Column

De Franse geschiedenis is gedrenkt in bloed en een on-Franse ironie

Ger Groot nieuwe fotoBeeld Trouw

Als Frankrijk niet nog steeds het mooiste land van Europa is, dan zit het daar in ieder geval dichtbij. 

Misschien niet op elke vierkante meter van zijn grondgebied. Maar imposante berglandschappen, lieflijke glooiingen en prachtige steden strijden om de voorrang. Weg is de slonzigheid die het land vroeger wel eens kenmerkte. Inmiddels is zelfs het laatste gehucht bijna té aangeharkt en daardoor pittoresk geworden.

Onthutsend kan Frankrijk ook zijn, misschien wel vooral wanneer je kijkt naar de sporen uit het verleden. Die zijn er gelukkig nog volop. Het is niet voor niets het land van de kathedralen. Kloosters liggen, al dan niet in ruïnevorm, met klinkende namen (Cluny, Cîteaux) over het grondgebied verspreid en wie van kastelenkitsch houdt heeft alleen al aan de Loire meer dan genoeg. Je kunt geen stadje of zelfs enigszins uit de kluiten gewassen dorp binnenrijden of er valt wel iets bezienswaardigs te ontdekken.

Helemaal ongeschonden is dat zelden, vooral wanneer het eeuwenoud religieus erfgoed betreft. Vanaf 1789 moet de Franse Revolutie als een verwoestende storm van vandalisme over het land zijn heengegaan. Niet alleen de adel moest het bezuren, maar ook de monniken, nonnen, priesters en prelaten waar het land nog altijd in grossierde. De katholieke schrijver Georges Bernanos heeft er kort na de Tweede Wereldoorlog zijn enige theaterstuk – Dialogues des Carmélites – aan gewijd.

Sporen 

Eigenlijk was dat als filmscript bedoeld en die film is er postuum ook gekomen, in 1960, met Jeanne Moreau in een verrassende hoofdrol. Maar veel meer indruk had toen al de opera gemaakt die de eveneens katholieke Francis Poulenc drie jaar eerder gecomponeerd had. Hoe een klooster in Compiègne tot op de laatste non wordt uitgemoord omdat daarin een vervolgde priester verborgen werd gehouden en de zusters hun geloof weigerden te verloochenen maakte een paar jaar geleden in de Amsterdamse Opera nog altijd diepe indruk.

In Compiègne ben ik deze zomer niet geweest, maar ook in het Zuiden van Frankrijk stootte ik steeds weer op sporen van de Terreur: een term die met diezelfde Franse Revolutie de politieke betekenis kreeg die we er nog altijd in horen. En op de massale ontheiliging die religieuze gebouwen uit naam van de tot godin verheven rede indertijd hadden moeten ondergaan. Hier was al het beeldhouwwerk verdwenen, daar was een romaanse kerk tot paardenstal gemaakt. Op een kerkportaal in een provinciestadje stond nog altijd de leuze ‘liberté, égalité, fraternité’ geschilderd, in een flagrante ontkenning van de scheiding tussen kerk en staat waar het land zo beroemd om is.

Andere revoluties zijn door dit soort dingen al lang in diskrediet geraakt. Wat de bolsjewieken in Rusland uitvraten, valt met goed fatsoen niet meer te verdedigen. Over de vernietiging van het Chinese erfgoed door het maoïsme wordt inmiddels zelfs in China wat schaapachtig gedaan. Dan hebben we het nog niet eens over de miljoenen doden die daarbij vielen. Maar in Frankrijk koestert zijn Revolutie nog altijd trots als zijn stichtingsmythe. Op de veertiende juli knalde ook in mijn vakantiestadje het vuurwerk.

Bloed

De dag daarop zag ik in Nice het bescheiden monument dat herinnerde aan de moordpartij op de Boulevard des Anglais een jaar eerder. Ook hier waren onschuldige slachtoffers gevallen uit naam van een perverse ideologie, al was die juist het tegendeel van laïcistisch geweest. De bloemen, knuffels en persoonlijke boodschappen, nog vers van de herdenkingsceremonie, leken onbedoeld maar niet minder ontroerend een tegenwicht te bieden aan de schrikwekkende woorden waarmee de Fransen nog altijd hun volkslied besluiten: dat ‘het onzuivere bloed de voren op de velden moge drenken’.

Dat is het bloed van de vijanden van de Revolutie – en het heeft inderdaad overvloedig gestroomd. Was het dat allemaal waard? Toen de jonge Republiek in wanorde verkeerde, greep een Corsicaanse generaal de macht – om trots te verklaren dat mensen van zijn statuur zich nu eenmaal niet bekommerden om al die honderdduizenden die omkwamen op zijn slagvelden. Van dat soort tirannen zit de geschiedenis vol, maar alleen Napoleon kwam er als een held mee weg.

Misschien is de Franse geschiedenis daarom niet alleen in bloed gedrenkt maar ook in een zeer on-Frans soort ironie. Ze viert de Franse Revolutie als het begin van een moderniteit – die in werkelijkheid al onder de zo vaak geridiculiseerde Lodewijk XIV begonnen was. En vergeet dat 1789 ook de grote totalitarismen aankondigde die net zozeer tot het moderne erfgoed behoren. Omzoemd door Zuid-Franse cicaden zag ik in het geschonden kloostercomplex voor mij die historie terug – en wist niet goed wat ervan te denken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden