De fundifactor van Nederland

Winkelend publiek in Rotterdam. Ook agnosten of atheïsten vertonen fundamentalistische trekken, dit blijkt uit hun keuze voor kleding of vrije tijd. FOTO © OTTO SNOEK

Nederland scoorde hoog op de fundamentalismetest van Trouw en de VU. Dit hoeft echter niet te betekenen dat het beeld van de moderne, relativerende en tolerante Nederlander onjuist is.

De Nederlandse fundamentalist is meestal een man die jonger is dan 30 jaar en een christelijke politieke voorkeur heeft. Hij koppelt fundamentalisme niet per se aan religie of gewelddadig handelen. De moderne fundamentalist heeft een sterke eigen overtuiging, maar kan als het nodig is ook water bij de wijn doen.

Dat blijkt uit de 'funditest' die Trouw en de Vrije Universiteit samen ontwikkelden en die vorig jaar door bijna 18.000 mensen is ingevuld. Doel van de test was te peilen hoe modern religieus en niet-religieus fundamentalisme eruit ziet.

De uitkomsten van de test zijn in sommige opzichten verrassend te noemen. Zo hebben meer mannen dan vrouwen de test ingevuld. Meer dan 60 procent van de deelnemers is man. Fundamentalisme lijkt daarmee enigszins een mannenzaak te zijn. Wellicht raken mannen meer geïntrigeerd door de term fundamentalisme en zijn ze trotser dan vrouwen om als fundamentalist betiteld te worden. Deze verdeling tussen mannen en vrouwen kan ook te maken hebben met de associatie met religie. Het staat vast dat vrouwen in het algemeen meer betrokken zijn bij religie. Binnen een religieuze context echter voelen vrouwen zich vooral aangetrokken door rituelen, gevoel en ervaring, terwijl mannen meer neigen naar dogmatiek en overtuigingen. Fundamentalisme sluit goed aan bij dit laatste aspect.

Het merendeel van de mensen die de test maakten, bleek een redelijk fundamentalistische levensovertuiging te hebben. Dat is niet zozeer een religieus fundamentalistische inslag, als wel een bredere fundamentalistische denkstructuur. De meesten van hen zeggen agnost, humanist of atheïst te zijn. Dat ook hun overtuigingen wel degelijk fundamentalistische trekken kunnen hebben, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat zij zeggen dat aan hun keuzes op verschillende levensterreinen (kleding, vrienden en vrije tijd) af te lezen is welke levensbeschouwing wordt aangehangen. Dat is een belangrijk kenmerk van fundamentalisme: het gaat niet louter om een cognitieve overtuiging, er zijn altijd consequenties voor het gedrag.

Fundamentalisme is een term die geassocieerd wordt met religie. Als mensen bepaalde onopgeefbare onderdelen van hun geloof - zogenaamde Fundamentals - gaan benadrukken en krachtig laten herleven spreken we van fundamentalisme. Dat uit zich op veel verschillende plaatsen. Zo strijden de leden van de Fire Kerk in Rotterdam gezamenlijk letterlijk in weer en wind tegen abortus en de volgens hen uitgeholde moraal. De Haagse hindoe pandit Surindre Tewarie ziet zich op zijn beurt als hoeder van de hindoecultuur en hecht daarbij aan de fundamenten voedsel, kleding en taal. En sommigen spreken in termen van 'spiritueel fundamentalisme' over het boek 'Een Cursus in Wonderen'. Dit is een spirituele levensfilosofie - volgens critici een 'verbloemd autoritaire vluchtfilosofie'- die door Jezus aan de Amerikaanse Helen Schucman zou zijn geopenbaard en ook in Nederland honderden volgelingen heeft.

Religieus fundamentalisme is de overtuiging dat er een verzameling religieuze leerstukken is die de fundamentele en onfeilbare waarheid bevat - niet alleen over de mens, maar ook over God en over de verhouding tussen mens en God. Kenmerkend voor deze fundamentele waarheid is dat zij vrijwel altijd bevochten moet worden. In het fundamentalisme staat de eigen overtuiging tegenover andere overtuigingen die vaak gezien worden als kwade machten. Deze kwade machten willen of kunnen niet inzien dat de fundamentalistische gelovige het bij het rechte eind heeft en een unieke relatie met God heeft. Het gevolg daarvan is dat de wereld veelal volgens een tweedeling wordt waargenomen; er is een deel van de mensheid dat - evenals jij - het licht heeft gezien, en er is een deel dat nog in duisternis rondwandelt. "Je moet de mensen door Jezus' bril bekijken", zeggen de leden van de Rotterdamse Fire Kerk. "Dan zie je dat je van buiten mooi kunt zijn, maar van binnen leeg." Afhankelijk van de aard van het fundamentalisme kan dat niet verlichte deel der mensheid als duivels, onwetenschappelijk, gevaarlijk of als het Kwaad zelf in allerlei varianten bestempeld worden.

Bij de meeste vormen van religieus fundamentalisme spelen ten slotte ook heilige bronnen - zoals een heilige tekst, een openbaring of een visioen - een rol. Fundamentalisten nemen de bronnen doorgaans zeer letterlijk én zijn zeer selectief in de keuze van hun bronnen. Op die manier ontbreekt de mogelijkheid van nuancering en relativering. "Ik zie de Cursus als een hoogstaande, zuivere bron", zegt bijvoorbeeld schrijfster Margot Krikhaar, die bijeenkomsten organiseert rond het boek 'Een Cursus in Wonderen'. "Ik gebruik het als enige bron."

De relatief hoge gemiddelde score op de fundamentalismetest van Trouw en de VU is opmerkelijk omdat dit niet strookt met het beeld van de moderne, relativerende en tolerante Nederlander, een beeld dat op vaak enigszins stereotype wijze wordt geschetst in de media.

Een relatief hoge mate van fundamentalisme hangt niet per definitie samen met negatieve variabelen als een bekrompen geest of een gewelddadige inslag. Integendeel, in het perspectief van de godsdienstpsychologie heeft een relatief hoge mate van fundamentalisme duidelijk een positieve kant.

Mensen zijn in het algemeen voortdurend op zoek naar structuur en zin. De complexe werkelijkheid waarin mensen leven vraagt om orde en zingeving. Een fundamentalistische levensovertuiging kan heel goed in die vraag voorzien. Een dergelijke overtuiging biedt niet alleen een stelsel van opvattingen en waarden, maar geeft ook richtlijnen voor gedrag. Vanuit de vaststaande levensovertuiging wordt duidelijk wat belangrijk is, wat nastrevenswaardig is en waarvan beter afstand kan worden genomen. Dat biedt een kader voor mensen, en daarmee veiligheid en zekerheid. Vanuit de levensovertuiging kunnen zij zeker zijn over de waarde van het eigen gedrag, over de juistheid van de oordelen en over het doel van het leven. Het is vanuit dit gezichtspunt dan ook niet verwonderlijk dat mensen juist in tijden van onzekerheid en van afnemend belang van oude tradities en patronen teruggrijpen naar een fundamentele levensovertuiging die zekerheid biedt. Die overtuiging biedt een perspectief waarin gebeurtenissen in het eigen leven gerelativeerd en gewaardeerd kunnen worden. Bovendien biedt een bepaalde mate van fundamentalisme ook sociale ondersteuning in het leven. Een min of meer fundamentalistische levensovertuiging deel je veelal met anderen. Mensen maken deel uit van een groep die belangrijke waarden voor het leven deelt. Die collectiviteit biedt saamhorigheid en sociale bevestiging. Dat zijn positieve factoren in het leven: mensen die zich zeker en geborgen voelen, functioneren in psychologische zin beter dan mensen die onzekerheid, eenzaamheid en angst ervaren.

Het tegenovergestelde is ook waar: een lage score in het fundamentalisme-onderzoek kan duiden op onzekerheid. Mensen hebben dan wel een bepaalde overtuiging, maar die beslaat meestal niet het hele leven. Het gaat om opvattingen die voor een deel losstaan van het leven van alledag. Dat kan betekenen dat zij bij iedere keuze in het leven twijfelen en onzeker zijn. Bovendien ligt schuldgevoel op de loer als de keuzes eenmaal gemaakt zijn, omdat een duidelijk criterium over wat gewenst en ongewenst is, ontbreekt. De levensovertuiging biedt in zo'n geval geen duidelijkheid, deze mensen aarzelen over de richting. Zeker bij belangrijke keuzes in het leven, zoals de keuze voor een baan of een partner, missen zij het fundament op grond waarvan deze beslissingen genomen kunnen worden.

Vanuit een godsdienstpsychologisch gezichtspunt is het dan ook niet terecht dat het begrip fundamentalisme een soms ronduit negatieve lading heeft gekregen. Die negatieve connotatie blijkt bijvoorbeeld uit de reacties van respondenten op hun eigen score. Als deelnemers laag scoren op fundamentalisme, hebben ze het idee dat ze anderen in hun waarde laten. Dit wordt in onze samenleving gewaardeerd, en mensen voelen zich daar dan ook tevreden over. Een lage score toont dat je veel ruimte geeft aan anderen, dat je heel tolerant bent en dat je niet strikt vasthoudt aan de eigen opvattingen.

Deelnemers die daarentegen hoog scoren op fundamentalisme zijn ofwel heel trots omdat het een bewuste keuze is, ofwel heel teleurgesteld omdat zij daar negatieve associaties bij hebben. Die negatieve associatie versluiert het feit dat mensen die hoog scoren op fundamentalisme, weten waar ze voor staan. Zij maken vaak weloverwogen keuzes over hun levensstijl, omdat ze een compleet en bevredigend stelsel van waarden en normen hebben.

Een relatief hoge score zou daarmee heel goed een psychologisch gezonde score kunnen zijn. Want het impliceert waarschijnlijk dat er voldoende zingeving voorhanden is in de persoonlijke levensovertuiging, religieus of niet-religieus. Dat schept een kader en perspectief voor het leven.

Joke van Saane is als godsdienstpsychologe verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). Van Saane stelde in samenwerking met Trouw de Funditest samen en verwerkte de resultaten.

Onder redactie van Pauline Weseman verschijnt vandaag het boek 'De fundi-factor van Nederland. Op zoek naar hedendaags fundamentalisme' Meinema, Zoetermeer. ISBN 9789021142975; 128 blz €14,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden