De fiets

De zeventienjarige koningin Wilhelmina kocht in 1897 een rijwiel in Wenen, nadat ze daar een wielerwedstrijd had bijgewoond. We weten weinig van deze wedstrijd en we weten ook niet hoe het rijwiel in Den Haag is gearriveerd, maar we weten wel dat de regering zich meteen boog over 'de vraag of de jonge Koningin mocht fietsrijden'.

Daar was geen sprake van: de regering verbood de koningin om te fietsen. Het blad De Kampioen deed er verslag van: "Koningin Wilhelmina bleef evenwel volhouden, dat wielrijden een gezonde ontspanning is en Zij noemde een aantal hooge vrouwen, die ook al fietsen. Toen zei de Minister-President: 'Dit kan waar zijn, maar geen van die vrouwen, die U noemt, heeft de verantwoordelijkheid voor het welvaren van zovelen als Uwe Majesteit. Wij moeten dus Uwe Majesteit vriendelijk verzoeken van Haar voornemen af te zien, ook al is het gevaar, dat in wielrijden ligt, zeer gering.'"

Zesendertig jaar later werd koningin Wilhelmina voor het eerst op een fiets gezien in het openbaar. De fiets maakte haar 'zoo heerlijk onafhankelijk'.

Het was nog donker in de negentiende eeuw en alles duurde lang. Het tempo van de technologie is af te lezen aan de ontwikkeling van de fiets. Van de loopfiets met houten wielen en ijzeren velgen uit 1817 tot aan de uitvinding van luchtbanden duurde 71 jaar: pedalen, kogellagers, kettingaandrijving, luchtbanden.

Het bedenken en maken van zo'n kettingaandrijving is ook niet niks: een ketting, gespannen tussen twee verschillende bladen, met punten en van die halfronde inkepingen, waar de pennen van de scharnierende delen van de ketting invallen.

En dan die luchtbanden: een binnenband en een buitenband en een ventiel en rubber van de rubberbomen uit het Braziliaanse regenwoud - het werk van de rubbertappers in die groene hel is nog een verhaal apart.

De rijwielfabrieken in Nederland kwamen voort uit kleine smederijen, metaalbewerkers en naaimachinefabrikanten. Fongers in Groningen was de eerste fabriek in 1869. De koningin reed, toen het mocht, altijd op een Fongers.

In 1883 werd de Algemene Nederlandsche Wielrijders-Bond opgericht - nu kortweg de ANWB - met het blad De Kampioen, dat aandacht besteedde aan de kampioenen van wielerwedstrijden. In 1893 kwam de vereniging 'Rijwiel Industrie' (RI), een paar jaar later vergezeld van de A van de automobielindustrie: RAI - nu een congrescentrum in Amsterdam voor Huishoudbeurs, Hiswa, Horecava en Pan.

De fiets ontsloot het platteland. Als je in vroeger tijden het dorp uit liep, had je een paar akkers, de weilanden, en dan begon de woestenij. Verder kwam je niet. De hele wereld in nog geen half uur gaans. Maar nu kon je op de fiets naar buiten rijden, er waren 'kunstwegen' gemaakt: verharde wegen.

Een zandweg gold als een echte weg. Rijkswegen van de eerste klasse kregen straatstenen, provinciale zandwegen werden bedekt met grind en gebroken puin. Je kon nu de fiets pakken en zelf bepalen wanneer je weg wilde en waar je heen wilde. Je kon het dorp verlaten.

Een verlangen dat duizenden jaren had gesluimerd, kreeg de ruimte. De fiets gaf vrijheid.

Techniek is cultuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden