De geit doet het goed, wie heeft er baat bij?

Beeld ANP

Nederlandse boeren houden minder kippen, varkens en koeien, maar meer geiten. Daar is dus een markt voor, maar is de geit ook duurzamer dan een kip, koe of varken?

Ze zijn wit, hun aaibaarheidsfactor is hoog en ze zijn in Nederland met meer dan ooit te voren: melkgeiten zijn bezig met een opmars. Het Centraal Bureau voor de Statistiek telde in 2017 een recordaantal van 375.000 melkgeiten, bijna vier keer zoveel als aan het begin van deze eeuw. Tegen de trend in groeide dat aantal ook het afgelopen jaar, terwijl de aantallen kippen, koeien en varkens juist iets afnamen. De geit doet het dus goed. Maar voor wie of wat is dat eigenlijk goed? En hoe ‘goed’ is de geit in vergelijking met een koe, kip of varken?

Vandaag beslist de provincie Noord-Brabant of ze strengere regels aan de veehouderij zal stellen. Kan de geit uitkomst bieden?

Goed voor het dier? Ja

Stel dat de groei van de geitensector doorzet, bijvoorbeeld doordat rundveehouders en varkensboeren die (vooral in Brabant) in zwaar weer zitten, overstappen op geiten, komt dat dan het algehele dierenwelzijn in de Nederlandse veehouderij ten goede? Is een geit beter af dan een koe of varken? Als melkproducerende herkauwer lijkt de geit het meest op een koe. Hun leven op een boerderij verschilt ook weinig. Op een doorsnee regulier melkgeitenbedrijf leven ongeveer zevenhonderd geiten in stallen, waar ze rondlopen en slapen op een ondergrond van stro. Er is ongeveer twee vierkante meter leefruimte per dier. De geiten worden op jonge leeftijd onthoornd en komen niet buiten. Twee keer per dag worden ze machinaal gemolken. Met drie tot vijf liter per dag heeft de Nederlandse geit een hoge melkproductie. Om die melk te produceren moet een geit lammeren. Dat doet ze voor het eerst op de leeftijd van een jaar. Voorheen werd een geit elk jaar opnieuw gedekt, maar tegenwoordig is het duurmelken in opkomst. Daarbij wordt een geit twee of drie jaar lang gemolken zonder tussendoor te lammeren. Dit leidt tot minder lammetjes.

Een vergelijking van het dierenwelzijn in verschillende dierhouderijen is te maken door te kijken naar het aandeel biologische bedrijven in de sector. Voor biologische bedrijven gelden immers strengere regels ten aanzien van leefruimte, voer en weidegang van dieren. Wat blijkt: de geitenhouderij heeft het hoogste aandeel biologische boerderijen. Volgens cijfers van de universiteit Wageningen was dit in 2015 een aandeel van 7 procent. De geitensector zelf spreekt van 10 procent en elders circuleert zelfs 20 procent. Hoe dan ook is de geitenhouderij aanzienlijk ‘biologischer’ dan de leghennenhouderij (5 procent biologische bedrijven), de varkenshouderij (3 procent) en de melkveehouderij (minder dan twee procent).

Dat betekent niet dat er geen uitwassen zijn. Actiegroep Eyes on Animals trof vorige maand bij een geitenhouder in Brabant tientallen dode, gewonde en zieke dieren aan. Maar op andere momenten worden zulke ontdekkingen gedaan bij houders van varkens, koeien of kippen.

Goed voor de boer? Ja

Is het houden van geiten voor een boer aantrekkelijker dan het houden van andere dieren? Financieel wel, volgens de statistieken. In de landbouweconomie wordt het inkomen van een boer uitgedrukt in ‘onbetaalde arbeidsjaareenheid’. Voor 2016 is de schatting dat geitenboeren uitkomen op 117.000 euro. Dat is hoger dan collega’s met varkens (107.000 euro, toevallig het hoogst sinds decennia), kippen (37.000 euro, toevallig het laagste in jaren) en melkkoeien: 16.000 euro per jaar. Ook al zijn per bedrijf de verschillen groot, met geiten is duidelijk goed te verdienen. Geitenhouders zijn nooit gebonden geweest aan melkquota en de prijs voor een kilo geitenmelk is met 70 cent ongeveer het dubbele van een kilo koemelk. Analisten verwachten dat meer geiten en meer melk kan leiden tot een lagere prijs. Maar het lijkt voorlopig terecht om de aanduiding van de geit als ‘armeluiskoe’ om te draaien: de koe als ‘armeluisgeit’.

Goed voor de consument? Mwah

Zou de Nederlandse consument er baat bij hebben als er steeds meer geiten worden gehouden? Dat zou betekenen: meer geitenzuivel en meer geitenvlees. In geitenmelk zit minder vet en eiwit dan in koemelk, waardoor het lichter verteerbaar is en geschikt voor wie geen koemelk verdraagt. Volgens de geitensector is ‘een groeiende doelgroep senioren en foodies’ voor geitenmelkboeren interessant.

Maar zoals bij alle zuivelproductie kent ook geitenzuivel het probleem van het overbodige mannetje. Om melk te produceren moet een geit lammeren, maar de helft van de jongen die ze baart is een bokje dat later zelf geen melk zal produceren. Bokjes zijn economisch ‘overbodig’, zoals stierkalfjes en hanenkuikens dat ook zijn.

In Nederland worden jaarlijks 75.000 bokken geboren. Die gaan naar de mester, die ze vetmest voor de (onverdoofde) slacht. Dat slachten gebeurt soms in Nederland, waarna het vlees vooral naar Zuid-Europa gaat. Soms ook worden de slachtrijpe bokken levend vervoerd en in het buitenland geslacht. Ook afgemolken geiten worden geslacht.

Nederlanders eten weinig geitenvlees, al komt er langzaam meer aanbod. Ook komt er meer oog voor het lot van de bok. Via de website outofthebok.nl, een initiatief van een veearts en een kok, is bijvoorbeeld bokkenvlees te bestellen voor ongeveer 2 euro per 100 gram. Ter vergelijking: biologisch rundergehakt bij Albert Heijn kost ongeveer de helft. Geitenvlees is magerder dan het vlees van veel andere dieren.

Goed voor het milieu? Nee

De ‘milieudruk’ van de productie van zuivel en vlees is voor een belangrijk deel terug te voeren op het rantsoen van het dier: wat eet het en waar komt dat vandaan? Afgezien van de hoeveelheden per dier lijkt het menu van een geit veel op dat van een koe en een varken. Het bestaat meestal uit een combinatie van snijmais, kuilgras en krachtvoerbrokken. In die brokken is veelal sojaschroot verwerkt, afkomstig uit Zuid-Amerika.

Het in 2014 opgerichte Platform Melkgeitenhouderij ziet het bezwaar van veevoer van de andere kant van de wereld halen. In de ‘Uitvoeringsagenda duurzame geitenzuivelketen’ valt te lezen: “Een eerste stap zou kunnen zijn om zo veel mogelijk gebruik te maken van duurzaam geteelde soja. Idealiter dient het voer in de toekomst verrijkt te worden met alternatieve eiwitbronnen die in het regionale klimaat kunnen worden geteeld, zoals lupine en regionaal geteelde soja en luzerne.” Als varkensboeren en melkveehouders overstappen op geiten, zal dat voor de milieudruk via het veevoer voorlopig weinig uitmaken.

Goed voor de volksgezondheid? Nee

Wat goed is voor het dier, kan nog niet altijd op instemming van mensen rekenen. Plannen voor een nieuwe biologische melkgeitenstal voor tweeduizend dieren in Mijnsherenland stuiten momenteel op grote bezwaren. Omwonenden van de boerderij vinden dat de gemeente de gezondheidsrisico’s van de geitenstal op de inwoners afwentelt. Ook vrezen ze geluidsoverlast, stank en waardedaling van hun woningen.

Tweeduizend geiten bij elkaar is niet ongewoon. Er zijn volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 60 gemeenten in Nederland met meer dan tweeduizend geiten binnen hun grenzen. Twee gemeenten herbergen zelfs meer dan tienduizend geiten. De meeste geiten zijn te vinden in het Brabantse Landerd: 14.000 dieren. Dat is ongeveer één geit per inwoner van de gemeente. Een doorsnee geitenboer heeft nu 735 dieren. In het jaar 2000 waren dit er nog 117.

Hoe zit het met de gezondheidsrisico’s waar de inwoners van Mijnsherenland bezorgd om zijn? Stallen met dieren zorgen voor ammoniak en fijnstof, wat schadelijk is voor de gezondheid. De Nederlandse overheid heeft rekenmodellen voor de uitstoot door verschillende soorten veehouderij.

Dat maakt het vergelijken van een gemiddelde geitenboerderij met een kippenfarm of varkensboerderij mogelijk. Als kleinste dier stoot een individuele kip natuurlijk het minst uit, maar in een kippenstal huizen veel meer dieren dan in een geitenstal. Kippenstallen kennen de hoogste uitstoot, gevolgd door de varkenshouderijen. De uitstoot van een gemiddelde geitenboerderij verschilt niet veel van die van een doorsnee stal met melkkoeien.

Deze maand publiceerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een rapport waarin te lezen viel dat vooral in de buurt van pluimveestallen en varkenshouderijen veel fijnstof in de lucht zit. Maar: “Ook rondom geitenhouderijen hebben mensen een grotere kans op longontsteking.”

Verder verspreiden geiten een bacterie die bij mensen de ziekte Q-koorts kan veroorzaken. Tussen 2007 en 2011 was er een Q-koortsepidemie in Nederland. Aan de ziekte overleden tot nu toe 74 personen.

Het mag dan goed gaan met de geit in Nederland, maar nog meer geiten zou niet per se gunstig zijn voor de volksgezondheid. In hun duurzame ‘uitvoeringsagenda’ beloven geitenboeren dat ze hun best zullen doen: “Het houden van dieren mag geen gezondheidsrisico vormen, voor de dieren zelf en hun omgeving.”

Lees ook: Een geit die ligt, staat niet meer op

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden