'De geest van Kees waart nog rond'

“Het was het enige bouwwerk in de Spaanse Polder en zou dat nog lang blijven. Het stond daar in al zijn pracht, omringd voor weilanden met grazende koeien, te schitteren in de zon, zó jong en fris en helder, zó open en blij, dat men van heinde en ver toestroomde om dit prachtige resultaat van samenwerking van een jonge architect en een progressieve zakenman te aanschouwen.”

Deze passage komt uit het boek 'Twee eeuwen met de Weduwe', dat oud-directielid H. W. F. Bantje schreef ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van Van Nelle in 1982. Uit de hele wereld kwam men kijken, toen het nieuwe fabriekscomplex van Van Nelle in Rotterdam in 1931 klaar was. Van meet af aan is de schepping van de Rotterdamse Opbouw-architecten Brinkman en Van der Vlugt een bezienswaardigheid geweest. Wat niet iedereen weet is dat de toenmalige directeur van Van Nelle, Kees (Cornelis Hendrik) van der Leeuw een belangrijke inbreng heeft gehad bij het ontwerpen van het Glazen Paleis.

De Leeuw was geen doorsnee-ondernemer. Ook binnen de Van der Leeuw-dynastie die Van Nelle groot heeft gemaakt, gold hij als een buitenbeentje. Hij was overtuigd theosoof en wilde het liefst kunstschilder worden, maar de familie dwong hem tot een commerciële opleiding met het oog op de 'firma'. Zeker voor die tijd had Kees van der Leeuw zeer vooruitstrevende denkbeelden over de menselijke arbeid in de fabrieken. Hij was ook voorzitter van een internationale arbeidsorganisatie die zich beijverde voor menselijker arbeidsomstandigheden.

De bouw van de nieuwe fabriek was voor Van der Leeuw een uitgelezen kans om zijn ideeën in de praktijk te brengen. Daarom benaderde hij de architect Michiel Brinkman die hij had leren kennen op een bijeenkomst van theosofen. Toen de eerste schetsen al klaar lagen, overleed Brinkman plotseling. Zijn zoon was pas 22 en te jong om de opdracht over te nemen. De kunstenaar Jacques Jongert die op uitnodiging van Van der Leeuw ontwerpen had gemaakt voor nieuwe verpakkingen en reclamebiljetten voor Van Nelle, adviseerde de architect Leendert Cornelis van der Vlugt erbij te halen.

In nauwe samenspraak met Van der Leeuw ontwierpen Brinkman en Van der Vlugt een 'democratisch' gebouw, open en licht, waarin de mensen elkaar van hoog tot laag aan het werk konden zien. In de glazen wanden kwamen op verzoek van Van der Leeuw geen horizontale spijlen op ooghoogte voor de zittende of staande werker, want die zouden het uitzicht maar belemmeren en de mensen een opgesloten gevoel geven. Bovendien kon daarvoor ook van buitenaf het productieproces onbelemmerd worden gevolgd.

Omdat Van der Leeuw ervan overtuigd was dat het werken in een lichte en ruime omgeving een heilzame uitwerking had, kwamen er ook sportvelden bij de fabriek voor het personeel. Een paar maanden na de opening van de fabriek liet de directeur de inpaksters wegen. Van der Leeuw kreeg gelijk: de meesten waren in gewicht toegenomen door de prettiger arbeidsomstandigheden.

Korte tijd na de oplevering van het Glazen Paleis zocht Kees van der Leeuw een nieuwe uitdaging: in Wenen ging hij psychiatrie studeren bij Adler en Freud. In 1939 promoveerde hij, maar met de fabriek ging het in die jaren minder goed, ook al omdat capabele leiding ontbrak. Toen De Leeuw in 1940 terug kwam in Rotterdam, moest hij van de familie eerst orde op zaken stellen in de fabriek.

De oorlog verhinderde dat, maar Kees van der Leeuw had het ook te druk met in zijn ogen veel belangrijker zaken: de wederopbouw van het verwoeste Rotterdam. In de 'bonbonnière' op het dak van het Glazen Paleis verzamelde hij mensen om zich heen die net als hij voorstander waren van een nieuw Rotterdam waarin de lijnen van het Nieuwe Bouwen zouden domineren. Van der Leeuw zag zijn bemoeienissen beloond in het wederopbouwplan van Van Traa.

Maar met Van Nelle gaat het verder bergafwaarts: op 1 oktober 1954 verlaten de laatste vertegenwoordigers van de familie Van der Leeuw het bedrijf. Ook gedelegeerd commissaris Kees van der Leeuw stapt op en Van Nelle wordt een naamloze vennootschap. In 1976, drie jaar na het overlijden van Kees van der Leeuw, komt het bedrijf in handen van Amerikanen om in 1985 weer zelfstandig te worden. In 1988 wordt Van Nelle ingelijfd door Douwe Egberts, later wordt dat Sara Lee/DE.

In 1995 kondigt Sara Lee/DE aan dat de productie van koffie, thee en tabak vanuit Rotterdam wordt overgeplaatst. Voor een modern productieproces zou de fabriek grondig moeten worden verbouwd en dat is niet toegestaan. Er wordt contact gezocht met monumentenzorg en de gemeente Rotterdam over de toekomstige bestemming van het Van Nelle-complex. In Kees van der Leeuws 'bonbondoos' wordt gebrainstormd en vergaderd en uiteindelijk de toekomst van het Glazen Paleis veilig gesteld. “De geest van Kees waart er nog rond. Dat heeft vast inspirerend gewerkt”, zegt een oud-medewerker van Van Nelle.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden