DE FYSIOLOGIE VAN HET AFZIEN

Fietsen doe je onder de knoet van de Tourdirectie en in gehoorzaamheid aan een handvol natuurwetten: de mechanica gaat over het verzet, de inspanningsfysiologie over het zweet. Wetenschap en sport zijn het onderwerp van de rubriek De Kneep. Van EK tot en met Olympische Spelen, vanaf morgen weer op de sportpagina. Afzien; zwarte sneeuw; flanellen benen; snot voor de ogen; labeuren; opgeblazen; uitgepierd. Voor elke dag in de ronde van Frankrijk beschikken de pedaalridders over een ander etiket om hun 'martelgang van kromme Leendert' cachet te geven. Overdrijven ze? Laten we het proefondervindelijk vaststellen.

Uit de kronieken over zelfbeklag:

Henri Pelissier werd hels toen men hem in 1924 het dragen van een extra trui verbood. Le Petit Parisien tekende uit zijn mond op: "Een kruisweg is het, en dan had de weg naar Golgotha maar veertien etappes, de onze vijftien. Martelingen accepteren we, geen plagerijen. Er komt nog een dag dat ze ons lood in de zakken stoppen omdat ze beweren dat God de mens te licht heeft geschapen."

Uit het geheugen van klimgeit Peter Winnen:

"Ze zeggen dat het je dan zwart voor ogen wordt. Neem dat gerust maar letterlijk, weet ik nu. Pijn verdragen hoorde erbij, werd haast een routine als schoenen poetsen, behalve op die paar momenten dat de wereld werkelijk in een zwarte waas veranderde."

Uit het geheugen van hoogleraar fysiologie/schaatser Harm Kuipers:

"Leren lijden, daar ging het bij mij om. Vijf kilometer was te ver, maar er kwam een dag dat ik tot de ontdekking kwam dat ik het toch aan kon. Toen schreeuwde mijn lijf op de tien kilometer 'Hou er alsjeblieft mee op', tot ik later ook die pijn negeerde. Maar och, mocht je onderweg maar even met de benen omhoog."

Hij zal verrekte hard moeten rijden, die berggeit Winnen, wil hij zo'n achterstand vanaf Luz St-Sauveur naar de top van de Tourmalet op me goedmaken. Met alle respect voor die kuitenbijter, een handicap van een half uur moet genoeg zijn voor een getrainde toerfietser. "Trouw versus Winnen" , schalt het uit de luidspreker op het pleintje in het verlaten ski-oord. Een schot, ik ben weg.

Driehonderd meter door het dorp naar het zuiden en dan links af richting Esterre. Hou je niet groot: voor 42 tandjes, achter 26. Hier rijdt weer zo'n bierbuik die boven zijn veertigste zal bewijzen voor welke sport hij, achteraf bekeken, in de wieg was gelegd. Snelheid ruim 12 kilometer per uur. Dan ben ik met een laatste spurt in anderhalf uur boven en moet Peter Winnen het binnen een uur doen. Kom maar op.

Esterre-Viella: och, daar begint het al, vijf kilometer met een stijgingspercentage van 9, 7, 8, 9 en nog eens 9. Mis kracht in de benen. "Dat is typisch de gedachte van een niet-wielrenner die klimt" , laat Kuipers, hoogleraar inspanningsfysiologie aan de Rijksuniversiteit Limburg, van achter zijn bureau weten. "Als ik meer kracht in mijn benen had, dan stoempte ik er wel tegenop en raakte ik niet buiten adem. Nee, zo zit het niet. Kracht en uithoudingsvermogen zijn juist twee zaken die elkaar verschrikkelijk bijten."

Het been onder de microscoop: "In de spiervezels liggen myofilamenten, dunne eiwitbundels die dienen voor het samentrekken van de spier. Door krachttraining krijgt een fietser meer van zulke spierelementen maar die nemen wel ruimte in. En dat gaat ten koste van de energiefabriekjes, de mitochondrien in de spiercel. Voor elke inspanning langer dan een minuut heb je die hard nodig. Doet een renner teveel aan krachttraining, dan zal het vogeltje tegen de berg op gauw dood zijn."

Prettige relativering is dat. Langs 's Heeren boomgaarden en het riviertje Le Bastan, nog een paar bochten door en ginds duikt Bareges op. Kilometerpaal 6 na 29 minuten. Vergis ik me of is het hier wat vlakker? Toch talent misschien?

Wisselvalligheid

Winnen heeft nog een minuut voor die vraag. "Talent? Daar kom je zomaar achter. Die dag moesten we de Madeleine, de Glandon en Alpe d'Huez op. In ene zat ik met drie mannen voorop, Van Impe, De Muynck en Hinault. Met de vingers in de neus ging ik mee op de Madeleine, op de Glandon moest ik er voortdurend bijna af en op Alpe d'Huez ging het weer fantastisch. Van die wisselvalligheid heb ik in heel mijn carriere nooit iets begrepen."

Acht seconden hield hij bovenop Alpe d'Huez over op zijn drie medekoplopers. Wie verwacht te winnen in zijn eerste grote bergrit? "Maar het kostte me wel drie afgrijselijke dagen erna. Van die spanning aan het eind van de klim heb ik niet veel meer meegekregen. Ik heb met mijn krachten gesmeten toen, alles werd zwart." En Winnen schiet Luz St-Sauveur uit.

Ach, lijden was genot voor de 'engel van het hooggebergte', Charly Gaul, die een hechte vriendschap onderhield met de slechtweergoden. Maar Karel van Wijnendale, man achter de Ronde van Vlaanderen, wist uit ervaring dat "de koude wind op een bezweet lijf valt als een strafroede op een gewond lichaam" .

Bovengrens

In Bareges is het snikheet en verderop loopt de weg akelig steil omhoog. Links wijds, rechts gaat de weg in een rotswand over, waar ijskoud bergwater uitstroomt. Het is te verleidelijk: even afstappen en de nek deppen. Maar daar staat straf op. Als je weer opstapt, maken de benen heftig bezwaar. Verzuring, fysioloog? "Je fietst kennelijk tegen je bovengrens aan. Melkzuurprodukten en allerlei andere afbraakstoffen worden onvoldoende door het bloed afgevoerd en hopen zich op in de spier."

"Stap je op zo'n moment af, dan vertraagt de circulatie en stagneert de afvoer van de afvalstoffen nog meer. In wezen verstoor je daarmee de biochemische huishouding in de spier nog meer dan tijdens het fietsen. Stap je weer op, dan wil die spier zeker niet wat jij wilt. Maar na een paar minuten komt de circulatie weer goed op gang en gaat het beter."

Winnen zit al in Esterre en Trouw kampt nu reeds met zure benen, ondanks het piemelverzetje van 42 voor, 28 achter. Wat is er zo naar aan dat 'zuur'? "Die filamenten, de eiwitbundels in de spier, grijpen bij samentrekken van de spier op een ingewikkelde manier in elkaar. Laten dan weer los en grijpen weer. Zure afbraakprodukten verstoren dat mechanisme; de spier krijgt wel prikkels maar grijpt niet meer in elkaar. Wat je ook duwt. Bovendien werken de zure afvalstoffen op de zenuwen in. Vandaar die zere, branderige 'poten', denken we."

Dat is geen opbeurend vooruitzicht na negen kilometer, ruim voor de splitsing met die andere puist, de Super-Bareges. "Trap even wat minder hard, dan krijgen de bloedcellen de gelegenheid om wat van die troep af te voeren. Een simpel rekensommetje is het: zorg dat de afvoer groter is dan de produktie. Mocht ik van renners onderweg spierbiopten nemen, dan kon ik aangeven welke renner op welk moment het verzuringspunt overschrijdt."

We spelen allebei met de zwaartekracht, deze derderangs pedaleur en de delta-vlieger die boven de splitsing van de Tourmalet en Super-Bareges hangt. Met dit verschil dat ik een hekel aan mezelf zit te krijgen. Rechtsom gaat de weg, naar een cafe in the middle of nowhere, en dan linksom. Nog zes kilometer van gemiddeld tussen de 8 en 9 procent. Kijk niet links van de weg naar beneden, want daar ligt je graf. Winnen is natuurlijk Bareges al uit. Niet omkijken. Voor 42, achter 31, ik kom niet meer vooruit. Had Winnen dat nooit?

"Je kunt niet harder, blokkeert, terwijl je niet bent uitgeput. Dat gevoel heb ik soms gehad en schaatsers moeten het ook hebben. Kuipers reed misschien wel tegen zijn grens aan, verzuurde totaal, maar hij kan nooit totaal kapot zijn gegaan. Tien kilometer is tekort om te sterven. Dat deed ik wel, de dag dat ik won in Morzine. In het dal voor de Joux-Plane wist ik van voren niet meer dat ik van achteren leefde, maar toch vond ik op de berg weer een cadans. Onbegrijpelijk!"

"In de training reed ik me vaak stuk maar doodgaan kon ik alleen in de wedstrijd. Dieper en dieper ga je, tot je uitsluitend nog op instinctmatige basis doorzet. Zo snel mogelijk naar de finish, dat zit erin geramd. Stel je eens voor hoe primitief dat is. Slechts flarden van gedachten heb je, het denken heeft niets meer van dat van alledag. Winnen zul je: fietsen is een eenvoudige bezigheid hoor, niet iets om trots op te zijn."

"Tim Krabbe heeft die bewustzijnsvernauwing prachtig beschreven in De Renner. Maar voor mij ging niet op dat het landschap zich verengde tot de breedte van de weg of het achterwiel van mijn voorganger. Integendeel, hoe meer ik geestelijk vernauwde, hoe zintuiglijker ik werd. Ik weet precies hoe de omgeving van de Tourmalet eruit ziet en ik heb er grimassen en gelaatsuitdrukkingen van toeschouwers gezien die me anders nooit waren opgevallen. Ook al keek ik niet bewust. Een toerist met de verrekijker in de hand zal die berg nooit aan den lijve ervaren. Dat is toch niks."

"Wat overblijft is puur instinct, de haast dierlijke drang om boven te komen en te winnen. Op zo'n moment zitten er verschillende persoontjes in je die om beurten tegen je beginnen te praten. 'Van de fiets', 'Op de fiets'. Ik geloof niet dat ik ooit gesmeekt heb om een lekke band, maar soms dacht ik op kop wel 'Haal me alsjeblieft in, dan is het tenminste over'."

Doorbijten

Verbeeld ik me dat ik Winnen begrijp? Een persoon in mij zegt '32 voor, 31 achter en je redt het met lichte tred wel in de laatste drie kilometer'. Een ander zit al tijden ongemerkt naar de mast van het Observatoire op de Pic du Midi de Bigorre te turen, links van de Tourmalet.

Weer een ander houdt me voor dat het louter op karakter, op doorbijten aankomt. Denk eens aan de mannen van weleer, die Parijs-Brest-Parijs reden: 1 200 kilometer aan een stuk, drie dagen en drie nachten achtereen, met een reeks van lekke banden door de kopspijkers en kraaiepoten die de deelnemers elkaar voor de wielen strooiden. Zelf moest je je fiets maken, desnoods bij de plaatselijk smid. En verder maar weer, met een lijf dat stijf stond van de amfetaminen om wakker te blijven. Na aankomst konden de renners vaak meer dan een dag niet slapen van de dope. Over karakter gesproken.

Zit het verschil tussen een kampioen en een waterdrager echt in het hoofd, wetenschapper? "Vergeet het maar. Dat verschil is er al in de wieg. Je aerobe vermogen, de hoeveelheid zuurstof die je kunt transporteren, ligt vast in de genen. Dat vermogen kun je maximaal 25 tot 30 procent verhogen. Een dubbeltje wordt hooguit dertien cent, een kruk hooguit 1,3 keer een kruk. Nog steeds een kruk dus."

Kannibaal

We nemen van de fysioloog aan dat Eddy Merckx als Eddy Merckx is geboren, maar de bijnaam kannibaal heeft hij toch met zijn onverzettelijkheid verdiend. Hij ging dieper dan diep. "Veel renners leren om net boven de verzuringsgrens te fietsen. Ze voelen aan, welke trap extra ze nog kunnen doen. Maar ga daar niet nog eens boven, want dan is het met iedereen gebeurd. Met te verzuurde benen of een te lage suikerspiegel in de spieren komt geen enkele renner meer vooruit."

Kuipers zet er wat op: "In het lab fietsen renners enige tijd boven hun omslagpunt tot we kunnen meten dat ze flink zijn verzuurd. Ik heb ooit honderd gulden op tafel gelegd voor iemand die beweerde nog harder te kunnen. Hij perste wat hij kon, barstte haast in tranen uit maar de spieren weigerden eenvoudigweg. En dat doen ze ook als ze niet in staat zijn om voldoende suiker uit het bloed op te nemen. Karakter of geen karakter, de tank is leeg."

Dat is deze tank al geruime tijd, maar hij krijgt nu in de verte een gebouwtje - op de top? - in het vizier. Minder dan een kilometer nog. Beweegt daar iets ver achter mij, begint daar iemand dierlijk te grommen? Winnen is jaloers, ik rij nu tussen de toeschouwers. "Niets is zo frustrerend als een kale, brede weg bergop. De Simplon-pas in Zwitserland bij voorbeeld: ik had er altijd het gevoel dat ik niet vooruit kwam en daar ging ik aan stuk. Terwijl je met dezelfde snelheid op een smal bergweggetje, tussen huizen of die haag van toeschouwers door, voor je gevoel omhoog schiet." Wielrennen is psychologie!

"Ja, die inspanningsfysioloog gelooft dat hij het allemaal kan meten. De zuurgraad, de suikerspiegel. Het beetje karakter er bovenop is volgens hem niet meer dan een paar procent. Maar zet twee mensen met dezelfde fysieke mogelijkheden naast elkaar en ze zullen totaal verschillend presteren. Er zitten van die beesten tussen . . ."

"Ze zitten ver boven hun theewater, verzuurd en leeg, maar ze zijn nog steeds gedreven. Als Hinault stuk zat, reed hij toch verschrikkelijk goed. Dat was het probleem met die man. Zijn aanwezigheid kon je voelen in de kopgroep. Als hij hartstikke dood was, blufte hij nog. Karakter, zeggen we dan, maar het is complexer: pijn, koersinzicht, instinct, afzien, bestand tegen de druk van de buitenwereld. We zijn geneigd om al die eigenschappen in hokjes te stoppen, terwijl ze op zo'n berg wel in een renner verenigd zijn. En waar een volkomen uitgeput lichaam zich dan op bevel van de bestuurder aan kan aanpassen, dat hou je niet voor mogelijk."

"Tot het is afgelopen met je. Eigenaardig is dat. Je rijdt maximaal, probeert te forceren en ziet ze toch van je wegrijden. Balen natuurlijk, maar kwaadheid telt niet meer. Hoewel, je wordt op dat moment wel link op jezelf en op je betere tegenstander . . ."

"Ach, eigenlijk is dat niet eens waar: je wordt ontzettend kwaad op de wedstrijd, op wat er op dat moment gebeurt. Nee, afzien is niet leuk en een genot is het al helemaal niet. Geloof niet in die geromantiseerde verhalen over Charly Gaul. Afzien kun je alleen omdat de voldoening er tegenop weegt."

Beest

De hoek om, bijna boven. Het is hier wel erg verlaten. Nee, verdorie nee toch . . ., hoe is het mogelijk, waar komt die vent in ene vandaan. Rijen man, ik pak hem, pak hem niehh . . . Fotofinish: Winnen, het is niet waar. Ben te beschaafd, er zit te weinig beest in me zoals in Hinault, de Das. In Winnen trouwens ook.

"Dat was mijn probleem, daarom won ik niet zoveel. Het ontbrak me aan instinct. Afzien kon ik, zeker in de laatste jaren met die rugblessure. Ik moest de Vuelta uit, had zo verschrikkelijk geforceerd dat het hele bekken was scheef getrokken. Wat een kolere pijn had ik en nog erger daarbij is dat je niet vooruitkomt en er iedere keer weer vanaf wordt gereden. Ja, lijden kon ik, maar het winnersinstinct ontbrak."

Behalve vannacht. Maar ik doe die droom nog wel eens over. Wellicht maak ik meer kans op een velocipede, zo'n malle eenwieler van weleer. Of misschien roep ik Henri Desgrange op, de oprichter van de Tour de France, om me onderweg moed in te spreken: "Lijden, dat is de volledige ontplooiing van de wilskracht. Bewijs dat U een man bent."

En op Peter Winnen stuur ik Apo Lazaridis af, bij wijze van psychologische oorlogsvoering. Die geloofde niet in Desgrange's filosofie. In 1946 liet hij zich als vluchter op de Izoard terugzakken in het peloton, bang om in zijn eentje een paar beren op zijn weg te vinden. Maar hij won dat jaar wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden