De gehele veehouderij moet worden afgeschaft

We hebben geen dierlijke producten nodig en veehouders doden dieren, schrijft Willem Vermaat. Als we dierenwelzijn serieus nemen, moeten we stoppen met de veehouderij.

Het debat over de weidegang van koeien is exemplarisch voor de massale blinde vlek die wij hebben voor het leed van dieren. Volgens Hugo de Rooij (Trouw, 5 juni) hebben koeien het beter dan ooit, terwijl Jelle Reumer (Trouw, 30 mei) zich in zijn column juist zorgen maakt over de door hem waargenomen verandering van 'zoogdier in de wei' naar 'opgehokt productiemiddel'.

De discussie concentreert zich op het ophokken. Maar het fundamentele probleem is dat de koe als productiemiddel wordt gezien en gebruikt. Voor de boer is dat altijd zo geweest. Maar dieren zijn pas werkelijk geholpen als ze niet langer als productiemiddel fungeren.

Reumer heeft een geromantiseerd beeld van de vroegere melkveehouderij; een beeld dat terecht wordt ontkracht door De Rooij. Sommige kwesties zijn inderdaad verergerd, zoals de toename van welzijnsproblemen door de enorme melkproductie per koe. Andere zaken zijn beter geworden, zoals stalsystemen. Maar de melkveehouderij is nooit goed geweest voor de koe.

Koeienstress

Het is bijvoorbeeld maar de vraag of de koe in de wei een zoogdier genoemd kan worden, want aan zogen komt de koe niet toe. Boeren willen melk verkopen en daarom worden kalfjes vrijwel altijd direct bij de moeder weggehaald, wat leidt tot veel stress bij zowel koe als kalf.

Er zijn fundamentele problemen inherent aan het houden van dieren. Door de mens gehouden dieren kunnen nooit volledig hun eigen gedrag vertonen en hun eigen groepsdynamiek vormen. Het scheiden van koe en kalf is hier een voorbeeld van.

Bovendien eindigen vrijwel alle dieren in de veehouderij in het slachthuis. Ook van alle koeien in de wei sterft slechts een enkele een vroege natuurlijke dood. En als dat al gebeurt, is de manier waarop de dieren gehouden worden vaak de oorzaak.

Het gebruik van dieren is zo gewoon, dat er zelfs geen gangbaar woord voor is. Hierdoor vragen we ons niet af of dat gebruik normaal en rechtvaardig is.

Sociaal-psychologe Melanie Joy noemt dit carnisme, het tegenovergestelde van veganisme. Het is de onzichtbare overtuiging die maakt dat we dieren eten en voor andere doelen gebruiken. Carnisme is een gewelddadige ideologie.

Zo denken we, als het over melk hebben, vaak direct aan koemelk. Waarom denken we niet aan bijvoorbeeld hondenmelk? Wat als we honden zouden fokken, de puppy's direct bij de geboorte weg zouden halen, zouden vetmesten en doden, en de melk van de honden zouden drinken? Dit is precies wat we met koeien doen. Maar daar staat bijna niemand bij stil. Als we die realiteit niet onder ogen zien, kan er ook niets aan gedaan worden.

Onnodig leed

Het is positief dat het welzijn van dieren bediscussieerd wordt, maar helaas gebeurt dit te marginaal. Vaak wordt een zwakke definitie van welzijn gehanteerd en gaat de aandacht slechts uit naar bepaalde aspecten, zoals weidegang.

Een volledige invulling van het begrip dierenwelzijn betekent een einde aan het gebruik van dieren. We hebben geen dierlijke producten nodig om te overleven en de veehouderij veroorzaakt dierenleed en doodt dieren.

Als we dus het principe hanteren dat het onrechtvaardig is dieren onnodig leed aan te doen en te doden, dan zullen we de veehouderij moeten afschaffen.

Willem Vermaat

docent dier- en milieu-ethiek, Universiteit Utrecht

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden