De fotograaf die de zonnedans redde

Voor het allemaal zou verdwijnen wilde Edward S. Curtis begin vorige eeuw de cultuur van de Indianen van de VS vastleggen. Hij slaagde daarin, maar zijn vijftigduizend foto's raakten in de vergetelheid. Een halve eeuw later werden ze herontdekt. Door fotoliefhebbers, maar ook door de Indianen zelf.

Bas den Hond

Een oude man, bekleed met de versierselen van een opperhoofd, kijkt je net niet helemaal aan. De mond staat nors, het gezicht in zichzelf gekeerd. Chief Joseph van de Nez Percé, fotogravure, ca. 1903. Meer staat er niet onder.

Mooie portretten maakte Edward Sheriff Curtis. Maar zoals dat gaat in een fotostudio zwijgen ze; voornaam, bedachtzaam of verlegen. Hoe mooi deze foto ook is - en van de ongeveer vijftigduizend foto's die Curtis maakte van Indianen in de VS is het een van de beroemdste - je ziet er niet direct aan af dat Chief Joseph een verre van zwijgzame Indiaan was.

In 1871 volgde Joseph (eigenlijk: Heinmot Tooyalaket) zijn vader op als hoofd van de Nez Percé, een kleine stam in het noordwesten van de VS. De Nez Percé hadden al generaties lang goede contacten met de blanken. Maar de tijden waren veranderd. De gebruikelijke drijfveren van de westwaartse trek, bevolkingsgroei en goudhonger, deden zich ook in het gebied van Chief Joseph gelden. De Nez Percé werden gedwongen naar een reservaat te verhuizen, maar probeerden in plaats daarvan te ontkomen naar Canada. Meer dan 2700 kilometer legden ze vechtend en vluchtend af, om uiteindelijk nog maar een paar mijl van hun doel verwijderd definitief verslagen te worden. In 1877 werd het laatste restant van de Nez Percé, tegen de capitulatie-voorwaarden in, afgevoerd naar wat nu Oklahoma is.

Chief Joseph bleef tot zijn dood ageren tegen de woordbreuk van de blanken. Bij een bezoek daarvoor aan Seattle in 1903 bezocht hij de fotostudio van Curtis en hij raakte met hem bevriend. Een jaar later stierf hij. De arts van het reservaat zette als doodsoorzaak op het overlijdensformulier: een gebroken hart.

En dat was dan alleen nog maar de foto van Chief Joseph. Op de tentoonstelling die tot en met 21 maart in het Fotomuseum in Den Haag te zien is, hangen er nog ruim honderd van zulke, gemaakt in diezelfde studio in Seattle, of tijdens een van de vele reizen die Curtis maakte. Niet alle onderwerpen zijn even beroemd, lang niet allemaal hebben ze zelfs maar een naam, maar allemaal laten ze Indianen zien. Niet zoals het er met hen voorstond, maar zoals zij zichzelf nog steeds zagen.

Curtis (1868-1952) was een fotograaf die zichzelf een krankzinnige opdracht had gegeven: de oorspronkelijke cultuur in beeld brengen van alle Indianenstammen in de VS ten westen van de Mississippi. Rond 1900 kon je rond Seattle op trektocht door de natuur-iets wat Curtis graag deed-nog wel eens een groepje Indianen op jacht tegenkomen. Hij merkte dat hij eer inlegde met de foto's die hij van hen mocht maken. Maar het idee voor zijn monsterproject kwam pas bij hem op, toen hij zich had aangesloten bij een wetenschappelijke expeditie die onder andere in Montana de zonnedans observeerde van de Zwartvoet- en Piegan Indianen. Die dans was eigenlijk verboden, omdat hij bij de deelnemers en toeschouwers de opstandigheid zou aanwakkeren, en Curtis was ervan overtuigd dat hij de laatste opvoering had gefotografeerd van dat indrukwekkende ritueel.

Hij dacht dat zijn onderneming een jaar of zeven zou vergen, maar het werden er dertig. In geld van vandaag kostte het project een kleine dertig miljoen euro, vooral bijeengebracht door rijke weldoeners. Toen het klaar was beschikten de 214 intekenaars op het resultaat over een monument van een boekuitgave: twintig delen met geïllustreerde verhandelingen over alle mogelijke aspecten van de Indianencultuur en twintig portfolio's met losse foto's. De nog bestaande exemplaren brengen nu op veilingen een miljoen dollar op, maar toen Curtis het eensmansproject voltooid had was hij berooid, gescheiden en overspannen. En bij zijn dood werd hij in de New York Times eerder als Indianenkenner dan als fotograaf herdacht: de foto's waren domweg vergeten.

Daar kwam in de jaren zeventig verandering in. In die tijd kwam er meer belangstelling voor fotografie als kunstvorm en voor het lot van de Indianen. Dat laatste is goed te begrijpen voor wie het tweede deel van de tentoonstelling ziet, van de Franse fotografe Michelle Vignes. Een flits van inspiratie, zoals Curtis die kreeg tijdens de Zonnedans, kreeg Vignes in 1969 toen ze in San Francisco in een krant las dat het voormalige gevangeniseiland Alcatraz was bezet. Opstandige Indianen lieten daarmee hun niet aflatende ergernis blijken over het afgepakte land en de erbarmelijke behandeling waaraan Indianen nog steeds blootstonden in reservaten. Het was het begin van de American Indian Movement (AIM).

In 1973 bezette de AIM 71 dagen lang het dorpje Wounded Knee, als herdenking van een slachting die het Amerikaanse leger daar in 1890 aangerichtte. Ook die bezetting maakte Michelle Vignes mee, met een klare, journalistieke blik. Op de tentoonstelling en in de bijbehorende boeken kan het contrast tussen haar en Curtis niet groter: de foto's van de eerste in sepiabruin, of in het blauw van de snelle 'cyaandrukken' die hij onderweg maakte en waarvan er nog maar enkele over zijn. Over zo'n cyaandruk hangt ondanks het toch al gedempte licht een zwarte doek, waar je eventjes onder mag kijken. Een deur verder hangen de foto's van Vignes, stoere zwartwit-drukken in keihard TL-licht.

Maar soms zweemt er ook bij haar opeens een Curtis door. Tussen het portret van Dennis Banks, een van de oprichters van de AIM, in de gevangenis van San Francisco en dat van Chief Joseph in de fotostudio van Curtis zit driekwart eeuw, maar geen wereld van verschil. Op een andere foto krijgt diezelfde Banks, in kleermakerszit voor een tipi-tent de tijdloze statuur van de archetypen die Curtis voor de camera haalde, ook al staat er een auto voor die tent. En wie in de jaren negentig naar de Indianen van vandaag op zoek gaat, ziet ze weer dansen tijdens de pow-pow of, als hij heel welkom is, tijdens de weer in ere herstelde zonnedans.

Op het eerste gezicht hebben we het aan de radicalen te danken, de jonge mannen en vrouwen die een kwart eeuw geleden gevangenisstraf riskeerden, dat die cultuur weer op steeds meer plaatsen geleefd wordt. Zoals zij er ook mede de oorzaak van zijn dat we in Den Haag naar de mooie foto's van Curtis kunnen kijken. Maar het verband zou wel eens precies andersom kunnen liggen. Toen documentairemaakster Anne Makepeace in 1999 in Montana de zonnedans van de Piegan kwam filmen, vertelden stamoudsten haar dat die, precies zoals Curtis had verwacht, geheel vergeten was. Tot de Piegan in de jaren zeventig, zoals zoveel anderen, de foto's van Curtis herontdekten. Op basis van die beelden werd het ritueel, zo goed en zo kwaad als het ging, weer tot leven gebracht.

In het boek 'Sacred Legacy' dat bij de tentoonstelling hoort, krijgt Curtis ook van anderen de eer, te hebben bijgedragen aan het overleven van de Indianencultuur. Zo vertelt Joseph D. Horse Capture, een A'ani of Gros Ventre Indiaan en kunsthistoricus, dat bij iedereen in zijn familie Curtis' foto aan de muur hangt van opperhoofd Horse Capture, zijn over-overgrootvader. Die foto maakt hen trots en helpt hen Indianen te blijven.

Dat er een foto bestond van die voorvader werd ontdekt door Joseph Horse Capture's vader George, tijdens zijn studietijd in Berkeley, bij San Francisco. Wie vindt dat het werk van Curtis geposeerd is, romantisch en dus gedateerd, krijgt met hem te maken: ,,Ik kijk naar mijn overgrootvader. Dat kun je niet acteren, je kunt die ogen, die onverzettelijkheid, niet acteren'', zei hij tegen Anne Makepeace. ,,Dit waren krachtige mensen en hij legde dat vast.''

Het staat er niet bij, maar dat moet de George Horse Capture zijn die in 1969 met zijn vrienden naar het eiland Alcatraz voer en het tijdelijk uitriep tot heroverd Indiaans land.

Sacred Legacy

fotomuseum Den Haag, Stadhouderslaan 43, di. t/m zo. 12.00-20.00 uur (restaurant tot 24.00 uur).

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden