winter en slechte voeding vanwege verzwakking letterlijk aan zijn staart van de stal naar de wei moesten worden gesleept. Ook de lange trektochten die het vee bij gebrek aan vrachtwagens of spoorwegen naar de steden moest maken, putten de dieren uit.

Een verlies van een kwart of een derde van het gewicht van een rund na een tocht van Schotland naar Londen, of van Denemarken naar Amsterdam, was niet ongewoon. Bij nadering van de stad moesten de dieren dan ook stevig 'bij-eten' in de stadsweiden, voordat ze ter verkoop konden worden aangeboden.

Rundvee werd in de 18e eeuw bovendien, met het oog op de grote vraag naar vlees, op steeds jongere leeftijd geslacht. In Midden-Europa kwamen runderen ouder dan vijf jaar aan het einde van de 18e eeuw nauwelijks meer voor, terwijl een volwassen rund toen toch makkelijk tien tot vijftien jaar oud kon worden. Hetzelfde gebeurde bij de Engelse schapen, die in de 18e eeuw eveneens op steeds jongere leeftijd werden geslacht. Bij het fokken werd gelet op een hoge vleesaanmaak, waarbij fors geblunderd werd: uitheemse fokdieren stierven aan longontsteking, zakten door hun gewicht in drassige gronden weg, of bezweken aan ongeschikte voeding.

Jong geslacht vee, ongelukkige fokpraktijken, slechte hygiëne, ondervoeding of bijvoeding, ernstige overbevolking, gevaar voor besmetting zijn de kenmerken van de veehouderij van vroeger. Dat moest een keer fout lopen: in het jaar 1711 brak in Europa de runderpest uit. Honderdduizenden dieren stierven.

De ziekte was uiterst besmettelijk: vers vlees, verse mest en zelfs verse huiden brachten de besmetting over. Ook schijnbaar gezonde dieren waren verdacht, omdat de smetstof na afloop van de acute ziekteverschijnselen nog een tijdje actief bleef.

Men doet in de 18e eeuw wat men kan: stallen worden uitgemest, im- en exportverboden worden van kracht, hele streken onder quarantaine gesteld, de handel valt stil, zonder dat het veel uithaalt. De ziekte verspreidt zich van dorp naar dorp, van streek naar streek en stoort zich niet aan landsgrenzen.

Pas na zo'n 90 procent van de veestapel de dood in te hebben gesleurd, ebt de epidemie weg. Een generatie later echter keert de ellende terug: in 1744/45 en in de jaren zestig van de 18e eeuw. In 1745 worden 200 000 runderen geveld in Denemarken, in Engeland een half miljoen. De boerenbevolking wordt geruïneerd. In het Duitse Oost-Friesland sterven er in de 18e eeuw in totaal 700 000 runderen aan de gevreesde ziekte.

Ook in Nederland heeft de runderpest met ongekende felheid gewoed. Friesland telde in het midden van de 18e eeuw 158 000 slachtoffers. In Utrecht sneuvelden er 34 000 op een totaal van 43 000, in Holland in 1770 160 000, 70 procent van de veestapel. Vooral in het westen van het land kwam de klap hard aan. In de akkergebieden in het oosten was de sterfte minder groot, omdat hier geen intensieve veehouderij bestond; de bevolkingsdichtheid onder de, overigens slecht gevoede, runderen was aanmerkelijk minder.

Behalve de moeilijk te controlen exportverboden waren er maar twee middelen die hielpen. Door alle besmette dieren onmiddellijk af te slachten, hoopte men in Engeland al in 1714 de epidemie onder controle te krijgen. Later in de 18e eeuw werd inenting populair.

Met deze twee maatregelen heeft de runderpest gezorgd voor een belangrijke doorbraak in de diergeneeskunde. Ook was de runderpest de aanleiding voor de instelling van een verzekering voor boeren, zoals het Veefonds in Nederland. Via het Veefonds konden boeren schadevergoedingen krijgen, wanneer zij door ziektes of het gedwongen afmaken van vee werden gedupeerd.

Allerberoerdst

Slachten van besmet vee, inenting en verzekeringen werden overal in Europa gebruikelijk in de 18e en 19e eeuw en zorgden gezamenlijk voor het verdwijnen van de veepest. Alleen in de steden bleef de ziekte woeden. De levensomstandigheden van het melkvee aldaar was en bleef allerberoerdst.

In grote steden als Londen werden duizenden koeien gehouden op kleine perceeltjes aan de rand van of zelfs in de stad; onder de meest smerige omstandigheden, slecht gevoed en zonder veterinaire zorg. Het was dan ook daar dat de veepest voor het laatst toesloeg. In 1866 sneuvelde nog de helft van de 9 500 melkkoeien in Londen. Pas daarna werd ook deze veehouderij onder controle gebracht.

De problemen rond BSE zijn dus geen uitwas van de huidige landbouw, maar passen in een patroon dat al in de 18e eeuw bestond, en ook de bestrijding gaat op een wijze zoals die eeuwen geleden is ontwikkeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden