...de Franse auto-industrie wel globaliseren moet

De bazen van autobouwers Renault en PSA Peugeot-Citroën luidden vorige week de noodklok. Vlak voor de opening van de prestigieuze Mondial, de autobeurs in Parijs. En vlak voor de regering de begroting voor 2013 presenteerde. Het gaat slecht met de Franse auto-industrie, zeiden ze, heel slecht. Renault-topman Carlos Ghosn kon zelfs de vraag of Renault er over vijf of tien jaar nog is, niet bevestigend beantwoorden.

De vraag op de Europese markt is ingestort. Begin dit jaar werd een krimp van 3 procent verwacht, inmiddels praat men over 8 procent. Sinds januari verkocht PSA 13,5 procent minder, Renault 16,3 procent. Voor volgend jaar zijn de vooruitzichten niet beter. Renault en PSA laten hun fabrieken op halve kracht draaien. Renault zit nog niet in de rode cijfers, maar PSA verliest 200 miljoen euro per maand. Het nieuws dat er bij PSA achtduizend banen verdwijnen, maakte deze zomer diepe indruk.

Ghosn en zijn PSA-collega Philippe Varin sporen de regering nu aan eindelijk met een plan te komen om iets te doen aan de arbeidskosten, die in Frankrijk hoger zijn dan in andere landen en hun concurrentiepositie schaden. Varin opperde dat '5 à 10 procent minder' salariskosten al veel zou uitmaken. Nu zijn de werkgeverslasten in Frankrijk inderdaad hoog: een Franse werkgever betaalt per werknemer 20 procent meer dan zijn Duitse collega. Maar er is meer aan de hand. De concurrentie doet het beter. De Duitse merken zijn succesvol met hun dure modellen, ook al beginnen nu ook Mercedes en Volkswagen de gevolgen van de crisis te voelen. De Koreanen Hyundai en Kia doen ondertussen meer dan goede zaken aan de onderkant. De Fransen hebben zich te veel laten opsluiten in het middensegment en de kleine auto's; de Clio en de Mégane van Renault bijvoorbeeld, de C3 en 309 van PSA. Allemaal wagens met een lage winstmarge waarvan de productie voor een deel werd verhuisd naar midden-Europa en Turkije.

Daarbij is de Franse auto-industrie, die werk biedt aan 400.000 mensen, te weinig aanwezig op de nieuwe markten. Naar verwachting komt tussen 2011 en 2018 83 procent van de groei op de automarkt van opkomende economieën. Vooral PSA heeft in China veel in te halen.

Renault heeft met de alliantie met het Japanse Nissan en de ontwikkeling van het budgetmerk Dacia de bakens meer verzet. Ghosn opende in april een grote nieuwe Dacia-fabriek in Marokko. Schande, vonden vooral de talrijke critici van de globalisering. Zij bepleiten een modern soort protectionisme dat 'Frans fabrikaat' beschermt. Maar Dacia blijkt nu een reddingsboei voor Renault. De problemen van PSA, dat relatief veel werkgelegenheid in Frankrijk handhaafde, bewijzen nu juist dat een autobouwer moet internationaliseren om te overleven.

'Frans fabrikaat' is in die context een steeds moeizamer begrip. Dat illustreert ook de stilte na de aankondiging van Toyota in juni dat het met het oog op de Amerikaanse markt de productie van de Yaris in de noordelijke stad Valenciennes gaat uitbreiden. Hier maken ruim vierduizend Fransen met motoren die uit Polen komen auto's die in Japan zijn ontworpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden