De gastvrijheid van de Engelse inboorling

Het Macpherson-rapport, dat onlangs in Engeland verscheen naar aanleiding van het falend politieoptreden na de moord op de jonge zwarte Stephen Lawrence, was vernietigend in zijn conclusie: in Groot-Brittannië zou sprake zijn van geïnstitutionaliseerd racisme. De minister van binnenlandse zaken reageerde geschokt: ,,Het opent ons de ogen voor wat het betekent om zwart of Aziatisch te zijn in ons land.''

Voor de gekleurde gemeenschap in het Britse koninkrijk bevestigde het rapport alleen maar wat ze allang wisten en in vele gevallen dagelijks aan den lijve moesten ervaren. ,,Het moderne racisme is in Europa geboren als bijproduct van de slavernij'', beweert de zwarte Engelse schrijver Caryl Phillips. ,,Als je zegt dat zwarten inferieur zijn, creëer je een excuus om ze als beesten te behandelen.''

Phillips, die in 1958 op het Caribisch eilandje St. Kitts werd geboren, maar nog hetzelfde jaar met zijn ouders naar Engeland verhuisde, heeft zich vanaf zijn debuut met 'The final passage' (1985) tot het recente 'The nature of blood' (1997) hiermee beziggehouden. In zijn werk onderzoekt hij voortdurend de wisselwerking tussen verschillende culturen en met name de raciale spanningen als gevolg van historisch gegroeide machtsverhoudingen.

In het laatste kwart van deze eeuw is de Engelse literatuur verrijkt met een groot aantal schrijvers, die, afkomstig uit de voormalige Engelse koloniën en dus min of meer 'outsiders', de Engelse literaire canon sterk hebben beïnvloed. Salman Rushdie en Ben Okri, allebei goed voor de befaamde Booker-prize, zijn daar de meest sprekende voorbeelden van en het was, meen ik, Rushdie die voor dit fenomeen de pakkende slogan 'The empire strikes back' bedacht.

Toch zou het volgens Caryl Phillips van historische bijziendheid getuigen om te denken dat dit verschijnsel een betrekkelijk recent fenomeen is. In zijn onlangs verschenen studie 'Extravagant Strangers, a literature of belonging', toont Phillips overtuigend aan, dat er al ruim tweehonderd jaar sprake is van 'buitenstaanders' die een belangrijke bijdrage aan de Engelse letterkunde hebben geleverd.

Door te suggereren dat er vóór Rushdie en consorten een soort 'onbesmette', zuiver Engelse literatuur zou hebben bestaan, doe je volgens hem de werkelijkheid geweld aan: al eeuwenlang hebben schrijvers, die op een of andere manier het product waren van het voormalige koloniale wereldrijk, de veelal gespannen relatie met het moederland tot onderwerp van hun schrijven gemaakt en uit die moeizame verhouding tussen het individu en de Britse samenleving is volgens Phillips vaak de mooiste en meest dynamische literatuur voortgekomen.

In zijn bloemlezing onderscheidt Phillips grofweg drie groepen, die samenvallen met een bepaalde fase in de koloniale geschiedenis. Allereerst de zwarte schrijvers, die als het ware in het kielzog van de slavernij in Engeland terechtkwamen. Zij worstelden niet alleen met de ethnische verschillen, maar ook met taalkundige problemen. Hun werk dateert van het einde van de 18de eeuw.

Vervolgens de schrijvers, die geboren zijn in de Britse kolonies (voornamelijk het Caribisch gebied en India). Uit hun werk spreekt een sterke behoefte om bij het moederland te horen. Een regelmatig terugkerend thema is het conflict tussen de hooggespannen verwachtingen en de vaak deprimerende realiteit. Het gaat hier om schrijvers uit de 19de en het begin van de 20ste eeuw. Ten slotte de schrijvers uit de tweede helft van de 20ste eeuw, deels afstammelingen van de voormalige kolonisten, deels nakomelingen van de gekoloniseerden.

Het is een rijk overzicht geworden waarin soms verrassende namen opduiken. Zo schrijft de oorspronkelijk uit Nigeria afkomstige, vrijgekochte slaaf Olaudah Equiano in 1789 zijn levensverhaal op in 'The interesting Narrative of the Life of Olaudah Equiano, or Gustavus Vasa the African, written by himself'. Vooral die laatste toevoeging was niet onbelangrijk: hij was niet de eerste voormalige slaaf, wiens levensverhaal op papier kwam, maar wel de eerste, die het zonder hulp van een 'ghostwriter' had opgeschreven.

Het werd een bestseller in zijn tijd en - aardig detail - naast een Engelse, Amerikaanse, Russische en Duitse editie verscheen er ook een Nederlandse vertaling op de markt. Dat Phillips zich niet strikt beperkt heeft tot schrijvers, die op een of andere manier met de voormalige koloniën te maken hebben, blijkt uit het feit dat ook Joseph Conrad een plaats in zijn bloemlezing heeft gekregen.

Conrad, wiens eigenlijke naam Jozef Teodor Konrad Krozeniovski was, werd geboren in Polen, maar monsterde als 17-jarige aan op een Frans schip dat hem naar de West-Indische archipel en midden-Amerika bracht. Vier jaar later reisde hij naar Engeland om vervolgens acht jaar lang onder Britse vlag de wereldzeeën te bevaren.

Hoewel hij aanvankelijk nauwelijks een woord Engels sprak, is Conrad uiteindelijk toch een belangrijke vernieuwer van de Engelse literatuur geworden: hij doorbrak het geijkte patroon van de alwetende verteller en maakte gebruik van een wisselend perspectief. Bovendien hanteerde hij het in die tijd ongebruikelijke concept van de roman als een mengeling van geschiedenis, psychologie, sociologie en poëzie. In die zin is hij bij uitstek geschikt als voorbeeld van een 'buitenstaander', die Brits staatsburger werd en een belangrijke bijdrage aan die cultuur wist te leveren.

Een ander voorbeeld van een interessante taalkundige injectie van het standaard-Engels is het werk van Samuel Selvon. Hij werd in 1923 in San Fernando op Trinidad geboren en vestigde zich in 1950 in Londen. In 1956 schreef hij 'The Lonely Londoners', een door de critici enthousiast ontvangen roman over het immigrantenbestaan in Londen. Het is geschreven in een curieuze mengeling van de spreektaal uit Trinidad en de stream of consciousness-techniek zoals Joyce die introduceerde.

De verwarring waaraan veel immigranten ten prooi vallen, is misschien wel het beste gekarakteriseerd door V. S. Naipaul, die in 1950 zijn geboorteland Trinidad verliet om in Oxford te gaan studeren. ,,Ik kreeg steeds meer het gevoel dat de 'grandeur' tot het verleden behoorde'', schrijft hij in 'The enigma of arrival' (1987), ,,Dat ik op het verkeerde moment naar Engeland was gekomen; dat ik te laat was gekomen om Engeland, het hart van het Britse rijk, te vinden zoals ik (als een provinciaaltje uit een afgelegen hoek van het koloniale rijk) me dat in mijn verbeelding had voorgesteld.''

Zolang hij nog op Trinidad woont, idealiseert hij Londen. Als hij eenmaal in Londen terecht is gekomen en de werkelijkheid niet aan zijn ideaal beantwoordt, projecteert hij dat ideaal in een andere, vroegere periode. ,,De mentale of emotionele processen waren hetzelfde'', noteert hij.

Opvallend vaak spelen de opgenomen fragmenten zich af tegen het decor van de Londense ondergrondse. Het creëert als vanzelfsprekend een sfeer van vervreemding. Wanneer de personages afdalen in die onderwereld, voelen ze zich al snel als een vreemdeling bij Kafka, die door het donkere labyrint van een gevangenis dwaalt.

Toch is niet bij iedereen dat decor zo grimmig. In 'Defence of the Underground' (1987) gebruikt Doris Lessing deze achtergrond juist voor een lofzang op de multiculturele samenleving. Lessing, die in Perzië werd geboren, maar het grootste deel van haar jeugd op een uitgestrekt landgoed in het toenmalige Rhodesië doorbracht, heeft vanuit haar ervaringen een scherp inzicht in de samenhang tussen ras, sociale klasse en het kolonialisme.

Haar observaties in de ondergrondse getuigen van een onbevooroordeelde blik en een zeker optimisme over de mogelijkheden van een multiculturele samenleving; ,,In mijn helft van de coupé zitten drie blanken en de rest is zwart, bruin en geelachtig. Of, om het anders te verdelen, vijf vrouwen en zes mannen. Of, vier jonge mensen en zeven van middelbare leeftijd of ouder.'' Haar benadering werkt ontwapenend, al moet gezegd dat zij, als blanke vrouw, toch niet blootstaat aan de vernederende minachting waar veel immigranten mee geconfronteerd worden.

Dat humor een effectief wapen kan zijn bij het aan de kaak stellen van het Engelse superioriteitsgevoel, blijkt uit de bijdragen van de in Zuid-Afrika geboren Christopher Hope. In zijn satirische roman 'Darkest England' (1996) beschrijft hij hoe de hoofdpersoon David Mungo Booi, een zwarte Afrikaan, door de stamoudsten wordt uitgekozen om te onderzoeken of Engeland een geschikte plaats is om zich te vestigen en of de inboorlingen daar vriendelijk en aangenaam van karakter zijn.

Ongelukkigerwijs komt de hoofdpersoon tijdens zijn verkenningstocht midden tussen een groep hooligans terecht en werd hij het mikpunt van hun beledigingen. Op een gegeven moment krijgt hij apenootjes en een banaan naar zijn hoofd geslingerd, waarop hij laconiek noteert: ,,Het was iets wat wij, zo ver verwijderd van de duisternis van het begin der mensheid, moeilijk te begrijpen vinden, dat iemand uit een ander deel van de wereld op traditionele manier begroet wordt met fruit en noten.'' En met een opgewekte constatering over de nuttige lessen die de hoofdperson over de vaderlandsliefde van deze jonge mensen heeft opgestoken, eindigt dit fragment.

'Extravagant Strangers' is op deze manier een uiterst gevarieerde bundel geworden, waarin niet alleen de namen opduiken van de schrijvers die de laatste jaren zo gezichtsbepalend voor de Engelse literatuur zijn geweest, maar ook van minder bekende auteurs, die in de loop der eeuwen vaak op indrukwekkende wijze hun moeizame verhouding tot het koloniale moederland onder woorden hebben gebracht.

Wat deze bloemlezing ondubbelzinnig duidelijk maakt is dat die culturele kruisbestuiving geen recent fenomeen is, maar een proces dat al ruim tweehonderd jaar aan de gang is. Dat die bijdrage aan de Engelse cultuur lang onderbelicht is gebleven, zegt natuurlijk veel over het Britse superioriteitsgevoel en het impliciete racisme dat daar het gevolg van is. In die zin is 'Extravagant Strangers' een belangrijke aanvulling op het Macpherson-rapport.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden