De geest van Demjanjuk

Hij blijft opduiken, Demjanjuk, ook al gaat het al lang niet meer over hem. Ivan Demjanjuk, die wacht liep in het vernietigingskamp Sobibor, stierf in maart 2012, nadat hij een jaar eerder tot vijf jaar cel was veroordeeld door een rechtbank in München. Die straf mocht hij, hangende een hoger beroep, uitzitten in een Beiers bejaardenhuis. Daar overleed hij dus, 91 jaar oud.

Maar de uitkomst van het anderhalf jaar durende en bij vlagen bizarre proces tegen een zwijgende, bedlegerige verdachte was opmerkelijk geweest. Voor het eerst in de na-oorlogse Duitse rechtsgeschiedenis was een man veroordeeld voor deelname aan nazi-misdaden zonder dat bij hem een individuele schuld kon worden aangetoond. Hij werd veroordeeld op grond van zijn functie; hij was een rader geweest in een vernietigingsfabriek. Dat volstond.

Deze week werd bekend dat de Duitse justitie een 93-jarige kampbewaker van Auschwitz in staat van beschuldiging heeft gesteld; zijn proces moet dit voorjaar beginnen. Aangeklaagd is hij voor medeplichtigheid aan de moord op 170.000 Joden.

Het is sinds het Demjanjukvonnis niet de eerste keer dat de justitie toesloeg, maar tot een proces kwam het tot nog toe niet. Tegen vijftig voormalige kampbewakers waren in september 2013 onderzoeken aangekondigd, maar negen overleden voor het zover kwam. Anderen waren niet meer te traceren. De lijst met verdachten kromp naar dertig. In februari 2014 kregen twaalf van hen rechercheurs over de vloer, de jongste verdachte was 88, de oudste 100. Drie van hen werden in hechtenis genomen, maar daarna snel weer vrijgelaten.

Een voormalige kampbewaker van Auschwitz, Johann Breyer, bleek in Philadelphia te wonen. Een Amerikaanse rechter wees hem uit, net zoals met Demjanjuk was gedaan, maar voor het uitwijzingsbevel kon worden overhandigd bleek Breyer te zijn overleden.

Te laat. Als de Duitse justitie al tot een omkeer kwam in zijn vervolgingsbeleid, dan kwam die omkeer te laat. Of toch niet?

Deze week verscheen van Elizabeth Kolbert, Amerikaans schrijfster en journaliste, een artikel in The New Yorker onder de titel The last trial. Het begint met een biografische schets van Oskar Gröning, boekhouder in Auschwitz. Een man die er nog geen oorvijg uitdeelde. Wel klaagde hij eens bij zijn superieur toen hij zag hoe een ziek, jengelend kind bij aankomst in het kamp bij de benen werd gepakt en tegen een wagon werd geslagen.

Na de oorlog voelde hij geen medeschuld.

Hij verweerde zich eind jaren negentig tegen Holocaust-loochenaars. Auschwitz had bestaan en er waren massaal mensen vergast. Hij gaf in 2004 en 2005 lange interviews aan de BBC en Der Spiegel. Maar het kerend tij zag hij niet aankomen: 93 is Gröning nu en aangeklaagd, voor medeplichtigheid aan de moord op 300.000 Joden.

Binnenkort verschijnt nog een boek over het Demjanjukproces, van de Amerikaanse rechtsgeschiedenishoogleraar Lawrence Douglas. Hij noemt het proces 'the final act of a very black comedy'. Ik ben benieuwd.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden