De filantroop bepaalt wat goed is

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele kwestie. Bill Gates, deze week in Nederland, wil de wereld verbeteren. Maar is de machtige filantropie van superrijken wel democratisch en moreel verantwoord?

De filantroop is een mensenvriend. Iemand die door weldaden het lot van zijn medemens probeert te verzachten. Wie kan daar nou tegen zijn? Microsoft-oprichter, miljardair en weldoener Bill Gates kan met zijn eigen kapitaal meer doen om ziektes, armoede en andere ellende te bestrijden dan complete landen of ngo's. Hij kan met zijn eigen organisatie snel schakelen, doelgericht en meetbaar effectief zijn.

Maar is het wel terecht dat de superrijken bepalen op welke doelen onze ogen gericht moeten zijn en met welke methodes problemen moeten worden aangepakt? Bill Gates, die deze week koffie dronk met premier Rutte en EU-ministers toesprak, wordt overal onthaald als een wereldleider. Alleen is hij nooit verkozen.

Ingrid Robeyns, filosoof en econoom, hoogleraar ethiek van instituties aan de Universiteit Utrecht: "Als het gaat om het uitbannen van ziektes als polio en malaria, dan valt er inderdaad weinig tegen die weldaden in te brengen. Maar op bijna elk ander terrein rijzen bij mij onmiddellijk vragen. Want hoezeer ik het ook toejuich wanneer rijken en superrijken zich inzetten voor het verbeteren van de wereld - hoe bepalen zij wat een betere wereld is? En wat zijn daarvan de effecten? De filantroop is nooit neutraal.

"Als Bill Gates bijvoorbeeld armoede wil bestrijden, dan zal hij dit doen vanuit een bepaalde ideologie. Maar ingrepen die vanuit een bepaald normatief kader een goede zaak zijn, kunnen in andere culturen desastreuze gevolgen hebben. Neem de microkredieten, een populaire vorm van ontwikkelingshulp. Dat is theoretisch een uitstekend initiatief waarbij je arme mensen ondersteunt en tegelijkertijd de vrije markt welvaart laat creëren. Maar door machtsprocessen binnen families kunnen die kredieten ook leiden tot situaties waarin een familielid onder druk komt te staan om een krediet te aanvaarden en het dan door te geven aan andere familieleden. Dat leidt tot penibele situaties.

"Er zijn dus critici die zeggen dat die methode uitgaat van een wereldbeeld dat niet strookt met de werkelijkheid in de landen waar het geld naartoe gaat. Of lees bijvoorbeeld eens 'Capitalism, A Ghost Story', van Arundhati Roy. Zij laat zien hoe bepaalde filantropische instellingen in India samenwerken met corrupte overheden, en meewerken aan privatiseringen van staatsbedrijven, ten koste van het armste deel van de bevolking.

"Als zulke onwenselijke effecten blijken op te treden bij de besteding van overheidsgeld, of bij geld van een stichting die werkt met kleine particuliere donateurs, dan is zo'n koers te corrigeren via inspraak of via politiek debat. Maar de Zuckerbergs en de Gates van deze wereld staan daarbuiten. Ze staan buiten de mechanismen van de democratische discussie."

Alicja Gescinska, filosoof aan Amherst College, Massachusetts, VS: "Het is niet zo dat supperrijken zich per definitie niet laten corrigeren. Bill Gates hecht zeer aan transparantie, misschien wel meer dan bepaalde democratische overheden en filantropische instellingen. Bovendien is er altijd nog de publieke opinie. Want hoewel je de grote gevers vaak op een flinke portie egotripperij en mediageilheid kunt betrappen, levert dit ook een soort democratisch controlemechanisme op. De kracht van de publieke opinie valt niet te onderschatten."

Robeyns: "Men zal zich heus wel wat van het publiek aantrekken, maar hoe en wanneer, dat is uiteindelijk aan de filantropen. Werkelijk democratisch kan je zoiets niet noemen, hoogstens zal er een bepaalde medialogica en mediabeleid meespelen bij de goede daden. Het zijn geen formele correctiemechanismes."

"Het gaat bij dit soort filantropie bovendien zelden uitsluitend om zichtbare, concrete en onomstreden doelen. Vaak wordt er al dan niet openlijk een bepaalde ideologie gesteund. Een goed voorbeeld daarvan is de financiële steun die door Amerikaanse kapitalisten, zoals Harold Luhnow, is gegeven aan het ontwikkelen van het ideologisch programma van het neoliberalisme. Deze filantropen hebben er via conferenties en het aanstellen van hoogleraren aanzienlijk aan bijgedragen dat een bepaalde economische leer leidend is geworden in de wereld. Economen als Friedman, Hayek en anderen zijn zo op de kaart gezet.

"Rijke mensen kunnen hun geld dus omzetten in een ideologische kracht, via lobby's, denktanks en schenkingen aan partijen en universiteiten. En uiteraard is het megakapitaal niet gelijkelijk verdeeld over verschillende ideologieën. De meeste superrijken zijn geen fan van sterke overheden, om maar iets te noemen."

Gescinska: "Het is wel wat simplistisch om te stellen dat het neoliberalisme de wereld heeft veroverd omdat rijke kapitalisten een fortuin hebben besteed aan het verspreiden van die ideologie. Ik heb er geen probleem mee wanneer mensen hun geld aanwenden om steun en sympathie te kweken voor hun eigen denkbeelden. En daar is wel degelijk een bepaald evenwicht in. Want zoals rijke conservatieve Amerikanen miljoenen schenken aan 'hun' universiteiten, zijn er rijke progressieve Amerikanen die hetzelfde doen. Dat betekent niet eens noodzakelijkerwijs een beperking van de academische vrijheid. In Nederland en België ben je ogenschijnlijk misschien vrijer, maar moet je als academicus in de eerste plaats fondsenverwerver zijn. Bij het aanvragen van beurzen en subsidies wordt je net zo goed gestuurd in een bepaalde denkrichting. Het markteconomisch denken heeft ook een heel sterke greep op academisch werk in Europa.

"In Amerika, zeker aan een Liberal Arts College, hoeven onderzoekers zich niet bezig te houden met het werven van fondsen, juist omdat het geld binnenstroomt via alumni die miljonair zijn en die iets terug doen voor hun alma mater. Ik denk dat je vandaag de dag makkelijker onderzoek naar niet-rendabele thema's kunt doen in de VS dan in Europa. Geld bepaalt hoe dan ook waar de aandacht naar toe gaat, of dit nu van (semi)overheidsfondsen of uit particuliere giften afkomstig is."

Robeyns: "Inderdaad, er zijn kapitalisten en schenkers van allerlei slag, je hebt ook filantropen die in ondemocratische situaties de democratie stimuleren, zoals George Soros. Hij werd eerst schatrijk door speculatie en nu financiert hij onderzoek naar alternatieve economische modellen.

"Ik heb nog een andere essentiële vraag: hoe is de filantroop eigenlijk aan zijn kapitaal gekomen? Is er voldoende belasting betaald? Vaak is het vermogen ontstaan uit een onderneming die is gegroeid dankzij het uitbuiten van goedkope werknemers op basis van slechte arbeidsomstandigheden. Multinationals, Facebook en Microsoft niet uitgezonderd, staan er bovendien om bekend dat ze via brievenbusfirma's belasting ontduiken. Ik heb grote moeite met royale gaven ter verbetering van de wereld, als de gulle schenkers hun kapitaal eerst op een onzuivere manier ten koste van een ander deel van diezelfde wereld hebben verkregen.

"Met andere woorden: onze focus zou misschien niet moeten liggen bij de vraag of de filantroop zijn geld goed besteedt, maar: hoe hij aan zijn geld komt. Er moeten veel betere wetten en regels komen om belastingontduiking en uitbuiting tegen te gaan. En daarnaast is het voor mij zeer de vraag of we een wereld willen waarin enkelingen het vermogen van een klein land op hun bankrekening hebben staan. Het legt een ongehoorde hoeveelheid oncontroleerbare macht bij individuen, op wiens goedheid wij als massa maar moeten vertrouwen."

Gescinska: "Het onmogelijk maken dat je een fortuin verdient op dubieuze wijze zou inderdaad de eerste prioriteit moeten zijn. Een tweede prioriteit betreft de globale ongelijkheid. We leven in een wereld waarin de extreme verschillen tussen rijk en arm nog extremer worden - zie Piketty. Dat is de echte morele pervertering. Dat de verhoudingen zo scheef zijn."

"Zolang dat niet structureel verandert, moeten we ons misschien niet zo druk maken over de wijze waarop de superrijke filantroop zijn geldt besteedt, maar eerder over het feit dat veel rijken niet eens proberen om filantroop te zijn.

"Voorlopig geven die filantropen tenminste het goede voorbeeld voor andere rijken, zoals wij, of andere steenrijken, zoals zij."

filosofisch elftal

Frank Ankersmit

Désanne van Brederode

Hans Achterhuis

Robin van den Akker

Thierry Baudet

Alicja Gescinska

Bas Haring

Gert-Jan van der Heiden

Marli Huijer

Ingrid Robeyns

Paul van Tongeren

De filantroop is een mensenvriend. Iemand die door weldaden het lot van zijn medemens probeert te verzachten. Wie kan daar nou tegen zijn? Microsoft-oprichter, miljardair en weldoener Bill Gates kan met zijn eigen kapitaal meer doen om ziektes, armoede en andere ellende te bestrijden dan complete landen of ngo's. Hij kan met zijn eigen organisatie snel schakelen, doelgericht en meetbaar effectief zijn.

Maar is het wel terecht dat de superrijken bepalen op welke doelen onze ogen gericht moeten zijn en met welke methodes problemen moeten worden aangepakt? Bill Gates, die deze week koffie dronk met premier Rutte en EU-ministers toesprak, wordt overal onthaald als een wereldleider. Alleen is hij nooit verkozen.

Ingrid Robeyns, filosoof en econoom, hoogleraar ethiek van instituties aan de Universiteit Utrecht: "Als het gaat om het uitbannen van ziektes als polio en malaria, dan valt er inderdaad weinig tegen die weldaden in te brengen. Maar op bijna elk ander terrein rijzen bij mij onmiddellijk vragen. Want hoezeer ik het ook toejuich wanneer rijken en superrijken zich inzetten voor het verbeteren van de wereld - hoe bepalen zij wat een betere wereld is? En wat zijn daarvan de effecten? De filantroop is nooit neutraal.

"Als Bill Gates bijvoorbeeld armoede wil bestrijden, dan zal hij dit doen vanuit een bepaalde ideologie. Maar ingrepen die vanuit een bepaald normatief kader een goede zaak zijn, kunnen in andere culturen desastreuze gevolgen hebben. Neem de microkredieten, een populaire vorm van ontwikkelingshulp. Dat is theoretisch een uitstekend initiatief waarbij je arme mensen ondersteunt en tegelijkertijd de vrije markt welvaart laat creëren. Maar door machtsprocessen binnen families kunnen die kredieten ook leiden tot situaties waarin een familielid onder druk komt te staan om een krediet te aanvaarden en het dan door te geven aan andere familieleden. Dat leidt tot penibele situaties.

"Er zijn dus critici die zeggen dat die methode uitgaat van een wereldbeeld dat niet strookt met de werkelijkheid in de landen waar het geld naartoe gaat. Of lees bijvoorbeeld eens 'Capitalism, A Ghost Story', van Arundhati Roy. Zij laat zien hoe bepaalde filantropische instellingen in India samenwerken met corrupte overheden, en meewerken aan privatiseringen van staatsbedrijven, ten koste van het armste deel van de bevolking.

"Als zulke onwenselijke effecten blijken op te treden bij de besteding van overheidsgeld, of bij geld van een stichting die werkt met kleine particuliere donateurs, dan is zo'n koers te corrigeren via inspraak of via politiek debat. Maar de Zuckerbergs en de Gates van deze wereld staan daarbuiten. Ze staan buiten de mechanismen van de democratische discussie."

Alicja Gescinska, filosoof aan Amherst College, Massachusetts, VS: "Het is niet zo dat supperrijken zich per definitie niet laten corrigeren. Bill Gates hecht zeer aan transparantie, misschien wel meer dan bepaalde democratische overheden en filantropische instellingen. Bovendien is er altijd nog de publieke opinie. Want hoewel je de grote gevers vaak op een flinke portie egotripperij en mediageilheid kunt betrappen, levert dit ook een soort democratisch controlemechanisme op. De kracht van de publieke opinie valt niet te onderschatten."

Robeyns: "Men zal zich heus wel wat van het publiek aantrekken, maar hoe en wanneer, dat is uiteindelijk aan de filantropen. Werkelijk democratisch kan je zoiets niet noemen, hoogstens zal er een bepaalde medialogica en mediabeleid meespelen bij de goede daden. Het zijn geen formele correctiemechanismes."

"Het gaat bij dit soort filantropie bovendien zelden uitsluitend om zichtbare, concrete en onomstreden doelen. Vaak wordt er al dan niet openlijk een bepaalde ideologie gesteund. Een goed voorbeeld daarvan is de financiële steun die door Amerikaanse kapitalisten, zoals Harold Luhnow, is gegeven aan het ontwikkelen van het ideologisch programma van het neoliberalisme. Deze filantropen hebben er via conferenties en het aanstellen van hoogleraren aanzienlijk aan bijgedragen dat een bepaalde economische leer leidend is geworden in de wereld. Economen als Friedman, Hayek en anderen zijn zo op de kaart gezet.

"Rijke mensen kunnen hun geld dus omzetten in een ideologische kracht, via lobby's, denktanks en schenkingen aan partijen en universiteiten. En uiteraard is het megakapitaal niet gelijkelijk verdeeld over verschillende ideologieën. De meeste superrijken zijn geen fan van sterke overheden, om maar iets te noemen."

Gescinska: "Het is wel wat simplistisch om te stellen dat het neoliberalisme de wereld heeft veroverd omdat rijke kapitalisten een fortuin hebben besteed aan het verspreiden van die ideologie. Ik heb er geen probleem mee wanneer mensen hun geld aanwenden om steun en sympathie te kweken voor hun eigen denkbeelden. En daar is wel degelijk een bepaald evenwicht in. Want zoals rijke conservatieve Amerikanen miljoenen schenken aan 'hun' universiteiten, zijn er rijke progressieve Amerikanen die hetzelfde doen. Dat betekent niet eens noodzakelijkerwijs een beperking van de academische vrijheid. In Nederland en België ben je ogenschijnlijk misschien vrijer, maar moet je als academicus in de eerste plaats fondsenverwerver zijn. Bij het aanvragen van beurzen en subsidies wordt je net zo goed gestuurd in een bepaalde denkrichting. Het markteconomisch denken heeft ook een heel sterke greep op academisch werk in Europa.

"In Amerika, zeker aan een Liberal Arts College, hoeven onderzoekers zich niet bezig te houden met het werven van fondsen, juist omdat het geld binnenstroomt via alumni die miljonair zijn en die iets terug doen voor hun alma mater. Ik denk dat je vandaag de dag makkelijker onderzoek naar niet-rendabele thema's kunt doen in de VS dan in Europa. Geld bepaalt hoe dan ook waar de aandacht naar toe gaat, of dit nu van (semi)overheidsfondsen of uit particuliere giften afkomstig is."

Robeyns: "Inderdaad, er zijn kapitalisten en schenkers van allerlei slag, je hebt ook filantropen die in ondemocratische situaties de democratie stimuleren, zoals George Soros. Hij werd eerst schatrijk door speculatie en nu financiert hij onderzoek naar alternatieve economische modellen.

"Ik heb nog een andere essentiële vraag: hoe is de filantroop eigenlijk aan zijn kapitaal gekomen? Is er voldoende belasting betaald? Vaak is het vermogen ontstaan uit een onderneming die is gegroeid dankzij het uitbuiten van goedkope werknemers op basis van slechte arbeidsomstandigheden. Multinationals, Facebook en Microsoft niet uitgezonderd, staan er bovendien om bekend dat ze via brievenbusfirma's belasting ontduiken. Ik heb grote moeite met royale gaven ter verbetering van de wereld, als de gulle schenkers hun kapitaal eerst op een onzuivere manier ten koste van een ander deel van diezelfde wereld hebben verkregen.

"Met andere woorden: onze focus zou misschien niet moeten liggen bij de vraag of de filantroop zijn geld goed besteedt, maar: hoe hij aan zijn geld komt. Er moeten veel betere wetten en regels komen om belastingontduiking en uitbuiting tegen te gaan. En daarnaast is het voor mij zeer de vraag of we een wereld willen waarin enkelingen het vermogen van een klein land op hun bankrekening hebben staan. Het legt een ongehoorde hoeveelheid oncontroleerbare macht bij individuen, op wiens goedheid wij als massa maar moeten vertrouwen."

Gescinska: "Het onmogelijk maken dat je een fortuin verdient op dubieuze wijze zou inderdaad de eerste prioriteit moeten zijn. Een tweede prioriteit betreft de globale ongelijkheid. We leven in een wereld waarin de extreme verschillen tussen rijk en arm nog extremer worden - zie Piketty. Dat is de echte morele pervertering. Dat de verhoudingen zo scheef zijn."

"Zolang dat niet structureel verandert, moeten we ons misschien niet zo druk maken over de wijze waarop de superrijke filantroop zijn geldt besteedt, maar eerder over het feit dat veel rijken niet eens proberen om filantroop te zijn.

"Voorlopig geven die filantropen tenminste het goede voorbeeld voor andere rijken, zoals wij, of andere steenrijken, zoals zij."

filosofisch elftal

Frank Ankersmit

Désanne van Brederode

Hans Achterhuis

Robin van den Akker

Thierry Baudet

Alicja Gescinska

Bas Haring

Gert-Jan van der Heiden

Marli Huijer

Ingrid Robeyns

Paul van Tongeren

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden