Column

De fnuikende manier van denken bij Ajax

Beeld Maartje Geels

Ajax-trainer Marcel Keizer zit morgen tegen Heerenveen misschien voor het laatst op de bank. Ontslag lijkt hem boven het hoofd te hangen. Dat zou vreemd zijn, ontslag zo vroeg in zijn eerste seizoen. Aan de andere kant: je ziet niet direct hoe het met deze onervaren trainer nog op zijn pootjes terecht kan komen.

Ajax is wat spelers kwijtgeraakt, ja, zoals dat meestal gaat. Ik zoek de kern ergens anders.

Coach José Mourinho van Manchester United legde eind vorig seizoen in de finale van de Europa League de vinger ten overvloede op de zere plek. Hij had zijn tactiek vrijwel volledig afgestemd op Lasse Schöne, de bij een beetje tegenstand te kwetsbare centrale middenvelder die daar door Ajax’ vorige trainer Peter Bosz was neergezet.

Een vuistregel in sportmanagement wil dat je juist bij voorspoed, in het geval van Ajax de Europese campagne, moet snijden om weer iets verder te komen. Dat is niet gebeurd, omdat ze bij Ajax geen moment denken dat zo’n type speler te kwetsbaar kan zijn. Ze denken dat het op hun manier moet kunnen, met hun voetbal, omdat de speler zo lekker een bal kan raken.

Bedenkelijk teken

Keizer werd als nieuwe trainer aangesteld, omdat hij de club kende, omdat hij wist hoe er werd gedacht, omdat hij ook zo dacht. Dat bleek: hij stelde Schöne op, voor mij het eerste bedenkelijke teken. Het ging uiteraard al snel niet goed. Frenkie de Jong kwam er te staan, een talent, maar ook niet de speler die voor de daar benodigde stevigheid kan zorgen.

Die speler heeft Ajax niet, daar kijkt Ajax nooit naar. Bijkomend gevolg is dat De Jong het volgende talent is dat bij gebrek aan steun en sturing verzandt, steun en sturing die nu juist het type speler waar Ajax nooit naar kijkt naast stevigheid kan bieden.

En o ja, Keizer begon ook te goochelen met een systeem met zijn twee spitsen, Kasper Dolberg en Klaas Jan Huntelaar, vier aanvallers in totaal. Heilloos, want bij een beetje tegenstand te kwetsbaar. Typisch geval van geen keuze willen maken, kenmerkend voor onervarenheid, funest voor een trainer. Spelers voelen dat, ze voelen dat de trainer niet weet wat hij wil en zo voetballen ze nu: de linkervoet weet niet wat de rechter doet.

Technisch hart

Zo zie ik het. Maar je hoort weer volop dat het allemaal ligt aan de constructie met een zogenoemd technisch hart, een orgaan van oud-voetballers dat bij Ajax de technische koers bepaalt. Altijd diezelfde platengroeven in de analyses, als het bij Ajax niet loopt: allemaal politiek daar, iedereen buitelt er over elkaar heen, zo’n technisch hart, dat zie je toch nergens, geen wonder dat er zo niets van terechtkomt.

Graag herinner ik eraan dat de constructie een idee van Johan Cruijff was. Wie het niets vindt, valt hem af. Het idee was dat de club zich niet zou overleveren aan de trainer, een passant. Dat lijkt me een vrij plausibel idee. Iets anders is dat er een ongelukkige dan wel verkeerde keuze kan worden gemaakt. Dat gebeurde Cruijff zelf weleens, dat kan de door Cruijff als bepalende oud-spelers bij Ajax gezondenen gebeuren, maar het kan net zo goed in de gangbare situatie met één technisch directeur gebeuren.

Niet de constructie is fnuikend, dat is de manier van denken bij Ajax, al jarenlang. Anderen in het technisch hart, terug naar één technisch directeur? Ze zullen van het Ajax-denken moeten zijn, iets anders wordt niet gepikt – het denken waarin het op hun manier kan, met iedereen die zo denkt als zij, ook met een onervaren, naamloze trainer.

Wie de kronkel van het Ajax-denken niet heeft, ziet hoe dit wrikt. Marcel Keizer zag het niet.

Lees alle columns van Henk Hoijtink op trouw.nl/henkhoijtink.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden