De Finse Scheren

Aan de zuidkust van Finland woont een verlaten stam. De leden spreken een taal die bijna niemand meer verstaat. Maakten zij in de vorige eeuw nog bijna vijftien procent van de Finse bevolking uit, nu is dat minder dan zes procent. In beschaafde landen zoals Roemenië, Griekenland of Servië zou hun bestaan dus volledig ontkend worden. In Finland heeft zelfs een minderheid van zes procent recht op volledige tweetaligheid.

ERIK JAN BURGER

Geluk levert het niet op: de meerderheid vindt Engels belangrijker dan Zweeds, de taal van de minderheid. De minderheid vindt over het algemeen de taal van de meerderheid te moeilijk. Zo leven Zweeds- en Finstalige Finnen hun eigen leven, los van elkaar. De Zweedstaligen lijken bijna van het land af te vallen, teruggetrokken als ze leven aan de kust en in de Skürgaard, het rijk van duizenden eilandjes in de Oostzee.

DORP AAN DE RIVIER

Mijn trein rijdt van de huidige hoofdstad Helsinki naar de vorige. Turku, in het Zweeds übo 'dorp aan de rivier', was hoofdstad tot 1809. In dat jaar moesten de Zweden een vernederend verdrag met de tsaren sluiten waarbij zij hun Oostmark aan Rusland afstonden. Finland werd niet zonder meer ingelijfd, maar behield als groothertogdom binnenlandse autonomie. Wel wilden de tsaren dat hun groothertogelijke hoofdstad dichter bij Sint-Petersburg zou komen te liggen. Dat scheelde toch weer enkele dagreizen. Deze beslissing betekende een sterke groei voor Helsinki, dat toen zo'n 10.000 inwoners telde. In de loop van de negentiende eeuw wist de Pruisische bouwmeester Engel de stad zijn imposante classicistische uiterlijk te geven vooral door de bouw van de Lutherse kathedraal. Voor Turku was de verplaatsing het begin van het einde, vooral nadat de stad in 1827 door een vernietigende brand getroffen werd. Alleen de dom, het oudste stenen bouwwerk van Finland, bleef overeind staan. Het was aan de snelle opkomst van de stoomvaart te danken dat Turku, de enige ijsvrije haven van Finland, opnieuw werd opgestoten in de vaart der volkeren. Vandaag herinnert weinig aan de brand, of het moesten de brede straten zijn. Breed genoeg om te voorkomen dat een brand van het ene naar het andere bouwblok overslaat.

Een andere opsteker voor de stad was de oprichting van een Zweedstalige universiteit, de übo Akademi, weliswaar bescheiden, maar genoeg om van übo een studentenstad te maken. Afgezien van de Akademi en de tweetalige straatnaambordjes merk je weinig van de tweetaligheid. Vroeger was dat anders. Zweeds bleef tot diep in de negentiende eeuw de taal van de elite. In de oude wijk van de stad staat op het tsaristische politiebureau eerst het Zweeds, dan het Russisch, het Fins komt op de laatste plaats.

HUIS OP DE HEUVEL

In Turku neem ik de bus naar Kemiö, een van de grotere eilanden voor de kust. Vlak na de brug, die het eiland met de vaste wal verbindt, stap ik uit om naar mijn overnachtingsadres te wandelen. Als ik de provinciale weg verlaat, stap ik een ander wereld binnen. De wegen zijn slechts halfverhard. Kleine boerderijen en huizen liggen in groepjes bijeen, de meeste zijn rood/oker van kleur. Oriëntatie is lastig omdat de wegen geen naambordjes hebben. Wegwijzers wijzen niet naar dorpen, maar naar boerderijen. Op mijn 1:200.000 kaart ontbreken dat soort details. Op de kaart dragen de dorpen namen, maar in het echt ontbreken plaatsnaamborden. Uiterst verwarrend. Terwijl ik mij moeizaam tracht te oriënteren sluit de dreigende hemel zich. Binnen tien minuten stortregent het. Hardrennend bereik ik een afdak. De zandweg verandert in een kolkende poel, maar na een uur is alles voorbij. Uiteindelijk vind ik zelfs de verlaten benzinepomp, vanwaar Gunnel Azemar mij de route naar haar boerderij heeft uitgelegd. Maar dat is meer geluk dan wijsheid. Een benzinepomp mag voor de automobilist dan een landmark zijn, niet voor de wandelaar langs het braamstruikse binnenpad.

Gunnel woont in het opvallende huis dat aan het begin van het dorp (eigenlijk niet meer dan een straat) Högmo op zijn eigen heuveltop staat. De drie aardbeienplukkers in de tuin vormen het Fins-Franse gezin Azemar.

De grootvader van Gunnel bouwde het prachtige huis met zijn twee verdiepingen, rode dak en witbeklede muren. Vanuit de moestuin vol aardbeien is het niet meer dan tweehonderd meter naar het bos van de elanden. In de schemering van de late avond sluip ik naar een bosmeertje, maar een drinkende eland krijg ik niet te zien.

TAFELTJE-DEKJE

Vanuit Högmo maak ik samen met de Azemars een tocht door de scherenarchipel, per auto, per schip en te voet. Om het in drie woorden samen te vatten: dolce far niente. Op één dag twee heerlijke zeereisjes en een prachtige wandeling over het eiland Hitis. De veerpont vanuit Kasnüs komt aan op het zuidoostelijke puntje van Hitis. Vandaar wandel je over paden en halfverharde wegen naar Kyrksundet waar een brug over een smalle Sont voert. Overal langs de kant van de weg staan tafeltjes-dekje met koffie en verse broodjes. Er wordt van je verwacht dat je de aangegeven (bescheiden) prijs betaalt, en natuurlijk doen de mensen dat gewoon. Voor de gemiddelde asfaltrat uit de grote stad een wonderlijk-aangename gewaarwording. Een dergelijk paradijs kan niet te lang duren.

De volgende dag neem ik afscheid van Gunnel in Ekenüs, een Zweedstalig stadje op de landtong waar ook de voormalige Russische basis Hanko/Hangö ligt. Het is alsof ook hier de tijd heeft stilgestaan. Het oude centrum is aan drie zijden door water omgeven. Houten huizen in pastelkleuren geschilderd liggen aan lommerrijke straten. In het midden ligt de kerk. Op een houten pier staat een negentiende-eeuws restaurant met dansvloer, waar ik met moeder en dochter Azemar een ijsje eet. Tijdloos.

Helsinki is weer helemaal de twintigste eeuw, vooral aan de haven, waar de blinkend-witte veerschepen boven alles uittorenen. De meesten van hun passagiers zoeken hun droomparadijs niet in de negentiende eeuw, maar in accijns- vrije alcohol- en tabaksnevels. Voor een keer kan ik ze niet volgen.

HOE ER TE KOMEN:

Helsinki is per veerboot vanuit Kiel goed te bereiken. Reizigers die vanuit Zweden komen, hebben een eindeloze keuze aan luxueuze veerponten, waarop vooral Zweden de knellende alcoholwetten van hun vaderland trachten te vergeten. Prijzen zijn laag, de schepen drijven op de genoegens van het innemen. Aankomsthavens zijn Turku en Helsinki. Finnair verbindt Amsterdam in twee uur met Helsinki. De trein (uurdienst) rijdt in drie uur van Helsinki naar Turku. In de omgeving van Helsinki is de frequentie van de treinen hoog.

ACCOMMODATIE:

Ik maakte gebruik van Bed & Breakfast-adressen, een formule die in Finland aan populariteit wint. Een andere mogelijkheid biedt het net van jeugdherbergen. Het rustieke Ekenüs heeft een behoorlijk hotel.

KAARTEN/GIDSEN:

Van het Archipel Nationaal Park bestaat een goede Engelstalige folder: Archipelago National Park. Hierin staat ook de kaart 1:200.000. Voor het overzicht van een groter gebied tussen Turku en Helsinki is de 1:200.000 Suomen Tiekartta/Vügkarta över Finland nr. GT2 goed bruikbaar.

INFORMATIE:

In Kasnüs, waar de veerboten naar Hitis vertrekken, staat bezoekerscentrum 'The Blue Mussel', waar ook informatie over de verbindingen in de scherenarchipel te krijgen is. Telefoon: 925-66290.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden