De fluisteraar van Jan Peter Balkenende

Vandaag presenteert het kabinet de praktische uitkomsten van de honderd-dagen-tournee. Maar wat is eigenlijk de theoretische basis van premier Balkenende, die ook in dit kabinet zijn weerklank lijkt te vinden?

Het nieuwe regeerakkoord draagt de naam ’Samen werken, samen leven’. Dat in het akkoord vele malen het woord ’samen’ te lezen valt is niet vreemd. Het past perfect in het communitaristische verhaal waarmee Balkenende zich graag associeert.

In 2002 wil hij een brede commissie instellen die de discussie over normen en waarden een nieuwe impuls moet geven. Aanvankelijk wordt er nogal schamper gereageerd op Balkenende’s moreel reveil. Betutteling, spruitjeslucht en terug naar het benauwende van de jaren vijftig en zestig, zo luiden de verwijten. En hoewel de Tweede Kamer er weinig voor voelt zo’n commissie in te stellen, is Balkenende erin geslaagd zijn stokpaardje op de politieke agenda te plaatsen.

„In het begin moest iedereen inderdaad een beetje grinniken”, zegt Menno Hurenkamp, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam. „Maar Balkenende heeft vrij hardnekkig aan zijn pleidooi vastgehouden. Hoewel de discussie over normen en waarden niet echt concreet vorm heeft gekregen, zijn er inmiddels weinigen die het belang van die discussie ontkennen.”

Wanneer Nederland in 2004 het voorzitterschap over de Europese Unie heeft, grijpt premier Balkenende de mogelijkheid aan om de discussie uit te breiden: in september van dat jaar organiseert hij een debat over Europese waarden.

Een van de gastsprekers op de conferentie ’Europe: a beautiful idea’ is de Amerikaanse socioloog Amitai Etzioni, Balkenende’s belangrijkste inspiratiebron. In zijn toespraak verhaalt Etzioni over gemeenschappen als sociale ruimtes met een gedeelde cultuur en gedeelde waarden. Een ruimte waar mensen niet alleen rechten hebben, maar ook verantwoordelijkheden hebben naar elkaar toe. Het zal Balkenende als muziek in de oren hebben geklonken.

Etzioni is een van de leidsmannen van de communitaristische beweging die vooral in de Verenigde Staten vaste grond onder de voeten heeft gekregen.

’Vrijheid, gelijkheid en broederschap’, riepen de Franse revolutionairen in 1789 uit. Alle grote ideologieën uit de achttiende en negentiende eeuw – socialisme, conservatisme, liberalisme, nationalisme en republikanisme – geven de idealen van de Franse Revolutie een plek in hun theorie. Naast gelijkheid en vrijheid is de gemeenschap voor al deze ideologieën een van de theoretische bouwstenen voor hun verhaal.

Na de Tweede Wereldoorlog komt hier echter verandering in en raakt de gemeenschap uit beeld. In het invloedrijke boek Theory of Justice uit 1971 zegt de liberaal John Rawls dat hij een interpretatie probeert te geven van de begrippen vrijheid en gelijkheid. Het is duidelijk welke van de drie Franse idealen hier de grote verliezer is. Niet dat Rawls de gemeenschap als waarde verwerpt, maar hij schenkt er evenals veel andere liberalen weinig aandacht aan. In de jaren tachtig vindt een herwaardering van het begrip gemeenschap door de communitaristische school plaats.

„Communitaristen hebben onvrede met het liberale mensbeeld”, zegt Willem Lemmens, hoofddocent wijsbegeerte aan de universiteit van Antwerpen. „Belangrijke vertegenwoordigers van de stroming, zoals Sandel en MacIntyre, verwijten liberalen dat hun mensbeeld ahistorisch en onsociologisch is. Het communitarisme gaat niet uit van het individu, maar stelt de gemeenschap centraal, de sociale relaties die de mens heeft en de tradities waarin de mens staat. Individuen zijn geen loszwevende atomen – de liberale opvatting – maar zijn altijd ingebed in maatschappelijke en culturele verbanden en worden door deze als persoon gevormd”, aldus Lemmens.

Communitaristen die in de westerse traditie staan, claimen niet dat rechten van het individu moeten worden opgegeven voor het behoud van de gemeenschap, meent Baukje Prins, universitair docent sociale filosofie aan de universiteit van Groningen. Het communitarisme stelt zichzelf dus niet loodrecht tegenover het liberalisme. Lemmens: „Het liberalisme vertoont volgens hen een gebrek aan solidariteit, gemeenschapszin en vertrouwen in door tradities gevormde instituties zoals de familie, het huwelijk en verenigingen.”

Begin jaren negentig groeit het communitarisme uit tot een brede cultuurkritiek op de Amerikaanse samenleving. Vooral het rechts-liberale beleid van de Amerikaanse president Ronald Reagan is de meer maatschappij-georiënteerde communitaristen als Etzioni een doorn in het oog. Wat in de jaren tachtig vooral een salondiscussie is tussen Angelsaksische filosofen die enkele theoretisch interessante inzichten oplevert, wordt door denkers als Etzioni tot een echte sociale beweging gemaakt.

In 1993 richt Etzioni het Communitarian Network op, een discussieplatform waarmee hij de aandacht trekt van politici in binnen- en buitenland. „Vooral van Tony Blair is bekend dat hij zich door hem heeft laten beïnvloeden”, zegt Hurenkamp. „Etzioni’s verhaal beperkt zich dus niet tot de christen-democratie, maar is vrij gemakkelijk op te pakken door partijen in het midden van het politieke spectrum.”

Wat houdt Etzioni’s gedachtengoed in? Hij geeft een moderne invulling aan het gemeenschapsdenken, door niet de markt of de staat als uitgangspunt te nemen, maar maatschappelijke organisaties en burgerbewegingen. Dit maatschappelijk middenveld wordt niet door de overheid geleid of gecontroleerd, maar bestaat als iets wat de som van alle individuen overstijgt, en wat ook de bron vormt van de waarden en normen die het individuele leven zin en richting geven. Prins: „De strategie van het huidige kabinet om de eerste honderd dagen de dialoog met de burgers aan te gaan, past in deze gedachte.”

Dat de overheid geen controle heeft over het maatschappelijk middenveld wil niet zeggen dat zij zich volledig afzijdig moet houden. De staat moet burgers stimuleren een morele dialoog over de inrichting van de samenleving aan te gaan. Wetgeving alleen is volgens de Amerikaanse socioloog onvoldoende. Mensen doen niet iets omdat de wet het ze zegt, maar omdat ze het ermee eens zijn. Het opleggen van wetten moet een bevestiging van gedeelde waarden zijn.

Etzioni’s pleidooi voor een morele discussie tussen burgers betekent dat er voor verscheidenheid ruimte blijft, maar die verscheidenheid is niet oneindig. Unity within diversity is in dit verband een veel gehoorde slogan. „Het idee is dat verschillende gemeenschappen hun eigen levensbeschouwelijke of religieuze identiteit kunnen uitdragen, maar dat al die verschillende gemeenschappen bijeen moeten worden gehouden door gedeelde waarden zoals respect en tolerantie”, legt Paul de Beer uit, medeoprichter van de progressieve denktank Waterland. „Etzioni probeert een balans te vinden tussen de gemeenschap op lokaal en nationaal niveau, vervolgt De Beer. „De samenleving wordt dan gezien als een gemeenschap van gemeenschappen.”

Hoe houdt dit idee verband met het beleid van de afgelopen jaren? De Beer: „Je kunt Etzioni’s idee interpreteren als een pleidooi voor de multiculturele samenleving. Je kunt je dan terecht afvragen of de discussie die we de afgelopen jaren hebben gehad met betrekking tot andere culturen wel zo past binnen dit communitaristische gedachtengoed. In die discussie lag de nadruk toch wel erg op de nationale gemeenschapsvorm. Ik sluit niet uit dat het huidige kabinet meer ruimte toelaat voor verschil.”

Tijdens de eerste drie kabinetten Balkenende foeterden de oppositiepartijen verscheidene malen op de regering vanwege haar te liberale koers. Dit lijkt te botsen met het communitarisme, dat juist voortkwam uit kritiek op het liberalisme. Hoe verhoudt Balkenende’s communitarisme zich met het neoliberale beleid van de afgelopen jaren?

De Beer waarschuwt om het Amerikaanse communitarisme niet rechtstreeks te vertalen naar de Nederlandse situatie. „De aanhangers in de Verenigde Staten verzetten zich tegen te liberale marktideeën”, zegt De Beer, „maar het vrijemarktdenken gaat daar veel verder dan in Nederland.”

De Beer en Prins menen dat Balkenende in zijn drie kabinetten het communitarisme heeft proberen te verbinden met een liberale politiek. „Daarin trok de overheid zich weliswaar op vele terreinen sterk terug, maar bleef de overheid op andere terreinen een ondersteunende rol spelen. Denk aan de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de nieuwe bijstandsregeling waarvan gemeenten de uitvoering verzorgen. Ik denk echter dat deze lokale ondersteuning eerder leidt tot nieuwe staatsvoorziening dan gemeenschapsvorming”, aldus De Beer.

Menno Hurenkamp is sceptischer over Balkenende’s communitarisme en ziet hier ook een politieke strategie achter schuilgaan.

„Voor een deel is het communitarisme door politici gebruikt – en dus misbruikt – om een liberaal beleid te rechtvaardigen in niet-liberale termen. Het verhaal van Etzioni is ook retorisch ingezet door politici die liever niet als liberaal willen worden geassocieerd, maar die toch veel (neo)liberale maatregelen hebben genomen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden