Opinie

De FNV zou flexwerk juist moeten omarmen

FNV-voorzitter Han Busker tijdens het FNV Congres waar de koers van de vakbond voor de komende jaren wordt besproken. Beeld ANP

De FNV onder leiding van Han Busker is blind voor de zegeningen van flexwerk, vindt voormalig FNV-bestuurder Henry Leerentveld. "De FNV lijkt een reservaat van een vergrijzende, versufte generatie."

Han Busker, voorzitter FNV, heeft zijn actiewapen gepoetst: “Stop flexwerk, anders actie! Flexwerk moet een halt worden toegeroepen”. Wat Busker moet doen is wakker worden in de wereld van vandaag. 

Het lijdt geen twijfel: als Busker droomt, ziet hij moeder met een naschools kopje thee met kaakje en vader die op zondag het vlees aansnijdt, misschien wel zijn enige taak in de huishouding. 

Hij droomt van vaste banen in vaste patronen. Ongetwijfeld zit in die droom ook het beeld van een sterke FNV met een organisatiegraad van 35 procent. Want zo ging dat tussen 1950 en 1980, Buskers ideale tijdperk. Busker beschouwt die dertig jaar als maatgevend voor onze arbeidsverhoudingen.

Wakker worden in een wereld waarin ‘de baan’ niet meer bestaat en heeft plaatsgemaakt voor werk dat veelal bestaat uit een dynamische stroom van projecten, moet dan wel een levende nachtmerrie zijn. Flexibiliteit, verandering en aanpassing zijn immers de norm geworden in onze arbeidspatronen, tijdelijkheid is een gegeven.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Han Busker Beeld ANP

Versufte generatie

Het is de vraag met wie Busker zijn acties gaat voeren. Met de bijna twintig procent 65-plussers? Want dat is de enige leeftijdsgroep die nog ‘groeit’ in de FNV. Met een tot 11 procent gedecimeerde organisatiegraad heeft de bond aantrekkingskracht op jongeren verloren: de FNV lijkt een reservaat van een vergrijzende, versufte generatie.

Buskers pleidooi om concurrentie tussen werknemers te stoppen, is naïef retrodenken. Concurrentie is een wezenskenmerk voor groei. Concurreren in opleiding, ervaring en attitude vormt voor werknemers de basis voor werk, inkomen en loopbaan.

Onmachtig om vernieuwende aantrekkingskracht te ontwikkelen is de FNV van Busker blind voor de zegeningen van flexwerk. De groeiende werkgelegenheid en de lage werkloosheid zijn voor iedereen zichtbaar. Maar ook de lage jeugdwerkloosheid mag deels worden toegerekend aan flexwerk. 

Minder zichtbaar maar relevant is dat gereguleerd flexwerk ervoor zorgt dat Nederland weinig ‘zwart’ werk kent; de helft van het gemiddelde in de EU. De hoge werkgelegenheid maakt, dat armoede relatief laag is en dat het gemiddelde loon tot de hoogste in Europa behoort.

Als de daling in het aandeel van jongeren tot 25 jaar in de FNV doorzet, is de laatste jongere in 2027 verdwenen. Het is de hoogste tijd voor een innovatieve koers, met oplossingen waarin flexibiliteit als een gegeven wordt aanvaard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden