COLUMN

De fertiele leegte van volstrekte ongebondenheid

Sylvain EphimencoBeeld Maartje Geels

Verwacht van mij voor vandaag geen zwaarwichtig onderwerp, maar alleen de trivialiteit van het onbeduide en het persoonlijke. Niet dat ik de potjes en pannen uit mijn eigen interne keuken graag uitstal, maar nu ben ik mijn lezers wel wat correcties op andermans nattevingerwerk schuldig. 

Op zich vond ik de brief van lezer Goosen te Harderwijk in de krant van zaterdag geestig en grappig. En bij de vrolijke Ephi’s Aan Den IJssel hebben we hier hartelijk om moeten lachen. Dan ging het weekend eroverheen en pas gisterenochtend kwam die brief in een vage herinnering weer bovendrijven. Ik schrok. Want stel je eens voor dat de Trouw-abonnee de beweringen die erin stonden klakkeloos aanneemt: weg is dan mijn ongebonden identiteit van onafhankelijke anarcho-liberaal (de term ‘anarcho-liberaal’ hoorde ik voor het eerst een jaar of dertig geleden uit de mond van wijle collega Henk Hofland, die zich ermee tooide).

Wat in de brief stond? Dat ik ‘nooit en te nimmer op GroenLinks had gestemd’ en dat ik beter richting moest geven aan mijn ‘eigen partij, de VVD’. Potverdikkeme! Toen dit gisteren goed tot me doordrong voelde het alsof ik van plasseks werd beschuldigd, terwijl ik zeker weet dat het legen van mijn blaas nooit verder dan de wc-pot reikte. 

Monter en fier

Stemmen in Nederland mocht ik pas voor het eerst doen op 19 maart 1986 bij de gemeenteraadsverkiezingen dankzij een nieuwe wet die de kieslokalen voor 350.000 kiesgerechtigde buitenlanders openzette. Het was een tijd waarin het CDA tijdens de campagne in Den Haag wat kamelen door de straten liet defileren met erop geschreven: ‘Bij het CDA zit je goed’. Als je dit nu zou doen, beland je regelrecht bij de multiculti’s van het College voor de Rechten van de Mens. 

Monter en fier gaf ik toen mijn stem aan de partij waarvan ik de paarse poster aan mijn raam had gehangen, de PSP. Ik heb in de daaropvolgende jaren altijd GroenLinks gestemd. Tot de Rotterdamse dichter Manuel Kneepkens mijn hart stal en ik voor zijn club de Stadspartij Rotterdam het vakje rood kleurde. Later heb ik SP en Leefbaar Rotterdam gestemd. 

De toekomst ligt nog open

Als buitenlander mocht ik ook bij de Europese verkiezingen mijn stem in Nederland laten gelden. Ik heb altijd voor pro-EU-partijen gestemd, aanvankelijk voor GroenLinks en later D66. Van de VVD geen spoor in mijn stemgedrag (maar de toekomst ligt nog open) laat staan dat ik lid van Rutte’s partij zou zijn. Mijn enige lidmaatschap in al die jaren is dat van de atletiekvereniging en van de ANWB geweest.

Die meneer uit Harderwijk moet zich realiseren dat partijdigheid stricto sensu niet voor alle columnisten opgaat. Als hij bijvoorbeeld collega’s James Kennedy of Rob de Wijk leest, mag hij best de voetafdruk van de ChristenUnie of D66 vermoeden, maar achter deze Ephi gaapt alleen de immense en fertiele leegte van de volstrekte ongebondenheid en onafhankelijkheid. Zelfs bij mijn prille begin bij de rode krant La Marseillaise is het mijn broodheren nooit gelukt mij het lidmaatschap van de Franse communistische partij (PCF) aan te smeren. Hoezee!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden