De gave om economie toegankelijk te maken

Jan Pen, hier in 1995, was een van de grondleggers van de ecotaks. (FOTO PAUL HUF, MARIA AUSTRIA INSTITUUT, HH) Beeld Mai/Hollandse Hoogte
Jan Pen, hier in 1995, was een van de grondleggers van de ecotaks. (FOTO PAUL HUF, MARIA AUSTRIA INSTITUUT, HH)Beeld Mai/Hollandse Hoogte

Jan Pen, macro-econoom van wereldfaam, was nooit te beroerd zijn eigen partij (PvdA) over de knie te leggen. Afgelopen weekend overleed hij op 88-jarige leeftijd.

Jeroen den Blijker

„Vijftig jaar heb ik PvdA gestemd”, begon Jan Pen op 20 januari 2003 zijn vertrouwde column in het Parool. „Maar de laatste tijd met groeiende tegenzin.” Pen, die afgelopen weekend in zijn woonplaats Haren (Groningen) op 88-jarige leeftijd overleed, was het fundamenteel oneens met de ’cadeaus aan multimiljonairs’ die Wim Kok en Ad Melkert uitdeelden. „Met verontwaardiging spraken zij over ’de exhibitionistische zelfverrijking’ van topmanagers, maar ze verdedigen de reductie van het hoogste tarief van de inkomstenbelasting alsof ze het er zelf mee eens zijn.” Â

Het is Pen ten voeten uit. De columnist en macro-econoom van wereldfaam – zijn boeken zijn vertaald in ruim twintig talen – was nooit te beroerd om zijn partij over de knie te leggen. Want het ideaal van de sociaal-democraat was een egalitaire samenleving waarin wie veel verdient, veel moet afdragen. En lage inkomens zijn er vooral om uit de wind te houden.

Pen werd op 15 februari 1921 in het Friese Lemmer geboren (zijn vader handelde in netten), studeerde en promoveerde aan de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam en was dertig jaar lang hoogleraar aan de universiteit van Groningen.

Van de jaren vijftig tot halverwege de jaren tachtig was zijn politieke invloed groot, ook omdat hij beschikte over het vermogen om economie voor een groot publiek toegankelijk te maken. Daarbij bediende hij zich vaak van treffende beeldspraak. Fameus is bijvoorbeeld de ’Parade van Pen’ uit 1971, een optocht van vooral veel dwergen en weinig reuzen, waarin Pen de scheve inkomensverdeling aan de kaak stelde: voorin de parade bijstandsmoeders, achteraan de rijken en superrijken, zoals de oliemagnaat Paul Getty. „Met het hoofd in de stratosfeer”, aldus de econoom.

Vlak na de oorlog, nog in zijn studietijd, werd hij gegrepen door de werken van John Maynerd Keynes, de Britse econoom die vooral de vraag als motor van de economie zag. Het Keynesianisme zou een stempel op zijn denken drukken. En uiteindelijk ook het einde van zijn politieke invloed markeren.

Pen had bijvoorbeeld weinig met het opkomend neoliberalisme dat de PvdA steeds meer in de greep kreeg. Net zoals hij ook niks had met het socialisme. In de hierboven aangehaalde Parool-column bijvoorbeeld mijmert hij over een mogelijke stem op GroenLinks. „Daar kon ik ook weer niet op stemmen zolang Paul Rosenmöller daar zat. Die was gecompromitteerd door zijn bondgenootschap met Ina Brouwer van de CPN.”

Eigenlijk hebben kapitalisme én socialisme de boel goed verziekt, vond hij. Hij heeft daarom zestig jaar lang altijd PvdA gestemd.

Daarnaast was hij een van de grondleggers van de ecotaks. Milieuverontreiniging beschouwde Pen als een imperfectie van de markt. De econoom, die zelf zeer sober leefde, liever niet vloog en al in de jaren zeventig de wollen trui promootte om energie te besparen, bepleitte daarom belasting op vervuiling en verspilling in plaats van belasting op arbeid. „Alsof je arbeid moet afstraffen”, gruwde hij daarbij. Maar van échte vergroening van ons belastingstelsel is het nooit gekomen. Te ingewikkeld. Het was daarom ook Pens eigen partij die ermee instemde dat de vliegtaks vorig jaar verdween.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden