De Geest zegt liever ba dan loek

De Amsterdamse ouderling begon onverstaanbaar te spreken, 'in tongen', schreef J.M.A. Biesheuvel. Gelukkig was er een vertaler aanwezig: ,,Aldus spreekt namelijk God: 'De collectezakjes blijven gewoon in hun oude vorm gehandhaafd en de voordeur van de kerk der Haagse gemeente wordt groen geverfd'.'' Door dit bewijs dat de Heilige Geest aanwezig was, viel Biesheuvel van zijn geloof. Taalkundige Jan Erik Grezel onderzocht glossolalie, de gelovige wartaal. In tongen spreken kun je leren.

Tijdens 'Opwekking', de grootste pinksterconferentie in Nederland komend weekeinde, vieren gelovigen dat de Heilige Geest is uitgestort. Ze hopen met veel andere charismatische christenen op een hoorbare herhaling ervan, als hét bewijs dat de Geest werkt: in het spreken van tongen.

Waarom 'doet' tongentaal het zo goed in pinkstergemeenten en elders niet? De nieuwbenoemde VU-hoogleraar pentecostalisme Cees van der Laan heeft een simpele verklaring: het is het 'verwachtingspatroon'. Pinkstermensen staan open voor wonderen als hedendaags fenomeen. Veel anderen beschouwen het als iets van bijbelse tijden, pentecostalen moedigen het aan, zegt Van der Laan in Ad Valvas, ,,'als je iets op voelt komen, geef je er dan aan over'. Daarbuiten wordt het eerder verdrongen, want spreken in tongen gaat tegen je verstand in.''

,,De voorganger zei tegen me dat ik ook mee mocht doen'', zegt Jan Erik Grezel. ,,Dat deed ik ook, wat zingen en zwaaien. En dan kom je in de sfeer. Vervolgens moet er iets uit jezelf komen. Ze noemen dat het openstellen voor de Heilige Geest.''

Voor het blad Onze Taal onderzocht taalkundige Grezel het fenomeen tongentaal. Hij bezocht de Living Water Fellowship in Assen en vroeg verschillende ervaringsdeskundigen of tongentaal in trance gebeurt of is aan te leren.

Volgens Grezel is dat laatste goed mogelijk. ,,Maar er moet iets bij komen om die taal heel diep te ervaren, zodat het echt tongentaal is en niet puur techniek. Dat het een inspiratie is die van buiten komt. Daaraan moet je je helemaal overgeven.''

Als mensen dat vaker doen, worden ze er bedreven in, denkt Grezel. ,,Ik denk dat het zowel trance is als techniek. Het hangt van de persoon af of hij zich mee laten slepen in de samenkomst. Iemand kan in een stadion naar een voetbalwedstrijd kijken en juichen als er wordt gescoord, zonder een voetballiefhebber te zijn.''

Hoewel tongentaal (en andere geestesgaven) buiten de pinksterbeweging populairder wordt, is het wantrouwen niet verdwenen. Zo is de Toronto-blessing verguisd, de 'opwekking' die ook in Nederland gelovigen 'in de Heer' deed lachen, huilen, schudden en beven. Sommige gelovigen maakten dierengeluiden.

De mysterieuze tongentaal, het 'goddelijke' gesprek tussen God en de mens, blijft boeien. Zoals in de Nederlands gereformeerde kerk in Houten. Volgens het predikantenechtpaar Westerkamp zijn ,,de gaven van de geest een realiteit, ook nu. Zowel de 'gewone' als de meer 'buitengewone' zoals genezing, profetie en tongentaal.''

Theoloog Ronald Schouten schreef een studie over glossolalie. Hij was jarenlang aanhanger van de pinksterbeweging en bezocht samenkomsten. Schouten ging regelmatig 'naar voren', maar het bewijs voor de doop bleef uit. Tot een voorganger de gemeente opriep mee te bidden in tongen. ,,Op dat moment werd ik in het hart geraakt. Ik kán het. Welhaast vanzelfsprekend begon ik, eerst aarzelend en zacht, later met wat meer volume in tongen te bidden. Eindelijk, ik had de gave. Het was een sensationele, extatische ervaring.''

Tijdens zijn theologiestudie leerde Schouten het werk van de linguïst en antropoloog Samarin kennen. ,,Hij ontdekte patronen en klankwisselingen met een min of meer vaste herhaling van consonanten. Ook trok hij lijnen naar kindertaal, kinderliedjes en muziek. ,,Aan mijn bureau begon ik zelf mijn tongentaal op te schrijven. Ik was inmiddels zo goed geoefend dat ik me gemakkelijk kon laten gaan. Tot mijn grote verbazing kwam ik erachter dat ook mijn tongentaal voldeed aan de opbouw volgens Samarins theorie'', zegt Schouten. ,,Dat betekende voor mij dat het spreken in tongen geen bovennatuurlijke handeling was, maar een principe dat in elk mens aanwezig is en waar je hoogtens een geestelijke lading aan kunt geven. Spreken in tongen bleek een meditatietechniek.''

Schouten komt al jaren niet meer in de gemeente, toch kan hij nog steeds in tongen spreken. ,,Het is een techniek geworden, maar pinkstergelovigen zullen dat nooit zo ervaren. Zij hebben een sensationeel gevoel, dat ik dus niet meer heb.''

Uit taalkundig onderzoek blijkt dat sprekers in tongen een voorkeur hebben voor lettergrepen die eindigen op een klinker (open lettergrepen zoals 'ba', 'tie' en 'koe') en weinig woorden kiezen die eindigen op een medeklinker (gesloten lettergrepen zoals 'pap', 'tien', 'loek'). Open lettergrepen zijn gemakkelijker te gebruiken dan gesloten, ook niet alle talen hebben gesloten lettergrepen. De klinkers en medeklinkers worden soms op een vreemde manier uitgesproken. Zo gebruiken Amerikanen wel een variant op de r-klank die in de gewone taal niet voorkomt. Maar een flink deel komt toch uit de moedertaal van de spreker.

Jan Erik Grezel bezocht de Living Water Fellowship, een gemeenschap waar tongentaal hoog staat aangeschreven. ,,Tijdens een gecombineerd bidden en zingen ontstaat opnieuw een sfeer van trance en extase. Elk lid murmelt zijn eigen tekst. Tongentaal? Deze massale vervoering lijkt hoe dan ook het ideale vehikel voor de gaven van de geest'', constateert Grezel.

Broeder Bert Woudwijk, voorganger van een Messiaanse gemeente in Dordrecht meent dat het meer is dan alleen trance. ,,Toen ik mensen voor het eerst in tongen hoorde spreken, dacht ik ook dat het in trance gebeurde. Maar ik kan een dienst meteen beginnen met een stukje tongentaal, nog voor er een noot muziek wordt gemaakt.'' Hij is er bedreven in geworden, zegt Woudwijk. ,,Thuis zit ik soms uren in tongen te spreken. Dan gaat het alleen om mijn relatie met God. Zoiets kan ook in de samenkomst gebeuren. Daarnaast heb je het spreken in tongen dat vertaald moet worden. Dan gaat het om de boodschap. Dat heb ik nog niet mogen meemaken.''

De vreemde klankentaal leent zich voor studie en ludiek commentaar. Tijdens diverse charismatische samenkomsten gaan mensen massaal over tot tongentaal wat een kakofonie van klanken oplevert. Niet zelden ontbreekt enige uitleg, wat juist voor de 'opbouw' van het medegelovigen als noodzakelijk wordt gezien.

Soms leveren de sprekers zelf een interpretatie, door te melden 'zo spreekt de Here'. Zoals in een hilarisch verhaal van Maarten Biesheuvel, gepubliceerd in 'Duizend Vlinders' (1981). Jannie, de gastvrouw, vertelt over een ruzie tussen twee kerkgangers in Den Haag die over een nieuw soort collectezakje en de kleur van de voordeur van de kerk moesten beslissen. Een ouderling uit Amsterdam begon daarop in tongentaal te spreken. ,,Een andere ouderling uit Amsterdam sprong op een verhoging en sprak met luide stem: 'Gode zij dank kan ik verstaan wat ouderling Ruisblad heeft gesproken. Hij zegt namelijk dat ouderling Pelkman gelijk heeft en niet meneer Ter Vreeze. Aldus spreekt namelijk God: ,,De collectezakjes blijven gewoon in hun oude vorm gehandhaafd en de voordeur van de kerk der Haagse gemeente wordt groen geverfd.''

De ruzie was meteen bijgelegd, maar ik was mijn geloof kwijt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden