De geest van Beethoven zonder opsmuk

Klassiek

Richard Goode ****

Meesterpianist Richard Goode staat al decennialang bekend als Beethoven-specialist. Toch is het dit seizoen voor het eerst dat de nu 72-jarige, maar veel jonger ogende Amerikaanse maestro op één avond de drie laatste pianosonates van Beethoven speelde. Met dit relatief korte maar muzikaal zware programma, aangevuld met 6 Bagatelles uit opus 119, maakte Goode zondagavond grote indruk in de Grote Zaal van het Concertgebouw.

Hoewel Richard Goode al enkele malen zeer lovende recensies ontving voor zijn Beethoven-spel in de Amsterdamse serie Meesterpianisten, lijkt hij nog steeds niet erg bekend te zijn in ons land, want de zaal was lang niet uitverkocht. Misschien dat het publiek meer warm loopt voor jonge showpianisten die met hun pyrotechniek de zaal in vuur en vlam zetten.

Tot die categorie behoort de goudeerlijk musicerende Richard Goode allerminst. Niet dat hij niet virtuoos is; integendeel: techniek heeft hij in ruime mate maar hij wil daar absoluut niet mee epateren.

Het maakt hem sympathiek dat hij zijn techniek volledig inzet om Beethovens partituren te ontsluiten, de emoties van de componist bloot te leggen en de architectuur van deze grootse stukken op monumentale wijze gestalte te geven.

In de Sonate nr. 30 in E, opus 109, viel op hoe natuurlijk Goode Beethovens muziek wist vorm te geven, zonder opsmuk en zonder iets aan het toeval over te laten. Hij zocht het qua tempo en dynamiek niet in uitersten. Van blad spelend nam hij de luisteraar mee in Beethovens verhaal.

Wie in het laatste deel, Thema met variaties, wellicht verlangde naar meer zangerigheid en romantiek, werd in de Sonate nr. 31 in As, opus 110, op zijn wenken bediend. Deze compositie kreeg onder Goode's handen grote diepgang, vooral in het zeer expressief gespeelde recitatief met aria en de beide fuga's.

De Bagatelles opus 119 behoren tot het laatste wat Beethoven voor piano heeft geschreven en zijn eigenlijk al heel avant-gardistisch. Goode gaf die kleine vormpjes veel karakter. Jammer dat hij niet de complete cyclus speelde.

De kroon op het recital was de Sonate nr. 32 in c, opus 111. Ondanks de grote contrasten tussen het duistere en stormachtige Maestoso en de vergeestelijkte Arietta vermeed Goode overdrijving hierin. Des te sterker kwam deze tweedelige compositie over.

Onnavolgbaar waren de trillervariaties in de Arietta, die zo fraai werd gespeeld dat zowel vertolker als vleugel volledig plaatsmaakten voor de geest van Beethoven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden