De geïntegreerde imam

Maar een herder met een kudde wordt-ie niet LE:

ABDULWAHID VAN BOMMEL

De taak van de imams maakt in Nederland een aantal verschuivingen door.

Eerste verschuiving: van binnen naar buiten de moskee. Vanwege zijn 'pastorale' taken, ziekenbezoek, stervensbegeleiding, begrafenisgebeden, met als nieuwe hulpverleners-taak ziekenhuis- en gevangenisbezoek, is de imam genoodzaakt sociale vaardigheden te ontwikkelen en de Nederlandse taal te leren.

De verschuiving van voorganger naar geestelijk verzorger komt voort uit de specialisatie sociaal/maatschappelijk werk in Nederland: dat wat normaal familie en vrienden doen is hier geprofessionaliseerd. Dit betekent dat een deel van de taak buiten de moskee komt te liggen.

Tweede verschuiving: van huidige gerichtheid op land van herkomst naar voor Nederland specifieke situatie. Dit hangt samen met de ontwikkeling van het bewustzijn dat moslims in Nederland zullen blijven. Daar komt tevens uit voort dat een moskee dient aan te geven waar hij voor staat.

Moskeebesturen en imams hebben hun religieus-maatschappelijke verantwoordelijkheid in een land als Nederland. Zoals Zohra Acherrat-Stitou in een interview in De Volkskrant zei: “Pas als je je mag hechten krijg je je plek. En een eigen plek is de basis voor je identiteit.” Stel dat over tien jaar de eerste HBO of academisch opgeleide imams afstuderen, voor wat voor moslimgemeente komen ze dan te staan?

Afgezien van de vraag wie hen wil aanstellen als imam, zal de samenstelling van de 'moslimgemeente' op het gebied van leeftijd, opvatting over geloof, vertrouwdheid met eigen taal en cultuur, etc., zijn veranderd.

De parallel met de dominee - de herder met zijn kudde - is niet zo gelukkig gekozen. Het wonen, werken, weten-niveau van de gemiddelde moskeebezoeker verschilt nogal van dat van de gemiddelde kerkbezoeker. Met zijn harde maatschappelijke strijd en zijn groeiende bewustzijn en vragen over geloof en seculiere samenleving zal de toekomstige moskeebezoeker steeds meer 'gewonnen' moeten worden door de imam.

Derde verschuiving: van betweter naar pedagoog, dat wil zeggen van eenrichtingsverkeer naar luisteren en discussiëren; van monoloog naar dialoog.

In het Nederlandse godsdienstonderwijs heeft een verschuiving plaatsgevonden van het overdragen van vanzelfsprekende niet-discutable dogma's naar het centraal stellen van de leerling en diens vragen over leven en godsdienst.

Ook de moslimjongeren en kinderen die in het westen opgroeien hebben veel meer en andere vragen dan hun generatie-genoten in de moslimwereld. Zij zullen vanuit het reguliere onderwijs een kritisch-onderzoekende geest meekrijgen en zich individualistischer opstellen dan hun ouders.

De imams zullen dat met flexibele pedagogiek en didaktiek moeten leren opvangen. Overigens is deze indringende bevraging bij het ontstaan van de islam tussen de gemeenschap en de profeet duidelijk aanwezig.

Vierde verschuiving: van moslimgemeenschap naar Nederlandse gemeenschap, de maatschappelijke dialoog.

Door een aantal landelijke organisaties is het idee naar voren gebracht in Nederland een opleiding op HBO-niveau voor assistent-imams te starten. Deze assistent-imams kunnen dan fungeren als contactpersoon tussen de moskeeorganisaties en de Nederlandse samenleving.

Ook met het oog op de toekomst: een volgende generatie van de moslimgemeenschap die voornamelijk in het Nederlands zal communiceren heeft het voordeel dat er makkelijker over de etnische scheidslijnen heen samengewerkt kan worden, maar dat betekent een nieuwe voorwaarde die aan de imam zal worden gesteld. Hij zal zowel zijn preken als zijn pastorale zorg voor een groot deel in het Nederlands moeten verrichten!

Vijfde verschuiving: van theocratisch of theocentrisch denken naar de scheiding kerk-staat.

In dit verband is het streven naar iets als sjari'a, in steeds verder naar de voor-historie wegzakkende landen als Afghanistan en Algerije, een onvertaalbaar punt. Bij wetten denkt de gemiddelde Nederlander aan minimum-regels. Daarbuiten is iedereen vrij zijn leven zelf in te richten, eventueel in aansluiting op een ideologie of religie.

'Joodse wet' of 'islamitische wet' is echter eerder wat we ethiek of moraal kunnen noemen. Dat wil zeggen maximaal-regels waaraan niemand helemaal kan voldoen, alleen ernaar streven.

Door deze begripsverwarring wordt 'de invoering van de islamitische wet' een schrikbeeld voor de doorsnee westerling. Hiermee verbonden is de voorstelling van 'de eenheid tussen kerk en staat in de islam'.

Volgens mij is dat grote onzin. In de eerste plaats is de islam geen kerk. Dat is geen woordspel. De islam heeft geen kerkelijke organisatie die de functie en de macht van een wetgever zou hebben. Over welk moment in de geschiedenis van de islam gaat het wanneer we zeggen 'eenheid tussen moskee/religie en staat'?

In de tweede plaats heersen er zeer verschillende opvattingen - zeker op dit gebied - binnen de islam. Voor de grote middengroepering van moslims in Nederland, mijns inziens de meerderheid, zijn concepten als umma en islamitische samenleving utopieën, zoals een communistische samenleving dat voor veel naïevelingen in Nederland was. Voor hen heeft het Stalinregime net zo'n ontnuchterende werking gehad als voor veel moslims het ayatollah-regime in Teheran.

Seksueel leven werd vanaf het begin door de profeet als een menselijke behoefte erkend. Hij zei: “Wanneer iemand van u zich aangetrokken voelt tot een vrouw laat hij dan naar zijn eigen vrouw gaan en gemeenschap met haar hebben. Op die manier weerstaat hij zijn ego (voorkomt hij overspel).”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden