'De geest van de oorlog zit in dit archief'

Negen miljoen stukken uit de Balkanoorlog zijn er afzonderlijk geregistreerd door het Joegoslavië-tribunaal. Wat moet daarmee gebeuren als straks de deuren dichtgaan?

Ze mogen slechts bij hoge uitzondering worden aangeraakt en ingezien: de opschrijfboekjes en tapes bekend onder de verzamelnaam 'de dagboeken van Ratko Mladic'. In september 2010 werden ze door de Servische politie gevonden in een pand in Belgrado, verstopt in een holle ruimte achter een muur. Sindsdien staan ze, opgeborgen in een serie dozen, in de beveiligde archiefruimte van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Een fluorescerende gele driehoekige sticker geeft aan dat in geval van nood - een explosie, brand, een overstroming - deze stukken met voorrang in veiligheid moeten worden gebracht.

Kwalitatief zijn ze van immens belang, maar kwantitatief vormen ze maar een miniem deel van het materiaal dat de zogeheten Evidence Unit heeft verzameld sinds de oprichting van het Hof in 1993. De Nederlander Jules Albers, hoofd van de afdeling, kan de cijfers moeiteloos oplepelen, terwijl we langs meters en meters van archiefdozen lopen. In totaal zijn er ruim negen miljoen stukken afzonderlijk geregistreerd, vertelt hij.

Openbaar

Het overgrote deel bestaat uit papier: foto's, boeken, documenten, kranten, kaarten, röntgenopnames. Daarnaast valt er ruim 12.000 uur aan opnames te beluisteren, zo'n 10.000 uur aan beelden te bekijken. En tot slot zijn er bijna 14.000 artefacten: kogels, in massagraven gevonden ringen en brillen, kogelvrije vesten, diverse wapens. Een deel van het materiaal is openbaar. Grofweg is dat alles wat is gebruikt in de rechtszaal, op verklaringen van beschermde getuigen na. Dat is, in digitale vorm, te raadplegen via de website van het Joegoslavië-tribunaal, waar alle verslagen van zittingen en uitspraken te vinden zijn.

Maar een zeer aanzienlijk deel van het materiaal op de bijna vier kilometer aan schappen heeft de rechtszaal nooit gehaald. En de vraag is; wat moet daarmee gebeuren als het Joegoslavië-tribunaal, dat met zijn laatste zaken bezig is, eenmaal de deuren sluit?

De inhoud van de kluizen van het voormalige Aegongebouw aan het Churchillplein zal in ieder geval niet worden afgevoerd naar New Jersey. "Dat is wat de VN tien jaar geleden wilden doen", vertelt de Australiër Bob Reid, als hoofd operaties verbonden aan het Kantoor van de Aanklager. "Er is daar een gebouw waar alle archieven van vredesmissies worden opgeslagen. Maar naar mijn idee kunnen we dat met dit archief niet doen. We hebben hier in Den Haag weliswaar een fors aantal mensen aangeklaagd voor oorlogsmisdaden, maar dat is niet het hele verhaal."

Gewone burger

"Kijk naar Duitsland en de Tweede Wereldoorlog. Er worden, zeventig jaar na de oorlog, nog steeds mensen aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden. Ik hoop dat ze dat op de Balkan sneller doen, maar ik denk dat er over 20 tot 25 jaar nog steeds processen worden gevoerd. En daarvoor hebben ze onze documentatie nodig." En het is niet logisch die dan op te slaan op een plek die zover van de plaats des onheils ligt.

Het materiaal is echter niet (langer) uitsluitend van belang voor het doel waarmee het in eerste instantie werd verzameld: het aanklagen van oorlogsmisdadigers. Wat we hier hebben, zegt Jules Albers, is interessant voor zoveel mensen. Academici natuurlijk, historici in de eerste plaats. "Maar misschien wil een gewone burger ook wel weten wat er in zijn stad of zijn dorp is gebeurd. Of met familieleden."

Predrag Dojcinovic, ook werkzaam voor de aanklager, verwoordt het zo: "Dit zijn niet zomaar 15.000 dozen. Ze hebben een bijzondere betekenis. Je leert er over het mechanisme van oorlog, hoe hij werd gepland, hoe hij begon. De geest, het brein van de oorlog zit in dit archief. Het is een ingewikkeld brein, een kwaadaardig brein, maar als je iets over dat brein te weten wilt komen, moet je het openmaken."

En daar zit hem de crux. Hoe maak je deze archieven toegankelijk? De techniek maakt het gelukkig mogelijk dat mensen van de Balkan (of waar dan ook vandaan) straks niet per se hoeven te reizen naar Den Haag, of waar het 'fysieke' archief te zijner tijd dan ook mag komen te staan. Alles wat hier staat, wijst Albers naar de rijen dozen, is gedigitaliseerd.

"Mijn ideaal is", zegt Bob Reid, "dat we een website maken, waar iedere school, iedere bibliotheek op de Balkan gebruik van kan maken. Zodat als een kind een vraag heeft, hij niet naar zijn moeder of grootvader gaat en dan een zwart-wit antwoord krijgt, maar zijn eigen mening kan vormen. Door de stukken van verschillende legeronderdelen te bekijken bijvoorbeeld, of van het Bosnische presidentschap. Zodat ze hun eigen beeld kunnen vormen."

Maar een goed toegankelijke website, het is makkelijker gezegd dan gedaan. Het tribunaal heeft zijn eigen zogeheten electronic disclosure system, maar het vereist veel ervaring om daarmee om te gaan. "Een goede zoekmachine is essentieel", zegt Jules Albers. "Hoe kunnen we die zo inrichten dat mensen niet bedolven worden onder de informatie, maar tegelijkertijd geen essentiële informatie missen wegens een tikfout in een document?"

Monnikenwerk

Onlangs is een begin gemaakt met een immens karwei: het opnieuw doornemen van al die ruim 15.000 dozen. Een medewerkster laat zien hoe dat gaat. Ze haalt een map uit een doos en bekijkt of het materiaal dat er inzit de tand des tijds kan doorstaan. Drie foto's krijgen een plastic laag om te voorkomen dat ze aan elkaar aan gaan plakken. Dan bekijkt ze in het elektronische archief of de inhoudsopgave van dit item klopt met wat er daadwerkelijk in de map zit. En ze beoordeelt of foto's en documenten opnieuw moeten worden gescand, wegens te lage kwaliteit van de elektronische afdruk.

Het is monnikenwerk. "Ik heb berekend", zegt Albers, "dat dit zeventien jaar gaat kosten als we dit doen met de acht mensen die er nu nog bij de Evidence Unit werken. Die tijd hebben we niet, ik heb daarvoor gewoon extra medewerkers nodig."

Probleem is ook dat niet alles even precies is gerubriceerd. Dojcinovic, sinds 1998 werkzaam bij het tribunaal, herinnert zich nog goed hoe hectisch het was in die dagen. "Er waren weken dat het bewijsmateriaal met vrachtwagens tegelijk werd aangevoerd. Officieel moest ieder klein dingetje zijn eigen nummer krijgen, zijn eigen omschrijving." Albers: "Veel is opnieuw gedaan, maar lang niet alles. Daarom gaan we nu weer door iedere doos, ieder vel papier."

Bandopnames

Als het aan hem ligt wordt dat archief bovendien nog met bandopnames uitgebreid. "Ik denk dat ook de ervaringen van de mensen die hier hebben gewerkt horen bij de erfenis van het Joegoslavië-tribunaal. Ik zou heel graag willen dat die worden geïnterviewd en dat we hun ervaringen als oral history kunnen achterlaten." Bob Reid is een van de eersten van wie de herinneringen zouden moeten worden vastgelegd.

"Hij was er vrijwel van begin af aan bij. Hij is in het veld geweest, was getuige hoe net na de oorlog in Bosnië op allerlei plekken materiaal in beslag werd genomen. Dat verhaal moet hij vertellen, anders gaat het verloren. Het tribunaal is inmiddels aan het afslanken, er gaan steeds meer mensen weg. Die zouden we uitgebreid moeten interviewen. Ze kunnen ons van heel relevante informatie voorzien."

Voorlopig is dat echter nog wishful thinking. Waar het archief blijft, wat er al dan niet openbaar mag worden gemaakt, wie een eventuele website gaat beheren: het moet allemaal nog door de VN worden beslist. Het nadenken over de beste manier om om te gaan met de erfenis van het Joegoslavië-tribunaal is nog maar net begonnen, aldus Albers. Maar, benadrukt hij, "er is haast bij. We willen iets nalaten waar je iets mee kan. Niet alleen maar een berg informatie, waarin niemand iets kan vinden."

161 mensen uit ex-Joegoslavië aangeklaagd

Het Joegoslavië-tribunaal (officieel het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia, ICTY) werd in 1993 door de VN-Veiligheidsraad in het leven geroepen voor het vervolgen van personen die werden verdacht van het schenden van internationaal recht op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië vanaf 1 januari 1991.

De aanklagers vaardigden eind 1994 hun eerste aanklacht uit tegen de Bosnisch-Servische kampbewaarder Dragan Nikolic. Het eerste proces begon in 1995, eveneens tegen een Bosnische Serviër, Dusko Tadic. Goran Hadzic, president van de zogeheten Servische Krajina-Republiek, was de laatste die naar Den Haag werd gebracht. Zijn proces begon in oktober 2012. In totaal werden 161 mensen afkomstig uit ex-Joegoslavië aangeklaagd door het ICTY.

Op 1 juli 2013 is het ICTY officieel opgevolgd door wat het Residual Mechanism heet. Dat moet zorgen voor de afhandeling van de nog lopende zaken van het tribunaal. Er zijn nog vier zaken in behandeling, vijf worden behandeld in hoger beroep. In de regio zelf worden eveneens processen gevoerd en worden ook met enige regelmaat nieuwe aanklachten ingediend tegen mensen die van oorlogsmisdaden worden verdacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden