Essay

De Franse slag bestaat echt

Beeld Getty Images/Westend61

Fransen werken minder graag en minder lange weken. Wérkelijk leven, dat doe je op vakantie of tijdens een lang weekend met familie of vrienden.

Waarom zijn ze hier allemaal zo aardig?” Zoon Simon (12) was er beduusd van, een paar jaar geleden. Thuis in Frankrijk waren ze in winkels of restaurants gereserveerd, afstandelijk of ronduit chagrijnig. Op bezoek in Nederland, zoals bij oma in het gemoedelijke Twente, werd hij ontvangen door stralend personeel dat vroeg waarmee zij ons van dienst konden zijn. Op elk antwoord in winkels - zelfs bij ‘wij komen alleen even kijken’ - volgde een dolenthousiast ‘helemaal goed!’

“Kijk”, zei Simon toen ik hem er onlangs naar vroeg. “In Frankrijk doen mensen hun werk, maar meestal niet meer dan dat. In Nederland doen ze vaak iets extra’s.” Daar moest ik even over nadenken. Harde werkers en klaplopers, die heb je overal. Wijlen Pim Fortuyn bijvoorbeeld nam in 1997 de vaderlandse dienstverlening (en dan vooral de grootsteedse horeca) op de korrel in een pamflet met de titel ‘Mijn collega komt zo bij u’.

Maar het moet gezegd: dienstbaarheid is niet het sterkste punt van de Fransen. Luiheid is een universeel verschijnsel en kun je niet zomaar aan een heel volk toeschrijven. Toch is er wel iets aan de hand. Waarom zegt de jongen van het callcenter bijvoorbeeld dat het helemaal niet zo erg is om na een verhuizing een paar dagen te wachten op een internetaansluiting? Hoezo eigenlijk moet het vijf maanden of langer duren voor je een nieuw rijbewijs hebt? Welke duistere krachten zitten hier achter? Waarschijnlijk dezelfde die een - Nederlandse - ondernemer die een paar fietsenwinkels heeft in Parijs inspireerden tot een geheel eigen methode voor sollicitatiegesprekken. Gegadigden die niet méér willen werken dan de wettelijke 35 uur, en dat komt voor, neemt hij niet aan.

Lanterfanten 

Ik moest denken aan een interview dat ik had met Zoé Shepard, een jonge ambtenaar. Zij had een bestseller geschreven over nietsnuttende hooggeschoolden. Haar boek, ‘Absolument dé-bor-dée!’ (zeg maar Druk, druk, druk!), beschrijft een kantoor van een regionale overheid waar ambtenaren er eer in leggen om inderdaad precies 35 uur te werken. Niet in een week, nee, in een maand. Shepard - schuilnaam voor Aurélie Boullet (38) - wilde het lanterfanten van haar collega’s aan de kaak stellen. Wat doen ze dan zo’n hele dag? Nou, gitaarsolo’s tokkelen op een paraplu, spelletjes spelen op de computer en eindeloos koffiedrinken. Maar Shepard werd herkend.

Haar straf voor het schenden van de plicht tot terughoudendheid was een klassieker: ze werd zoals dat heet ‘in de kast gestopt’. Dat betekent dat ze mocht blijven, maar dat haar functie van elke relevantie werd ontdaan in de hoop dat ze het voor gezien zou houden. Haar nieuwe werk bestond uit het aanvragen van Europese subsidies voor projecten, maar als er vergaderd werd over die projecten, dan was zij daar niet van op de hoogte gesteld.

En waar anders dan in Frankrijk verschijnen boeken zoals ‘Bonjour Paresse’ (Hallo luiheid), over ‘kunst en noodzaak om zo weinig mogelijk te doen in een grote organisatie’. Van dit pamflet werden in 2004 240.000 exemplaren verkocht. Gelukkig maar voor auteur Corinne Maier, want zij werd door haar werkgever, elektriciteitsbedrijf EDF, uiteindelijk op de keien gezet.

Een zoekactie leert dat het genre de laatste jaren is verrijkt met meer titels: ‘Werk, een overlevingsgids’, ‘Werk: waarom we zo boos zijn’, ‘Werken tot je erbij neervalt’ en het veelbelovende ‘Zolang ik leef, krijgen jullie nooit pauze’. Dezelfde zoekopdracht in het Nederlands levert als eerste een boekje op met tips tegen uitstelgedrag.

Opinieonderzoek bevestigt de indruk van een algehele malaise rond het thema arbeid: 60 procent zegt niet tevreden te zijn over zijn of haar baan.

Verzuimcijfers 

Fransen werken niet alleen minder graag, maar ook minder vaak. Een hele maand minder zelfs (186 uur) dan de Duitsers, met wie men zichzelf voortdurend vergelijkt. Bovendien betreden ze de arbeidsmarkt later dan Nederlanders en Duitsers en verlaten ze deze ook eerder. In de categorie 55-64 jaar is 53,7 procent van de Franse bevolking nog actief tegen 68,4 procent in Nederland.

Fransen hebben ook meer vakantiedagen, gemiddeld 36 dagen per jaar tegen ongeveer 25 in Nederland. Hier geldt: jong geleerd oud gedaan, kinderen in de schoolgaande leeftijd hebben zo’n zes tot zeven weken per jaar meer vrij dan Nederlandse leeftijdgenootjes.

De verzuimcijfers zijn een andere graadmeter voor de arbeidsmoraal. Op dit gebied blijken de Fransen een middenmoter in Europa, met gemiddeld 17 dagen in 2016. Wat opvalt is het grote verschil tussen de ambtenarij en de rest. De Noord-Franse gemeente Amiens spant de kroon: medewerkers presteren het 40 dagen per jaar afwezig te zijn en ook ruim 900 kilometer zuidelijker, in Marseille, kunnen ze er wat van. Daar zijn gemeenteambtenaren 36,8 dagen per jaar niet in staat om aan het werk te gaan. De lokale vakbonden hebben geprotesteerd tegen de ‘stigmatisering van overheidsdienaren’ omdat een pasjessysteem sinds begin dit jaar hun aanwezigheid bijhoudt.

Beeld Getty Images/fStop

Die bonden kunnen we natuurlijk ook noteren op het lijstje met bewijzen en aanwijzingen voor het daadwerkelijk bestaan van de Franse slag. Bij het spoorbedrijf SNCF staakt het personeel al sinds 3 april op twee van elke vijf werkdagen. Zelfs nu het parlement ja heeft gezegd tegen de maatregelen gaan de acties door. Ook bij Air France gingen de privileges van een deel van het personeel ongegeneerd voor het bedrijfsbelang.

Wat nooit went: het begrip, zelfs van meervoudig gedupeerden, voor stakingen. De gelatenheid van de mensen om je heen op het perron als wordt omgeroepen dat een trein is uitgevallen vanwege een mouvement social. Waarom komen ze niet in opstand? Waarom grijpen ze niet een paar spoorwegmedewerkers bij hun hesje om ze eens flink de waarheid te vertellen?

In Frankrijk heerst een bijna heilig ontzag voor wat ‘de sociale strijd’ wordt genoemd. ‘Il faut se battre’ hoor je mensen vaak zeggen, je moet in verzet komen. Verzet waartegen? Tegen de wereld zoals deze is. Dat wil zeggen een wereld met een vrije markt, wegvallende grenzen, toenemende concurrentie. Afgestudeerden in het hoger onderwijs wijzen ‘het systeem’ massaal bij voorbaat af: de helft werkt het liefst bij de overheid, vanwege zekerheid en de langere vakanties.

De wortels van de problematische verhouding van Fransen met een kapitalistische arbeidsmoraal gaan, vermoed ik, ver terug. Lodewijk de Veertiende joeg in 1685 met de herroeping van het Edict van Nantes - dat de godsdienstvrijheid regelde - enkele honderdduizenden protestanten het land uit. Met hen verdween een bourgeoisie die het land een andere richting op had kunnen duwen: industriëler, meer georiënteerd op handel over zee, ondernemender, vlijtiger. Frankrijk bleef een in essentie agrarische natie die lange tijd genoeg had aan zichzelf.

Hoe het ook zit, een en ander heeft geresulteerd in een ware vrijetijdsterreur. Ronduit rampzalig is de maand mei. Die telt vier vrije dagen. Dit jaar vielen ze op 1 mei (Dag van de Arbeid), 8 mei (einde Tweede Wereldoorlog), 10 mei (Hemelvaart) en 21 mei (Pinksteren). Lastig voor bedrijven die soms voor het gemak een hele week dichtgaan. Want als werknemers hun opgespaarde adv-dagen inzetten om de feestdag uit te breiden tot een minivakantie - een pont (brug) - dan wordt een rooster al snel te ingewikkeld.

Over die volslagen onwerkbare maand wilde ik eerder schrijven en belde de bond voor het midden- en kleinbedrijf, de CPME. Die had in voorgaande jaren tegen deze vorm van georganiseerde lethargie geprotesteerd. Alleen was er helaas niemand beschikbaar om het woord te doen, bekende de telefoniste giechelend. Ja echt, iedereen was weg. Il faut profiter de la vie, n’est-ce pas? Profiteren van het leven, wie kan daar nou tegen zijn? De Fransen die ik ernaar vroeg, herhaalden bijna allemaal het cliché dat zij liever werken om te leven dan leven om te werken.

Klinkt niet onredelijk. Maar het betekent ook dat het idee dat je je kunt ontplooien en zelfs amuseren met wat je doet voor de kost, minder sterk is ontwikkeld. Het is zelfs, zegt een Nederlandse kennis die al jaren bedrijfsarts is in Frankrijk, niet gepast om in gezelschap te zeggen dat je graag werkt. Aan tafel met vrienden en familie gaat het eigenlijk nooit over werk. Sport, politiek en, minstens zo belangrijk, de herkomst en kwaliteiten van wat er op tafel staat. Maar werk? Is geen onderwerp.

Arbeidsethos 

Tegelijk zal er geen volk zijn dat vakanties zo vereert. De presentatoren van de tv-journaals verdwijnen in de zomermaanden van het scherm om bij te tanken. De bulletins hebben gedurende hun afwezigheid dagelijks meerdere vakantie-items waarin zwemmende, varende en ijsjes-etende families minutenlang worden gevolgd. Werk lijkt in Frankrijk vaak een vijand die zo min mogelijk ruimte mag krijgen. De voormalige minister van justitie Christiane Taubira is zelfs voorstander van een 32-urige werkweek als nieuwe wettelijke norm. Moet fantastisch zijn volgens haar: “Zo heb je meer tijd om met je buren te praten, een gedicht te lezen, het theater te bezoeken of naar het strand te gaan.”

De bejaarde oud-president Valéry Giscard d’Estaing probeerde een tijdje geleden zijn landgenoten wakker te schudden. Het moet een keer afgelopen zijn met het collectieve geëmmer over vakantie en vrije tijd, zei hij. “Een land dat zich van vrije dag naar midweektrip sleept, kan nooit iets groots verrichten.”

Giscard d’Estaing wees de 35-urige werkweek, ingevoerd door een socialistische regering in 2002, aan als oorzaak. De 35 heures hebben het arbeidsethos verdere schade toege-bracht. “Wij hebben hier niet hetzelfde respect voor werk dat men in Duitsland in China heeft. Dat breekt ons op.”

Die 35 heures was inderdaad een stommiteit. Het idee, of liever het geloof, was dat minder werken banen zou opleveren. Dat gebeurde niet. De ingreep droeg wel bij aan hogere arbeidskosten en lagere marges voor bedrijven en dus minder ruimte om te investeren. Maar niemand durfde het aan er een definitieve streep door te zetten. Ook president Emmanuel Macron zal dat niet doen: dat is electoraal gezien veel te riskant.

In Frankrijk gaan de dingen langzaam, weet Macron. Maar er zit wel beweging in. In een nieuwe hippe delicatessenzaak bij ons om de hoek, in de Parijse voorstad Poissy, lijken ze het presidentiële optimisme te delen dat het land zich kan verlossen van zijn inertie. Zelf hebben ze dat in elk geval al gedaan. In ‘La pizza du dimanche soir’ is de service uiterst vriendelijk en, hoe zullen we het noemen, on-Frans snel.

Als je het pand verlaat met een door en door authentieke en verantwoorde pizza, die je alleen nog thuis moet afbakken, lacht iedereen je nogmaals uitgebreid toe: “Bonne dégustation monsieur Jager!” Mijn zoon en ik schrokken er bijna van. Wie weet is deze pizza van zondagavond een voorbode van nieuwe tijden. 

Lees ook:
Fulltime werken is achterhaald, ook voor de man

Parttime werken heeft de toekomst. Met meer tijd voor sociale contacten zullen we allemaal gelukkiger en gezonder zijn, meent Esther de Jong.

Elke week staat ons zomermagazine Zomertijd in het teken van een Europees vakantieland. Dit weekend: Frankrijk. Niet bepaald ons favoriete WK-land, maar 's zomers vertoeven we er maar wat graag. Lees hier meer artikelen uit onze special.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden