De geboorte van de oneindige tapijttegel

De 'circulaire economie' zou de volgende stap moeten zijn op weg naar duurzaam produceren en consumeren. De Nederlandse tapijtfabriek Desso is er als eerste ter wereld in geslaagd een tapijttegel te maken die opnieuw een tapijttegel kan worden.

Beige smurrie stroomt uit de pijpleiding. Het komt terecht op een baan stof van twee meter breed die langzaam voorbij rolt. Walsen smeren de vloeistof uit tot een gelijkmatig laagje. Het ziet er uit als gewoon een stapje in het langgerekte productieproces in een tapijtfabriek. De brij, die verderop uithardt tot de onderkant van tapijt, is echter een unieke vondst. Er zitten volledig recyclebare ingrediënten in, waaronder krijt als vulstof. Daardoor is de 'rug' volledig opnieuw te gebruiken als de vloerbedekking aan vervanging toe is. Dat krijt halen lokale waterbedrijven uit het water en komt dus niet, al CO2-uitstotend, uit bijvoorbeeld Franse kalkgebieden.

Deze nieuwe tegel leverde Desso als eerste tapijttegelmaker ter wereld onlangs een gouden certificaat op voor cradle to cradle produceren. De eisen daarvoor zijn uitermate streng: alle onderdelen moeten opnieuw veilig bruikbaar zijn en giftige stoffen zijn, ook in minieme hoeveelheden, uit den boze (zie kader). Zilver en brons had de fabrikant al. De tegel met het gouden label bestrijkt nu nog een klein deel van de afzet. Normaal is de brij die uit de kraan komt niet beige, maar zwart: de rug wordt gewoonlijk gemaakt van bitumen. Ook dat wordt hergebruikt, maar niet voor nieuw tapijt. Het belandt in asfalt op de weg. Het gouden etiket geeft aan dat van de oude tegels opnieuw een hoogwaardig product te maken is: een cyclus die in principe oneindig door kan gaan.

Voor nylon, verwerkt in de bovenkant van de tegels, was Desso al zo ver. Garenleverancier Aquafil heeft een methode ontwikkeld om nylon, de variant polyamide 6, voor 100 procent te recyclen. Ook die cirkel is telkens te herhalen, zonder dat het garen aan kwaliteit inboet. Nog niet alle tegels hebben een bovenkant met dit garen, Econyl genaamd. In ruim 50 procent van de collectie is gerecycled nylon terug te vinden.

Desso verwerkt zelf de gebruikte tegels, die in stapels elders in de fabriek liggen. "De afvalverwerkende industrie had opmerkelijk genoeg geen interesse", zegt Rob Kragt, specialist duurzaamheid bij Desso, wandelend door de fabriek. "Ze vonden de hoeveelheden te klein, de onzekerheden te groot. Toen zijn we het maar zelf gaan doen." Kragt wijst op een grote zak vol met grijs kringelend garen. "Dit is de vrijwel zuivere variant. Het gaat terug naar de leverancier die het verwerkt tot vloeistof waar weer nieuw garen van gemaakt wordt."

Het losmaken van de draden was aanvankelijk niet zo makkelijk, zegt Kragt. "Omdat tapijten tegenwoordig getuft worden, met vele naalden tegelijk, zitten er vele lange losse draden in één tapijttegel." De machine raakte hopeloos verstrikt in al die draden van elk zo'n 40 meter lang. De oplossing bleek relatief simpel: de tegels eerst in kleine stukjes hakken. Maar daarvoor moesten er wel weer aanpassingen aan de installatie plaatsvinden.

Op die manier zoekt Desso werkende weg oplossingen voor problemen om het doel, alle producten cradle to cradle geproduceerd in 2020, te halen. Obstakels wegnemen en innoveren, vooral binnen de muren van de eigen onderneming. Het begin werd gemaakt op een niet erg voor de hand liggend moment.

In 2008 toen de financiële crisis losbarstte, besloot Desso het beleid radicaal om te gooien, vertelt directeur Roland Jonkhoff in zijn werkkamer boven de fabriek. "We maakten een topproduct van goede kwaliteit maar wel met een oubollig imago. Het toeval was dat de toenmalige directeur Stef Kranendijk een VPRO-documentaire over cradle to cradle zag. Hij was daarvan onder de indruk en nodigde Michael Braungart uit, een van de grondleggers daarvan. Niet iedereen was gelijk overtuigd. Het eist veel als je zo wilt ontwerpen en produceren: alleen pure materialen gebruiken, geen toxines, al je grondstoffen uitpluizen. Maar het was zo enthousiasmerend dat we het zijn gaan doen. We zijn sindsdien gegroeid, meer winst gaan maken en in meer landen actief."

Het betekende wel veel investeren. Hoeveel wil Jonkhoff niet kwijt, maar het gaat om 'significante bedragen'. De gok heeft goed uitgepakt, sterker, hij is ervan overtuigd dat Desso zonder die omslag er nu een stuk slechter voor had gestaan. "Wij zijn één van de eerste bedrijven die het levende bewijs geven dat de circulaire economie meer is dan alleen theorie." Het levert Desso ook andere zaken op, zoals het lidmaatschap van het World Economic Forum, de jaarlijkse bijeenkomst van regeringsleiders, bedrijfsleven en wetenschappers over het wel en wee in de wereld. "Dan nemen we deel aan forums, allemaal belangrijke mensen op een rijtje en dan die rare tapijtfabriek uit Waalwijk."

Desso heeft dat gedaan zonder de hulp van de overheid met het 'topsectorenbeleid' voor innovatie. Vernieuwing vindt plaats binnen de onderneming en met gelijkgezinde partners. "Wij zijn geen chemici, bij voorbeeld. Als we die kennis nodig hebben, benaderen we DSM of Akzo. Met DSM bespreken we hoe we ons vliegtuigtapijt brandvertragend kunnen maken zonder additieven. Inspiratie doen we op bij de jaarlijkse 'Circle of Architects', internationale bijeenkomsten met architecten en designers die meedenken over onze producten. We hebben een tapijt ontwikkeld dat fijnstof opneemt, goed voor astmapatiënten. Met Philips kijken we nu hoe het stof het beste weer uit het tapijt te halen is."

Ingewikkeld is het soms wel, om de regels van cradle to cradle precies te volgen, erkent Jonkhoff. "De bovenlaag van ons wollen tapijt kan volledig biologisch afbreekbaar geproduceerd worden. Normaal gesproken wordt de wol behandeld met permetrine, een voor de mens ongevaarlijke stof die motten doodt. Dat mag niet, want cradle to cradle wil bijdragen aan de biodiversiteit. Daar hoort ook de mot bij." Dus stapte Desso over op een ander middel, dat de mot niet doodt, maar alleen het vrouwtje ervan weerhoudt eitjes te leggen in de wol. Daardoor kon het tapijt echter weer niet slagen voor de universele mottentest die in de tapijtwereld het label 'motvrij' oplevert. "Die test is namelijk met een stukje wollen tapijt in een gesloten bakje. De mot vindt het tapijt vreselijk, zou in werkelijkheid direct wegvliegen, maar kan het bakje niet uit. Uiteindelijk strijkt de mot toch neer en legt eitjes. Dan maar niet het officiële stempel 'motvrij'. Dat leggen we onze klanten dan wel uit."

De garens voor de tapijttegels van Desso worden voor 100 procent gerecycled.

undefined

Van wieg tot wieg

In 93 procent van de collectie tapijttegels van Desso, zit inmiddels gerecycled of opnieuw te gebruiken materiaal en mag daarom het etiket cradle to cradle voeren. Dat houdt in dat zoveel mogelijk materialen opnieuw te gebruiken of biologisch afbreekbaar zijn. Cradle to cradle, in Nederlands 'van wieg tot wieg', maakt onderscheid tussen twee cycli. De technologische, zoals de rug van het tapijt die opnieuw het productieproces in kan, en de biologische. Die laatste doelt op biologisch afbreekbaar materiaal, zoals pure wol. Cradle to cradle is streng als het gaat om toxische stoffen, zoals weekmakers maar ook voor de mens onschuldiger stoffen. Die zijn verboden. Certificaten komen van een onafhankelijk instituut uit de VS. De etiketten zijn er in gradaties. Voor brons moet minstens 35 procent van een nieuwe tapijttegel bestaan uit materiaal dat of al gerecycled is of op zijn beurt opnieuw te gebruiken is. Voor zilver is de grens 50 procent, voor goud tenminste 65 procent.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden